De boodschap ‘roken is dodelijk’ zet soms juist aan tot roken

Dreigen met dodelijke ziekten op de verpakking van rookwaren helpt niet om het roken te ontmoedigen. Sterker nog, soms zet het aan tot méér roken. Dat blijkt uit een meta-analyse van Maastrichtse onderzoekers in het vakblad Health Psychology Review.

Over het effect van ‘angstboodschappen’ in overheidscampagnes bestond veel verwarring in de wetenschappelijke literatuur, vertelt gezondheidspsycholoog Gjalt-Jorn Peters en eerste auteur aan de telefoon: „Een aantal studies beweren dat ze wel werken. Maar de psychologische theorie voorspelt dat ze niet zullen werken, wat eveneens door studies ondersteund wordt.”

Peters en collega’s voerden daarom een nieuwe meta-analyse uit met „strakkere voorwaarden” om het effect van de waarschuwingen zo zuiver mogelijk te kunnen beoordelen. „Studies waarin mensen na het zien van angstwekkende plaatjes werd gevraagd wat zij zouden doen, lieten wij links liggen. Zo meet je namelijk alleen de intentie en niet het daadwerkelijke gedrag.”

De meeste mensen relativeren angstboodschappen weg, blijkt nu. Als ze geconfronteerd worden met onprettige gedachten, zoals de dood, reageren ze door hun zelfbeeld te versterken. „Rokers kunnen hun zelfbeeld bevestigen door te roken”, zegt Peters. „Ze zeggen tegen zichzelf: ik ben niet zo sterfelijk, dat geldt niet voor mij.”

In plaats van waarschuwingen kunnen er beter adviezen hoe te stoppen met roken op de verpakking staan, zoals bijhouden hoeveel pakjes sigaretten je eigenlijk koopt in een week. „Tips zijn effectiever” , zegt Peters, „en die kunnen tenminste niet averechts werken.”