Franse prostituee wil niet ondergronds

De kersverse Franse minister van Vrouwenrechten wil straf zetten op hoerenbezoek. De prostituees in Lyon vinden dat maar niets.

Correspondent Frankrijk

Lyon. Ruim veertig jaar zit ze in het vak. „Nog altijd naar tevredenheid”, zegt Marie-George (59) vanuit een klapstoeltje voor het bestelbusje waar ze haar klanten pleegt te ontvangen. „Iedereen in mijn omgeving weet hoe ik mijn geld verdien, ik schaam me er niet voor.”

Maar minister van Vrouwenrechten Najat Vallaud-Belkacem wil dat ze verdwijnt. En niet alleen Marie-George, maar alle tienduizenden mannen en vrouwen die hun geld verdienen als prostituee in Frankrijk. Vallaud-Belkacem noemde het in juni haar doel: niet het beperken, maar „het uitbannen van de prostitutie”. In een interview legde de nieuwe socialistische minister van Vrouwenrechten uit dat ze streeft naar een wet naar Zweeds model, dus waarbij de klant boetes en gevangenisstraf riskeert. Sindsdien is het in Frankrijk de zomer van de prostitutie. Vrouwen uit het vak demonsteren op straat, academici en een enkele mannelijke klant schrijven opinieartikelen in de grote kranten.

Het is vroeg in de avond en druk is het nog niet in Gerland, een industriegebied aan de rand van Lyon. Een tiental bestelbusjes staat langs de weg geparkeerd. Zwaar opgemaakte vrouwen, de meeste van Afrikaanse herkomst, proberen vanachter het stuur de spiedende blikken vanuit de passerende auto’s op te vangen.

Over teruglopende klandizie maakt Marie-George zich niet direct zorgen. Wel over haar veiligheid. „Nu staan we nog bij elkaar in een relatief veilige omgeving, maar met zo’n wet zijn we genoodzaakt nóg meer afgelegen plekken op te zoeken – met alle gevaren van dien.”

Het verlenen van seksuele diensten in ruil voor geld is in Frankrijk als zodanig niet verboden. Maar bordelen en klantenwerving zijn dat wel. Daarom speelt straatprostitutie zich in Frankrijk vooral af buiten de stadscentra: langs snelwegen, in bossen en op industrieterreinen. Anderen nemen hun toevlucht tot gespecialiseerde websites met duizenden advertenties.

Het aantal straatprostituees in en rond Lyon verdubbelde in enkele jaren tijd tot ongeveer 800. Volgens Antoine Baudry van Cabira, een stichting die hen met medische zorg bijstaat, is die stijging te verklaren door de toevloed van vrouwen uit Oost-Europa, Afrika ten zuiden van de Sahara, Brazilië, Portugal en Spanje.

„Verreweg de meesten beschikken over een verblijfsvergunning en werken als zelfstandige” , zegt Baudry. Mede daarom stelt Cabira zich op het standpunt dat de politiek zich beter kan richten op de aanpak van vrouwenhandelaren.

De politie van Lyon heeft daar geen boodschap aan en treedt vanouds hard op tegen straatprostituees. Marie-George betaalde het afgelopen jaar naar eigen zeggen 6.000 euro aan bekeuringen.

Kisten laat ze zich niet. Ze was er al bij toen op 2 juni 1975 ruim honderd prostituees voor het eerst voor zichzelf opkwamen door de Saint-Nizierkerk in Lyon te bezetten, uit protest tegen het repressieve politiebeleid. Nog steeds maken de prostituees van Lyon op gezette tijden hun rebelse reputatie waar. Pas na fel protest lieten ze zich een paar jaar geleden uit de buurt rond het station Perrache verdrijven. Tegen de plannen van Vallaud-Belkacem – eerder in Lyon werkzaam als wethouder – organiseerden ze inmiddels een demonstratie voor het stadhuis.

In de Franse politiek staat Vallaud-Belkacem lang niet alleen in haar verlangen de prostitutie uit te bannen. Vorig jaar december ondertekenden de leiders van alle partijen in het Franse parlement dit streven.

Sinds de aankondiging van Vallaud-Belkacem dat er een wet zit aan te komen, is het debat tussen ‘abolitionisten’ en ‘reglementristen’ weer in volle hevigheid opgelaaid.

Volgens Anne-Cécile Mailfert, van de vrouwenorganisatie Osez le féminisme!, verbloemt het zelfbewuste gedrag van vrouwen als Marie-George een sinistere werkelijkheid van vrouwenhandel en dwang. „Prostitutie is intrinsiek gewelddadig. Overlevers krijgen steevast te maken met posttraumatische stoornissen.”

Osez le féminisme! is een landelijke club van jonge feministes die in korte tijd een prominente plaats in de publieke arena heeft verworven. Caroline De Haas, een van de oprichters, is inmiddels kabinetsdirecteur van Vallaud-Belkacem. Critici betichten de leden van Osez le féminisme! van ideologische scherpslijperij en moralisme. Zoals Elisabeth Badinter, feministe van een oudere generatie, die stelde dat ze niet zag uit naam van welk principe de staat twee volwassenen kan verbieden betaalde seks te hebben. Of de acteur Philippe Caubère, een van de weinige ‘klanten’ die zich mengde in het debat. In dagblad Libération schreef hij een loflied op de prostituee.

Janine Mossuz-Lavau, als onderzoeker werkzaam aan het Institut d’études politiques (Sciences-Po), ergert zich vooral aan het simplisme waarmee zowel Franse politici als leden van Osez le féminisme! het verschijnsel tegemoet treden. „Ze hebben het steeds over dé prostitutie”, zegt ze, „maar dat is een uiterst divers verschijnsel. Zeker, vrouwenhandel bestaat, maar er zijn ook vrouwen die er uit eigen wil voor kiezen. Bovendien blijkt de klant in de praktijk allerminst het monster waarvoor sommigen hem houden.”

Mossuz-Lavau maakt zich zorgen over de gevolgen van de invoering van een wet die hoerenbezoek strafbaar stelt. „Uit onderzoek in Zweden is gebleken dat de prostitutie in dat geval gewoon weer ondergronds gaat. Daar raken de vrouwen buiten bereik van hulporganisaties en zijn ze weer overgeleverd aan pooiers en duistere tussenpersonen.”