'Onevenredig veel medailles op platteland'

Nederland - Drimmelen - ( Noord Brabant ) - 17-04-2005 Toerfietser in landschap met afgezaagde boomstammen. Foto: Sake Elzinga

De aanleiding

In Den Bosch is gisteren de Nederlandse olympische sportploeg gehuldigd. Lezer Hans Meijering uit Veendam merkte vorige week per ingezonden brief op dat alle Nederlandse goudenmedaillewinnaars van het platteland komen. „Dit is opmerkelijk, want slechts 38 procent van de Nederlanders woont op het platteland”, schreef Meijering. Volgens hem is de kans dat je op het platteland „in een sportieve sfeer en dus in een gezonde leefomgeving opgroeit veel groter dan als je wieg in de stad staat”.

Interessante constatering, vond de redactie en next.checkt ging aan de slag. Is hier sprake van toeval, of komen de zilveren- en bronzenmedaillewinnaars ook vooral van het platteland? En hoe zat dat op de Olympische Spelen van 2004 en 2008?

Interpretaties

Wat we hier onderzoeken is de bewering dat olympische medaillewinnaars, in verhouding tot het aantal Nederlanders dat op het platteland woont, onevenredig vaak van het platteland komen. We kijken daarbij niet naar de plaats waar de wieg van de sporters stond, maar naar de plaats waar ze opgroeiden. Wij vinden dat iemand van het platteland komt als hij of zij daar is opgegroeid.

Maar wat is platteland? Het percentage plattelanders dat Meijering noemt, stamt uit 2006. Het Centraal Bureau voor de Statistiek deelt buurten op in ‘zeer sterk stedelijk’, ‘sterk stedelijk’, ‘matig stedelijk’, ‘weinig stedelijk’ en ‘niet stedelijk’. In 2006 woonde 38 procent, oftewel 6,2 miljoen Nederlanders, in een ‘niet stedelijke’, of ‘weinige stedelijke omgeving’. Dat zijn buurten met maximaal 1.000 adressen per vierkanten kilometer. Dat beschouwen we hier als platteland.

Bij de sporters kijken we alleen naar individuele sporters en duo’s, niet naar de ploegen. Het voert voor drie Olympische Spelen te ver om uit te zoeken waar alle leden van medaillewinnende teams opgroeiden. Daarom bekeken we de plaats waar 43 olympische medaillewinnaars opgroeiden en lieten we 17 sportploegen (zwemmen, roeien, hockey, waterpolo, paardensport en zeilen) buiten beschouwing.

En, klopt het?

Zoals Meijering al opmerkte, groeiden de goudenmedaillewinnaars op de Olympische Spelen in Londen allemaal op in plattelandsgemeenten: zwemster Ranomi Kromowidjojo in Sauwerd, windsurfer Dorian van Rijsselberghe in Den Burg, wielrenster Marianne Vos in Babyloniënbroek en turner Epke Zonderland in Lemmer.

Hetzelfde geldt voor de zilveren medaillewinnaars: zeilster Marit Bouwmeester in Warten, paardrijder Gerco Schröder in Tubbergen en paardrijdster Adelinde Cornelissen in Beilen.

Bij de zeven bronzenmedaillewinnaars zijn er twee die in een stedelijke omgeving opgroeiden. Zwemster Marleen Veldhuis komt uit het niet al te grote Borne (21.500 inwoners). Toch is dit volgens het CBS geen plattelandsgemeente. En judoka Edith Bosch komt uit de stad Den Helder. Henk Grol, ook judoka, komt uit Veendam. Die gemeente als geheel is een plattelandsgemeente, al heeft Veendam wel enkele meer verstedelijkte buurten. Baanwielrenner Teun Mulder komt uit het gehucht Zuuk, bmx-rijdster Laura Smulders uit het dorp Horssen en het zeilduo Lisa Westerhof en Lobke Berkhout respectievelijk uit de plattelandsgemeenten Den Dolder en Zuidoostbeemster.

Al met al moge duidelijk zijn dat de plattelandsgemeenten deze Olympische Spelen bij de medaillewinnaars zwaar zijn oververtegenwoordigd: 12 medailles (85,71 procent) voor het platteland en 2 (14,29 procent) voor sporters die opgroeiden in min of meer stedelijk gebied (Borne en Den Helder).

Dan de Olympische Spelen van 2008 in Peking. Goud was er voor paardrijdster Anky van Grunsven uit het dorp Erp en wielrenster Marianne Vos, zoals we eerder zagen, uit Babyloniënbroek. Maar de overige goudenmedaillewinnaars groeiden op in steden: roeister Marit van Eupen in Arnhem, haar collega Kirtsen van der Kolk in Haarlem en zwemmer Maarten van der Weijden in Alkmaar.

Van de zilveren medaillewinnaars groeide judoka Deborah Gravenstijn op in plattelandsgemeente Tholen, zeilster Lobke Berkhout in Zuidoostbeemster en zeilster Marcelien de Koning in de stad Hoorn.

Er waren vier judoka’s die brons wonnen. Ruben Houkes komt uit Schagen. Deze plaats heeft nog geen 20.000 inwoners, maar valt volgens het CBS niet onder de plattelandsgemeenten. Judoka Elisabeth Willeboordse komt uit de stad Middelburg, Judoka Edith Bosch uit Den Helder en judoka Henk Grol uit Veendam, wat, zoals we eerder zagen, nog net een plattelandsgemeente is. In 2008 kwamen dus vijf medaillewinnaars (41,67 procent) van het platteland en zeven (58,33 procent) uit stedelijk gebied.

Bij de Olympische Spelen van 2004 in Athene was het (Brabantse) platteland oververtegenwoordigd bij het goud: Anky van Grunsven uit Erp, wielrenster Leontien Zijlaard-Van Moorsel uit Boekel en zwemmer Pieter van den Hoogenband uit Geldrop. Zwemster Inge de Bruijn komt uit het stedelijke Barendrecht bij Rotterdam.

Bij het zilver was er een gemengd beeld: badmintonster Mia Audina uit Jakarta (Indonesië), wederom Edith Bosch (uit Den Helder) en Inge de Bruijn (uit Barendrecht). Maar ook de dorpelingen Theo Bos, wielrenner uit Hierden en Pieter van den Hoogenband uit Geldrop.

Ook bij het brons zowel plattelanders als stedelingen: Judoka Mark Huizinga uit stedelijk Vlaardingen bij Rotterdam, judoka Dennis van der Geest (Haarlem), de roeisters Marit van Eupen (Arnhem) en Kirsten van der Kolk (Haarlem) en weer Inge de Bruijn (Barendrecht). Maar ook de dorpelingen Deborah Gravenstijn uit Tholen, mountainbiker Bart Brentjens (Schaijk) en Leontien Zijlaard van Moorsel (Boekel). In 2004 kwamen acht medaillewinaars (47,1 procent) dus van het platteland en negen (52,9 procent) uit stedelijk gebied.

Conclusie

Over drie Olympische Spelen bekeken komen er 25 medaillewinnaars (58,14 procent) van het platteland en 18 (41,86 procent) uit stedelijk gebied. Daarbij zijn de Olympische Spelen van 2012 in Londen een absolute uitschieter qua aantal medailles op het platteland (85,71 procent). Als alleen naar de Spelen van 2004 en 2008 wordt gekeken, dan blijken er 13 medailles naar plattelanders te zijn gegaan en 16 naar sporters uit stedelijk gebied. Dat betekent 44,82 procent van de medailles voor de dorpelingen en 55,17 procent voor de stedelingen. Dat komt al meer overeen met het percentage van 38 procent Nederlanders dat in 2006 op het platteland woonde en 62 procent in stedelijk gebied. Maar ook in 2004 en 2008 samen was dus nog sprake van oververtegenwoordiging van plattelanders. En bij de medaillewinnaars in stedelijk gebied zaten er ook die in plaatsen als Borne en Schagen opgroeiden, wat je toch amper steden kunt noemen. Sterker nog, de top 12 van grootste steden in Nederland (3,7 miljoen inwoners, 22 procent van de bevolking) ontbreekt in de lijst met plaatsen waar medaillewinnaars opgroeiden.

Bij dit onderzoek moeten we aantekenen dat we keken naar de plaatsen waar sporters opgroeiden en dat we dit afzetten tegen het percentage Nederlanders dat in 2006 op het platteland woonde. In de steden wonen genoeg mensen die opgroeiden op het platteland en andersom. Het was zuiverder geweest als we het percentage medaillewinnaars op het platteland hadden afgezet tegen het percentage Nederlanders dat op het platteland opgroeide, maar daarover zijn geen cijfers beschikbaar. Dat neemt niet weg dat we de stelling dat Nederlandse olympische medaillewinnaars onevenredig vaak van het platteland komen (in verhouding tot het aantal Nederlanders dat op het platteland woont) kunnen beoordelen als waar.