Voorbij de woorden

Als je maar lang genoeg naar een onbegrijpelijk kunstwerk kijkt, verandert het in een raadsel met een geheime boodschap, ontdekt schrijfster Sophie van der Stap.

Ik doe mijn best en knijp m’n ogen samen. Nog beter, ik sluit ze even om ze dan weer, na een lange seconde, te openen. Het wil niet baten; het zijn echt twee blokfluiten die daar op de grond liggen.

Het is zondag, het is zomer en het regent. De enige omstandigheden die mij kunnen overhalen tot een visite aan Palais de Tokyo, het museum voor hedendaagse kunst in Parijs. Je weet wel, onbegrijpelijke installaties en in een hoekje liggende blokfluiten met pretentieuze titels, met als old time favourite: ‘Untitled’. Het is hier dus hip: pretentie is de voorwaarde voor hypes.

Ik heb altijd moeite gehad met het soort moderne kunst waarin een hangende theelepel in een verder lege witte ruimte een oeuvre d’art zou zijn. Ik heb beelden nodig, iets concreets. Misschien omdat ik met woorden werk, of misschien dat ik daarom met woorden werk. Om de logica van een op haar zij liggende weegschaal met een stapel netjes opgevouwen witte lakens ernaast te begrijpen, mis ik een stukje artistiek inzicht. Ik zie niet meer dan een op haar zij liggende weegschaal met een stapel netjes opgevouwen witte lakens ernaast. Ik denk hooguit: wat zijn die lakens mooi wit en netjes opgestapeld (ik heb een voorliefde voor nette stapeltjes), terwijl mijn vriendin – zelf een kunstenares die niet voor de hand liggende installaties maakt – een stapel lakens ziet die niet op haar gewicht beoordeeld wordt, maar op haar lengte (met het kwartslag draaien van de weegschaal is de weegschaal een ander meetinstrument geworden). Een behoorlijk sterke boodschap, als je daar even bij stil staat. Ook de in het hoekje liggende blokfluiten weet ze met haar blik tot iets moois te transformeren: bij nader onderzoek blijken alle gaatjes in de blokfluiten dichtgemaakt te zijn met gips: de lucht, die gewoonlijk verandert in muziek, kan er nu niet meer doorheen. Ze zit gevangen: met het gips wil de kunstenaar (wellicht) de transformatie van lucht naar muziek vastgrijpen. Ook best een sterke boodschap.

Het museum wordt steeds leuker. De voorheen van los zand aan elkaar hangende kunstobjecten veranderen in raadsels met een geheime boodschap die ik wil ontdekken. We komen aan in een nieuwe zaal: van links naar rechts opgesteld, als woorden in een zin, twee deurmatten in de vorm van een tomaat, twee gele waarschuwingsborden met daarop ‘caution! slippery floor’ en een mannetje dat uitglijdt en daarnaast een zwart rubberachtig klein object dat ergens in het midden ligt tussen een vaas en een speelgoedobject voor een hond. Alle objecten zijn tentoongesteld op een omgekeerde driehoek. Ik zie twee deurmatten die ik zelf nooit zou uitkiezen, twee waarschuwingspaletten, een nader te beschouwen object. Mijn vriendin ziet verbinding en associatie. De drie vlakken van de driehoek raken elkaar aan: dit suggereert dat de losse objecten met elkaar verbonden zijn. De deurmatten zijn er om je voeten aan af te vegen, de waarschuwingsborden om niet uit te glijden. Dan de tomaten: je zet er letterlijk je voeten op, en geplette tomaten zijn glad. De vaas of het hondenspeeltje: dat laat ik aan u over.

Leuk, de rebus is opgelost, maar de hogere waarheid heeft mij nog niet in z’n greep (mijn vriendin vindt het fantastisch). Maar misschien is juist dit wel de boodschap: er is geen hogere waarheid. Tenminste: de hogere waarheid is dat er geen waarheid is. Alles is verbonden, ofwel, alles kan op allerlei manieren uitgelegd worden, alles is dus waar, en wat blijft er dan over? Niet één waarheid, maar één overkoepelende waaronder alle individuele waarheden evenveel waard zijn. In andere woorden: los zand.

Hier moet ik even over nadenken. Als schrijver ben ik altijd op zoek naar waarheden, waarbij de woorden het middel zijn om de waarheid te bemachtigen. Connie Palmen zei eens: „Via de woorden vind ik de werkelijkheid.” Dat snap ik, die sensatie heb ik ook regelmatig als ik schrijf. Toch is er ook altijd die terugkerende twijfel of de waarheid wel te vangen is met woorden, dat gevoel dat ik er net naast grijp. Woorden zijn immers maar een middel om dat wat erachter ligt – en woordeloos is – uit te dragen. Voorbij de woorden, dus.

In een atelier bij een artiest thuis, in de schaduw van Montmartre, werd deze vraag opnieuw gesteld. De kunstenaar werkt op 16e eeuwse manuscripten en boeken. Schatten kan ik beter zeggen. De schoonheid van het katoenen papier, de lederen of metalen kaften, het sierlijke handschrift, de kennis.

Hij knipt erin. Tekent erop. Transformeert het tot een eigen kunstwerk. De tijd is een belangrijk terugkerend onderwerp in zijn werk: hoe ouder de boeken, hoe beter. Het katoenen papier is bijvangst: het papier van de boeken van vandaag vergeelt zo snel. Hoewel ik zijn kunst bewonder – het is veel beeldender en esthetischer dan wat ik zojuist gezien heb – moet ik toch even slikken: een gat in de vorm van een driehoek gaat dwars door de bladzijden heen: weg kennis. Weg stukje waarheid. Het boek is nu in de handen van zijn waarheid en in het land van de kunst waar iedere waarheid even zwaar telt, klopt dat.

Niet alleen een schrijver houdt vast aan woorden zoals hij aan het leven vasthoudt: de meeste mensen zoeken hun waarheid in de taal. Een grote denkfout, volgens vriend en filosoof Jan Bor, die zegt dat de waarheid in de aanraking ligt. Zeg dat maar eens tegen de forensisch onderzoekers van de moord op Willem van Oranje in 1584. De laatste woorden van onze Vader des Vaderlands zouden zo vaderlijk geweest zijn: ‘Mon Dieu ayez pitie de mon âme; Mon Dieu ayez pitie de ce pauvre peuple’. Maar, blijkt uit het forensisch onderzoek van onderzoeksbureau DelftTech, Willem van Oranje kan helemaal niks gezegd hebben, want Willem van Oranje was op slag dood.

Het onderzoek naar wat Willem van Oranje precies gezegd zou hebben, en vooral naar of hij wel iets gezegd zou kunnen hebben, heeft vier jaar geduurd. Om maar even aan te geven welk belang we hechten aan het woord om de waarheid te achterhalen. Maar wat zou het eigenlijk, wat Willem van Oranje precies gezegd heeft en of hij het in het Frans, Nederlands of Duits (‘Ach Gott, erbarme dich meiner und des armen Volcks’) gezegd zou hebben? Zei hij het een keer of twee keer achter elkaar? En was het: mijn God heb medelijden met het arme volk, met dit arme volk of met uw arme volk? Heeft hij het wel gezegd of niet? Zoveel speculaties (hij kan niks gezegd hebben, want hij had net gegeten en na een maaltijd was hij altijd stomdronken) en zoveel twijfel (in Holland bleef niks geheim, als de Staten-Generaal dit hebben verzonnen om de Vader des Vaderlands in een beter daglicht te stellen bij zijn volk, had het uit moeten komen) en dan vier jaar onderzoek om de exacte woorden te achterhalen. Die drang, die behoefte aan controle en duidelijkheid. Die heerlijke controle en duidelijkheid. Ach wat moet het bevrijdend zijn om de waarheid te kunnen vangen in een blokfluit met een beetje gips.