Noorse premier uit spijt om falen politie

Niet alleen beging de Noorse politie veel blunders, zodat Anders Breivik 77 mensen kon doden. De autoriteiten waren er niet op voorbereid dat zoiets kón gebeuren.

De vraag of hij had overwogen om af te treden, ontweek de Noorse premier Jens Stoltenberg gisteren. Wel zei hij, bij de presentatie van een vernietigend rapport over het falende politieoptreden bij de dubbele terreuraanslag van Anders Breivik op 22 juli vorig jaar, dat hij de uiteindelijke verantwoordelijkheid op zich neemt voor de fouten van politie en inlichtingendiensten.

Hoe talrijk en ernstig die fouten waren, en hoe onvoorbereid de politiediensten waren op een dergelijke aanslag, maakte het rapport pijnlijk duidelijk. Het stuk bevat 31 aanbevelingen om de toestand te verbeteren, waaronder een verbod op semi-automatische wapens en uitbreiding van het aantal politiehelikopters en piloten. De enige beschikbare helikopter van de Noorse politie kon op de bewuste dag niet ingezet worden, omdat de bemanning met vakantie was.

De ernstigste constateringen van de onafhankelijke onderzoekscommissie zijn dat de bomaanslag in het centrum van Oslo, waarbij acht doden vielen, voorkomen had kunnen worden, en dat de schietpartij op het eilandje Utøya, waarbij 69 mensen omkwamen, eerder beëindigd had kunnen worden. Al in 2004 was geconstateerd dat de straat in Oslo waar het kantoor van de premier staat, kwetsbaar is voor aanslagen, en in 2010 was eindelijk besloten de straat voor verkeer af te sluiten. Alleen was het er nog niet van gekomen, en werd ook op het parkeerverbod niet toegezien – zodat Breivik er zonder probleem zijn bomauto kon parkeren.

Zeven maanden eerder had de douane de binnenlandse veiligheidsdienst al ingelicht dat Breivik in Polen chemicaliën had gekocht waarmee een bom gemaakt kan worden. Maar met die informatie werd niets gedaan. Zoals ook niets gebeurde met het signalement van Breivik dat een getuige tien minuten nadat de bom was afgegaan doorgaf aan de politie. Het signalement, plus omschrijving van de auto waarmee hij wegreed en het kenteken, bleef twintig minuten liggen, en werd vervolgens wel doorgegeven maar pas twee uur later gelezen, en toen was Breivik allang op Utøya aan het schieten.

De eerste agenten die, met veel vertraging, op het eiland aankwamen beperkten zich ertoe, zoals hun geïnstrueerd werd, de situatie in kaart te brengen. Voor het aanhouden van de schutter wachtten ze op het arrestatieteam. De verspilde tijd noemt de commissie „onacceptabel”. Stoltenberg sprak er z’n diepe spijt over uit.

De beste manier om mijn verantwoordelijkheid te nemen, zei de premier, „is me ervan te verzekeren dat de maatregelen worden genomen die nodig zijn om de veiligheid te verbeteren.” Vorig jaar trad de minister van Justitie af vanwege deze zaak.