Konkelefoezen

Ik zat aan tafel met een veertienjarige jongen die me de intrigerende wereld van de computergame Starcraft aan het uitleggen was. Dat ging ongeveer zo: „En er zijn meerdere niveaus, like brons, zilver, goud, platinum, diamant, master en grandmaster, en die grandmasters die hebben heel veel APM’s, like iets van 150 ofzo, je kan er

Ik zat aan tafel met een veertienjarige jongen die me de intrigerende wereld van de computergame Starcraft aan het uitleggen was. Dat ging ongeveer zo: „En er zijn meerdere niveaus, like brons, zilver, goud, platinum, diamant, master en grandmaster, en die grandmasters die hebben heel veel APM’s, like iets van 150 ofzo, je kan er allemaal filmpjes van bekijken op YouTube.”

Does he really thinklike peeing on Miffy makes him like more of a man?

Hoewel ik zeker meer wilde weten over Starcraft, was ik tegelijkertijd ook gebiologeerd aan het luisteren naar hóé hij vertelde: ik had nog nooit iemand op zo’n natuurlijke en ongedwongen manier het woord ‘like’ in het Nederlands horen gebruiken. ‘Like’ is bij mij vooral bekend als het troetelwoord van de Amerikaanse ‘Valleyspeak’: rijke blonde meisjes die dezelfde met Swarovski-kristallen beklede string dragen als hun roze geverfde chihuahua’s en die slechts zinnen construeren als: „And I was like, uhm, I don’t think so, does he really think like peeing on Miffy makes him like more of a man?” Maar de veertienjarige jongen gebruikte ‘like’ helemaal niet op die manier. Het woord werd achteloos en niet overdreven Engels uitgesproken, het vloeide samen met de zin, het had de woorden ‘zoals’ en ‘bijvoorbeeld’ vervangen.

Ik dacht altijd dat de mensen die op zeepkisten stonden om ons te waarschuwen dat de Nederlandse taal langzaam wordt opgegeten door het Engels als door een dikke, stoïcijns voor zich uitkijkende python, dat die een beetje overdreven. Er is ‘hashtag’, maar er is ook ‘caviapolitie’. Toch ging ik door het gemak waarmee de jongen ‘like’ integreerde nadenken over al het Engels om me heen.

Natuurlijk kennen we categorie 1: de uitbundigheid waarmee op kantoren en op zelfstandig ondernemerscongressen Engels jargon wordt gebruikt, met zinnen als „bij deze training align ik je core qualities met de out of the box mentality van de business, als jullie nu verder gaan met deze assessments ga ik even naar de wc om een snuif ketamine te nemen, een paar minuten te huilen en mijn moeder te bellen, oké?”

Verder hoor ik vaak categorie 2: iemand die hier en daar een Engelse uitdrukking tussen zijn zinnen slingert. „Er is een mug in de kamer.” „Wát? Waar? KILL IT WITH FIRE!”

En laatst viel me ook categorie 3 op: een vriend verzuchtte op een terrasje: „Ik moet gewoon meer geld maken, ik ben echt helemaal blut.” Hij had het niet over zijn lucratieve handeltje in het bijdrukken van nepgeld, hij had gewoon de Engelse term ‘to make money’ letterlijk vertaald naar het Nederlands. Een andere keer drukte een vriendin me op het hart dat ik een probleem „gewoon moest opbrengen tijdens een gesprek”. Hoewel het klonk alsof ze me aanraadde om een offer te maken, begreep ik dat ze ‘bring it up’ bedoelde – ter sprake brengen.

Mijn conclusie was: managerstaal is op zijn best aandoenlijk en slecht vertaalde Engelse zinnen zorgen voor meer verwarring dan je in een gesprek lief is, maar ‘kill it with fire’ mag absoluut blijven – als je ‘dood het met vuur’ zegt klink je toch meer als een afgekickte pyromaan met een terugval. Engels kan een verrijking zijn – maar het Nederlands biedt meer dan je denkt. Ik blijf hoe dan ook Engelse uitdrukkingen combineren met mooie Nederlandse woorden. Like konkelefoezen.