China houdt buitenlandse advocaten buiten de deur

China lijkt buitenlandse advocaten te beschouwen als spelbedervers. Ze sluiten alleen maar deals en vormen beslist geen bedreiging voor de communistische heerschappij. Toch weigeren bezorgde leiders licenties uit te geven aan niet-Chinese advocatenfirma’s. Niet bepaald de juiste manier om buitenlandse investeringen aan te trekken. Maar iedere beleidswijziging zal moeten wachten tot na de spannende moordzaak en huidige politieke overgangsperiode. Toch zal China geen toonaangevende economie kunnen worden zonder de hulp van mondiale advocatenfirma's.

Er zijn al heel veel buitenlandse advocaten in China. Meer dan tweehonderd grote firma’s, als Paul Hastings en Clifford Chance, hebben vestigingen in het land. Ze mogen zich alleen niet met het Chinese recht inlaten. Wat ertoe leidt dat pleidooien in rechtszaken, advies over lokale regels en andere essentiële diensten worden overgelaten aan advocaten die zijn goedgekeurd door de Volksrepubliek.

Hoewel velen van hen zeer deskundig zijn, aarzelen buitenlandse cliënten een beroep op hen te doen. Ongeveer een derde van de Chinese advocaten is lid van de Communistische Partij en ze moeten allemaal trouw zweren aan de leiders van die partij. Geen van hen is officieel gebonden aan een zwijgplicht, zodat geheimen van cliënten in theorie naar het Politburo kunnen lekken. En omdat betrekkelijk weinig Chinese advocaten kennis van zaken hebben op het gebied van internationale transacties, is de vraag naar buitenlandse juridische hulp groot.

Tot op zekere hoogte wordt ook nu al in die vraag voorzien. Buitenlandse advocaten met tientallen jaren ervaring in China geven informeel advies over de wet en het rechtssysteem van het land, en overheidsfunctionarissen knijpen een oogje toe. Dat is de manier waarop grote fusies, joint-ventures en financieringsconstructies waarbij grote banken en bedrijven betrokken zijn tot stand komen.

Het gevaar is de zogenoemde ‘cobra in de kandelaar’: de functionaris van het ministerie van Justitie die onverwachts kan toeslaan. In 2006 veroordeelde de Shanghai Lawyers Association (de Vereniging van Advocaten van Shanghai) bijvoorbeeld buitenlandse firma’s die illegaal Chinese advocaten inhuurden. Hoewel er niet werd opgetreden, lieten de Chinese advocaten er geen twijfel over bestaan dat ze één lijn trokken met de regering en de partij.

De Chinese advocatuur heeft deze bescherming misschien niet langer nodig. Sommige Chinese firma’s hebben duizenden advocaten en filialen in New York, Londen en Parijs. Het in Beijing gevestigde King & Wood is in maart dit jaar gefuseerd met de Australische zwaargewicht Mallesons Stephen Jaques, met als doel een mondiale speler te worden. Internationale advocatenfirma’s maken zich met reden zorgen over de Chinese concurrentie. Ze eisen op z’n minst gelijke kansen en zeggen dat China zijn regels zal moeten versoepelen voordat Chinese firma's hun vleugels mogen uitslaan op buitenlandse markten.

En Beijing zou misschien naar deze woorden hebben geluisterd, als er maar geen sprake was geweest van de moordzaak tegen de vrouw van het voormalige Politburo-lid Bo Xilai en van een leiderschapswisseling die voor dit najaar op de rol staat. Nu deze zaken aan de orde zijn, is de partij niet in de stemming om zijn juridische systeem te hervormen. Maar die tijd zal zeker nog wel aanbreken.

Reynolds Holding

Vertaling Menno Grootveld