Met z’n allen schade claimen? Vergeet ’t maar

Omvangrijke claims zoals in de VS maken in Nederland geen kans, zegt procesadvocaat Hendrik Jan Bos. Het maximaal haalbare in een collectieve rechtszaak: een verklaring dat de aangeklaagde onrechtmatig heeft gehandeld. „De rechtsgang in Nederland duurt veel te lang. Zes jaar procederen trekt een particulier niet.”

Waar massaschadeclaims tegen de Staat in Nederland uitzonderlijk zijn, zijn die in het bedrijfsleven aan de orde van de dag.

Groepen gedupeerde klanten of beleggers wenden zich, al dan niet geïnitieerd door advocaten, graag gezamenlijk tot de bedrijven c.q. beleggingsadviseurs die hen in hun ogen hebben opgelicht. Denk aan de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) met zijn vele procedures tegen beursgenoteerde bedrijven die met financiële schandalen voor grote koersdalingen en dus vermogensschade zorgden: Ahold, World Online, Shell. En meer recent: nog vóór het interne onderzoek naar boekhoudkundige onregelmatigheden is afgerond vorderde de VEB begin deze maand al compensatie van Douwe Egberts voor gemelde malversaties bij een Braziliaanse dochtermaatschappij, al moet de dagvaarding nog de deur uit.

Of denk aan de Consumentenbond die een bedrijf aanspreekt op massaal verkeerd geleverde diensten of producten. Meerdere belangenclubs, waaronder de VEB en Vereniging Eigen Huis, trokken gezamenlijk ten strijde tegen enkele grote verzekeringsmaatschappijen om financiële genoegdoening in de zogeheten woekerpolisaffaire, waarbij miljoenen klanten geld verloren door omstreden beleggingsverzekeringen.

Strikt genomen is het succes van deze massaclaims nihil, om de eenvoudige reden dat een vordering tot vergoeding van collectieve schade in Nederland niet door de rechter kán worden toegewezen.

„Een Amerikaanse ‘class action’ waarbij miljarden worden uitgekeerd aan een groep gedupeerden komt in het Nederlandse rechtsysteem niet voor”, zegt advocaat Hendrik Jan Bos. „Hier kun je alleen een collectieve aansprakelijkstelling bereiken.”

Bos, een procesadvocaat van het Amsterdamse kantoor Bos & Partners, legt uit dat in Nederland het maximaal haalbare in een collectieve rechtszaak een verklaring voor recht is dat de aangeklaagde partij onrechtmatig heeft gehandeld. „Met die uitspraak in de hand kunnen de individuele slachtoffers vervolgens een daadwerkelijke schadeclaim indienen bij de rechter. Dat moeten zij ieder apart doen, want je moet individueel je schade aantonen.”

Dat vergt een lange adem en levert nooit de gedroomde bedragen op die we kennen uit Amerikaanse legal thrillers.

Dus mikken de advocaten die slachtoffercollectieven bijstaan vooral op schikkingen. Om langdurige en kostbare procedures te voorkomen wachten strijdende partijen geen bindende uitspraak van de rechter af maar komen een voor allen aanvaardbare schadevergoeding overeen, in ruil voor het intrekken van alle ingediende vorderingen.

Om dergelijke regelingen te vergemakkelijken kwam de wetgever in 2005 – het jaar van de Duisenberg-regeling in de Legio Lease-affaire – met de Wet collectieve afwikkeling massaschade (Wcam). Die maakt het mogelijk om bereikte schikkingen tussen slachtoffercollectieven, vaak verenigd in stichtingen, en bedrijven algemeen verbindend te laten verklaren, ook voor degenen die zich er niet automatisch bij hadden aangesloten.

De Tweede Kamer zal zich na de komende verkiezingen buigen over enkele aanpassingen van de Wcam om collectieve schadeafwikkeling nog eenvoudiger te maken, waarbij de PvdA in een motie heeft gevraagd om in de toekomst ook collectieve schadevergoedingen door de rechter te kunnen laten toewijzen.

In een schriftelijke reactie eind juni ging demissionair minister Opstelten van Justitie daar niet inhoudelijk op in – „de keuze welke maatregelen het beste zijn, is aan het volgend kabinet” – maar wel wees hij op het belang van „collectieve acties”. Die „kunnen de toegang tot het recht vergroten”. En: „Ook voor de beweerdelijk aansprakelijke partij kan een collectieve actie voordelig zijn [omdat die] het voeren van vele individuele procedures kan voorkomen.”

Maar de minister waarschuwt ook voor de nadelen. „Claimcultuur heeft een januskop. [...] Collectieve acties kunnen ook tot uitwassen leiden, denk aan ambulance chasing (waarbij letselschadeadvocaten jagen op verkeersslachtoffers, red.).”

Hoewel advocaat Bos van collectieve claims houdt – hij was betrokken bij de woekerpolisaffaire, zaken tegen Baan en Ahold en won vorig jaar een spraakmakende zaak van vijf gedupeerde beleggers tegen de voormalige bestuurstop van Fortis – is hij geen voorstander van de gevreesde ‘Amerikaanse toestanden’ in de Nederlandse claimcultuur.

Waarom niet?

„Ik hou niet van jury-rechtspraak en vind het punitieve element dat in de VS schadevergoedingen tot zulke bezopen niveaus tilt, niet gezond. Hier kun je vertrouwen op het eerlijke oordeel van drie onafhankelijke, deskundige rechters.”

Heeft het Nederlandse systeem ook nadelen?

„Ik weet dat het woord procederen van het Latijnse woord ‘procedere’ komt – langzaam voortschrijden – maar de rechtsgang in Nederland duurt veel te lang. Een procedure van meer dan zes jaar trekt een particulier gewoon niet. Daar zou je wat aan kunnen doen, zonder het Amerikaanse systeem meteen over te nemen.”

Zoals?

„Je zou in kort geding een voorschot op de schadevergoeding kunnen laten uitkeren. Maar dat durft de rechter in Nederland meestal niet aan.”

Bent u voor collectieve procedures als er meerdere slachtoffers zijn?

„Jazeker, maar ik vind dat die groepjes zichzelf moeten organiseren en dat die lotgenoten vervolgens zelf een advocaat uit moeten zoeken. Ik ben namelijk niet zo gecharmeerd van al die stichtingen die door advocaten worden opgericht. Die gaan dan vervolgens bij Pauw & Witteman zitten om zieltjes te winnen. Ik heb de indruk dat vooral die advocaten daar beter van worden.”

Maar het no cure no pay-principe is toch verboden in Nederland?

„Voor individuele advocaten wel, ja, maar zo’n stichting kan wél een no cure no pay-vergoeding vragen. En de betrokken advocaat kan daar vervolgens declareren wat hij wil. Ik zie claimstichtingen in Nederland vaak te dicht op hun advocaten zitten.”

Wat vindt u ervan dat enkele slachtoffers en nabestaanden van de schietpartij vorig jaar in Alphen aan den Rijn, schade willen verhalen op de politie?

„Dit lijkt me een heel lastige zaak. Claims tegen de Staat na de vuurwerkramp in Enschede en de legionella-uitbraak bij de Westfriese Flora zijn bij de Hoge Raad en het Hof gesneuveld. Los daarvan: als het lukt om de toezichthouder voor een vermeende onterechte wapenvergunning aan te klagen, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor andere toezichthouders bij andere soorten ongelukken. Wordt het CBR dan aansprakelijk bij een dodelijk verkeersongeval? En de parkeerwacht als een ambulance een slachtoffer niet kan bereiken omdat er een auto dubbel geparkeerd staat? Het lijkt me onwerkbaar. Als de toezichthouder het altijd heeft gedaan, wordt het land onbestuurbaar.”