De chauffeurskennis

Nadat Max Planck in 1918 de Nobelprijs voor Natuurkunde had gekregen, ging hij door heel Duitsland op tournee. Waar hij ook werd uitgenodigd, hij hield steeds dezelfde voordracht over de nieuwe kwantummechanica. Mettertijd kende zijn chauffeur de voordracht uit zijn hoofd. „Het moet saai voor u zijn, professor Planck, om steeds maar dezelfde voordracht te houden. Ik stel voor dat ik het in München een keer van u overneem, en dan gaat u op de voorste rij zitten met mijn chauffeurspet op. Dat is voor ons allebei eens wat afwisseling.” Planck vond het grappig en ging akkoord en zo hield de chauffeur voor een prominent publiek de lange voordracht over kwantummechanica. Na een tijdje stelde een professor in de natuurwetenschappen een vraag. De chauffeur antwoordde: „Ik had nooit gedacht dat er in een zo vooruitstrevende stad als München zo’n eenvoudige vraag gesteld zou worden. Ik zal mijn chauffeur vragen het antwoord te geven.”

Volgens Charlie Munger, een van de beste beleggers van de wereld, van wie ik het Max Planck-verhaal heb, zijn er twee soorten kennis. Aan de ene kant de echte kennis. Die is afkomstig van mensen die hun kennis met een grote inzet van tijd en denkarbeid hebben verkregen. En aan de andere kant de chauffeurskennis. De chauffeurs in het verhaal van Munger zijn mensen die doen alsof ze iets weten. Ze hebben geleerd een show weg te geven. Ze hebben misschien een leuke stem of zien er overtuigend uit. Maar de kennis die ze verspreiden, is hol. Welsprekend strooien ze met holle frasen.

Helaas wordt het steeds moeilijker de echte kennis van de chauffeurskennis te scheiden. Bij nieuwslezers is het nog eenvoudig. Dat zijn toneelspelers. Punt uit. Dat weet iedereen. En toch is het altijd weer verrassend hoeveel respect men de meesters van de holle woorden betoont. Ze worden voor veel geld uitgenodigd om gespreksleider te zijn voor panels en podia over thema’s die ze nauwelijks aankunnen.

Bij journalisten wordt het al moeilijker. Er zijn er die zich een solide kennis hebben eigengemaakt. Vaak de oudere generatie, journalisten die zich jarenlang in een duidelijk omlijnde thematiek hebben gespecialiseerd. Ze proberen oprecht de complexiteit van een bepaalde stand van zaken te begrijpen en weer te geven. Ze hebben de neiging lange artikelen te schrijven waarin ze een groot aantal gevallen en uitzonderingen belichten.

De meerderheid van de journalisten valt helaas in de categorie van de chauffeur. Binnen de kortste keren toveren ze artikelen over willekeurig welk onderwerp uit de hoge hoed, beter gezegd uit internet. Hun teksten zijn eenzijdig, kort en – vaak ter compensatie van hun chauffeurskennis – ironisch.

Hoe groter een onderneming, hoe meer showkwaliteiten van een CEO worden verwacht – de zogenoemde communicatieve competentie. Een stille, koppige, maar serieuze werker, dat gaat niet, ten minste niet aan de top. Aandeelhouders en journalisten geloven kennelijk dat een showman voor betere resultaten zorgt – wat natuurlijk niet het geval is.

Warren Buffett, Charlie Mungers partner, gebruikt een fantastisch begrip: de circle of competence. De competentiekring. Wat binnen die kring ligt, begrijp je zoals een vakman. Wat er buiten ligt, begrijp je niet of slechts ten dele. Buffetts levensmotto: „Weet wat je eigen competentiekring is en blijf daarbinnen. Het is niet vreselijk belangrijk hoe groot die kring is. Maar het is vreselijk belangrijk om te weten waar de cirkelgrens precies loopt.” Charlie Munger komt ook met een rake opmerking: „U moet uitzoeken waar uw talenten liggen. Als u het geluk buiten uw eigen competentiekring zoekt, gaat u een bar slechte carrière tegemoet. Ik kan het u bijna garanderen.”

Conclusie: wantrouw de chauffeurskennis. Verwar de bedrijfswoordvoerder, de showman, de nieuwslezer, de kletsmajoor, de hollefrasenbouwer, de clichérondstrooier niet met iemand die echt iets weet. Waaraan kunt u zo iemand herkennen? Er is een duidelijk signaal. Wie werkelijk iets weet, weet wat hij wel weet en wat niet. Als iemand van dat kaliber zich niet in zijn ‘competentiekring’ bevindt, zegt hij niets of alleen: „Dat weet ik niet.” Hij zegt dat zonder spijt, ja zelfs met een zekere trots. Van chauffeurs hoort u van alles, maar die zin niet.

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten.