Boze programmeur bouwt alternatief voor Twitter

Facebook en Twitter richten zich te veel op adverteerders, vindt Dalton Caldwell. Het moet gaan om gebruikers. Zijn App.net is een betaalde, reclamevrije Twitter-kloon. De avant-garde is al om.

Verwacht u een baby? Sinds kort kunt u dat nieuws delen op Facebook. Onder het kopje ‘Familie’ geeft u de uitgerekende datum op, alsmede het geslacht, een foto en locatie – van verwekking?

Nadat uw vrienden van de aanstaande gezinsuitbreiding op de hoogte zijn gebracht, volgen wellicht de adverteerders.

Officieel is Facebook deze advertentiemogelijkheid aan het ‘verkennen’, maar de kans is groot dat die er daadwerkelijk komt. Want niet u, gratis gebruiker, maar de adverteerder is de klant van Facebook. De adverteerder kan heel precies bepalen wie zijn reclameboodschap te zien krijgt. Zwangere vrouwen tussen 30 en 35 jaar bijvoorbeeld. Of voetballende scheikundigen uit Wageningen. En terwijl Facebooks aandelen in waarde blijven dalen, groeit zijn afhankelijkheid van adverteerders.

Ook microblogservice Twitter wil graag meer advertenties verkopen. Het bedrijf is virtueel 8 miljard dollar (6,5 miljard euro) waard, ergens moeten er inkomsten vandaan komen om die waardering waar te maken. Dat is lastig voor Twitter, omdat het van oorsprong een open netwerk is. Met toegangssoftware – een application programming interface of API – geeft Twitter externe programmeurs de mogelijkheid Twitter-applicaties te ontwikkelen.

Dat is alsof deze krant haar artikelen door externe partijen zou laten afdrukken en verspreiden. Het bereik groeit enorm van zo’n aanpak, maar slechts een klein gedeelte van de lezers ziet de advertenties in de oorspronkelijke krant.

Zo gaat het nu ook met Twitter. Door de wildgroei aan Twitter-apps twitteren nu 140 miljoen mensen, maar lang niet allemaal op websites waarop Twitter advertenties probeert te verkopen.

Dat is het bedrijf zat. Daarom neemt het steeds meer maatregelen om gebruikers naar zijn eigen website en apps te halen, bij derden vandaan. Enkele weken geleden viel het eerste slachtoffer. LinkedIn, het sociale netwerk voor zakelijke gebruikers, mocht geen tweets meer tonen. Nu worden andere externe programmeurs zenuwachtig; wordt hun binnenkort ook de toegang ontzegd?

Een van hen heeft besloten daar niet op te wachten. Dalton Caldwell heet hij. Hij is 32 jaar en woont in Silicon Valley. Caldwell heeft twee bekende maar geflopte webservices op zijn naam staan. De Amerikaan is boos op Twitter en Facebook omdat ze het belang van de adverteerder voorop stellen. Hij haalt een gedesillusioneerde ex-Facebook-manager aan: „De knapste koppen van mijn generatie denken na over hoe zij mensen kunnen laten klikken op advertenties.”

Caldwell wil een alternatief voor de gratis sociale netwerken die afhankelijk zijn van reclamegeld. Want: „Ze zijn te belangrijk voor onze levens om in de handen van adverteerders te leggen.”

De gebruiker moet volgens Caldwell de klant zijn en daarom heeft hij een alternatief ontwikkeld, een betaalde Twitter-kloon, genaamd App.net.

Voor vijftig dollar per jaar krijgen gebruikers een service met dezelfde functionaliteiten als Twitter, zonder advertenties en mét de vrijheid om het programma te gebruiken op een manier die zij zelf het meest geschikt vinden.

Als tienduizend mensen zich tevoren zouden aanmelden, zou Caldwell de service online zetten, blogde hij op 13 juli. Dertig dagen later stond er een bedrag van een half miljoen dollar op zijn bankrekening en gebruikten duizenden mensen App.net. Onder hen de smaakmakers van Silicon Valley en de Britse acteur Stephen Fry (4,6 miljoen Twitter-volgers).

Niet iedereen gelooft in App.net. Zo schrijven critici dat Twitter en Facebook net zo goed aan hun gebruikers denken. Want als gebruikers vertrekken, is de adverteerder ook snel weg. Ook geloven critici niet dat het grote publiek zit te wachten op een Twitter-variant, mede gesterkt door het mislukken van Diaspora – de adverteerdersvrije Facebook-kloon.

Maar als dezelfde mensen die ooit de eerste sociale netwerken bedachten en vormgaven nu willen overstappen naar App.net, is er wel iets aan de hand. Misschien volgt de rest van de wereld hen wederom.

Daarom is het goed om zelf eens te bedenken: wil ik een gratis Facebook waar adverteerders om mijn aandacht vechten of betaal ik liever voor mijn privacy?