De kiezer wil wel degelijk meer dan de 'poppetjes'

Politiek redacteur

Media die negatief publiceren over politiek en politici maken burgers cynisch. Burgers zijn daardoor minder geneigd politici te geloven en hebben minder vertrouwen in het politieke systeem. Dat is één van de belangrijkste conclusies die Rens Vliegenthart trekt in zijn nieuwe boek U kletst uit uw nek. Over de relatie tussen politiek, media en kiezer.

Vliegenthart is hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam en legde allerlei onderzoeken naar de invloed van media op politiek én publiek van de afgelopen vijftig jaar naast elkaar. Wat bleek? Gangbare aannames zoals ‘dat het alleen nog maar over de poppetjes gaat’, kloppen niet. „De politiek inhoud heeft nog steeds een prominente plaats.”

Volgens u zijn media verantwoordelijk voor het cynisme dat veel burgers hebben als het om politiek of politici gaat.

„Ik denk niet dat de media daar in zijn geheel verantwoordelijk voor zíjn, maar ze dragen wel bij aan cynisme en ontevredenheid van de kiezer. Negatieve berichtgeving is afgelopen jaren toegenomen, net als de aandacht die media besteden aan het politieke spel en de strategieën die partijen hanteren. In plaats van alleen over de inhoud te informeren, bijvoorbeeld ‘de PvdA wil dit en dit bereiken’, communiceren media ‘de PvdA wil dit en dit om de SP een loef af te steken’. Die toegenomen aandacht voor conflictjes, strategie en de laatste peilingen draagt er niet aan bij om de burger inhoudelijk te informeren.”

Wat zouden journalisten anders moeten doen?

„Ik ben er voorzichtig mee om daar iets over te zeggen, omdat niet alleen de afwegingen van een individuele journalist in de berichtgeving meespelen. De andere kant is natuurlijk dat het publiek die conflicten en verhalen over onderlinge strijd spannend en boeiend vindt, en daardoor dus in politiek geïnteresseerd raakt. Net zoals burgers het leuk vinden om te lezen over het leven van de persoon achter de politicus. Dus het is ook logisch dat media daarover berichten – het verkoopt. En politici gaan hier natuurlijk zelf in mee, zij conformeren zich aan het spel van de media. En leveren met hun gedrag genoeg reden om negatief te berichten.”

Hoe zouden politici uw bevindingen in de lopende campagne kunnen gebruiken?

„Je ziet nu dat SP en VVD vooral inzetten op de vraag wie de grootste partij wordt – op dat wedstrijdelement. Beide beseffen dat ze van elkaar toch niet veel te verliezen hebben, ze willen zichzelf als dé partij op links of rechts neerzetten. In 1998 gebruikten de VVD en toen de PvdA precies deze zelfde strategie. Die vraag ‘wie wordt de grootste’, die zouden zij bij de kiezer in beeld moeten houden.”

Terwijl de kleine partijen zullen zeggen, ach, opiniepeilingen, dat blijven maar peilingen?

„Opiniepeilingen hebben wel degelijk invloed op kiezers. Ruim 20 procent van de Nederlandse kiezers denkt door peilingen te worden beïnvloed. En onder degenen die pas op het laatste moment besluiten op wie ze gaan stemmen, is dat zelfs 40 procent.

„Onder andere daarom is wat Mariëtte Hamer van de PvdA vorige week zei, dat de PvdA de SP nog wel kan inhalen, van een ontstellende naïviteit. Dat gaat nooit meer gebeuren: de berichtgeving in de media zorgt maar in beperkte mate voor verschuivingen, dus in de komende paar weken campagnetijd verschuiven hooguit nog een paar zeteltjes. In een lange campagne kan positieve berichtgeving een partij ongeveer vier procent van de stemmen opleveren, dat is ongeveer zes zetels. Maar nu zijn het nog maar vier weken tot de verkiezingen. En zelfs als er bij de de SP zes afgaan en de PvdA er zes bij krijgt, komen ze nog niet in de buurt.”

Hoe kan het dat die opiniepeilingen zó belangrijk zijn geworden?

„Na de moord op Pim Fortuyn in 2002 hebben ze een steeds prominentere plek gekregen. Media hebben het idee dat ze met die peilingen laten zien wat er leeft onder de bevolking. Dat ze het volk een stem geven met vragen als ‘wie moet er premier worden’ en ‘welke onderwerpen moeten volgens u hét verkiezingsthema zijn’. En het wedstrijdelement is heel belangrijk – dat trekt publiek aan.

„Peilingen vormen een automatische nieuwsgenerator, elke dag kun je iets nieuws vertellen. En dat is gemakzuchtig van journalisten, omdat die kleine verschuivingen vaak op toeval berusten. Als een partij één zeteltje verschuift in de peilingen, dan hoeft dat statistisch geen significant verschil te zijn. En toch is een partij die één zetel wint volgens de media in the winning mood. Hierin kunnen journalisten hun berichtgeving gemakkelijk verbeteren of completer maken: vertel erbij dat die kleine verschillen eigenlijk toevallig zijn. Dan lever je de burger correctere informatie. Voor grote partijen hoeft zelfs een verschuiving van twee zetels niet substantieel te zijn.”

En tot slot nog goed nieuws uit uw boek: Nederlanders verkiezen inhoud nog steeds boven de ‘poppetjes’.

„Ja, onderzoek toont keer op keer aan dat Nederlandse kiezers ondanks alle berichtgeving nog steeds op basis van hun mening en uitgangspunten op een partij stemmen. En niet op het poppetje dat de partij leidt. Die is min of meer het vehikel dat de boodschap helder moet overbrengen. De lijsttrekker doet er niet méér of minder toe dan twintig jaar geleden.”