Blinde muis ziet weer scherp

Dankzij een nieuwe prothese kunnen muizen weer zien, en zelfs zo scherp dat zij in staat zijn individuele gezichten te herkennen. Dat schrijven twee Amerikaanse biofysici van Cornell University in New York vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. De weg ligt open voor een nieuwe generatie oogprotheses, stellen zij.

De oogprotheses die tot nu toe zijn ontwikkeld werken met een chip die de zenuwcellen in het netvlies stimuleren. Maar hoewel de resolutie van deze implantaten steeds verder verbetert, leveren ze alleen beelden op in vage contouren. Maar Sheila Nirenberg en Chethan Pandarinath zijn er nu in geslaagd de scherpte van het beeld sterk te verbeteren door een zogeheten transcoder te gebruiken, die beelden vertaalt naar de pulsen die normaal uit lichtgevoelige cellen in het netvlies komen.

De transcoder zet camerabeelden over in blauwe lichtpulsen die dezelfde eigenschappen hebben als de elektrische pulsen die de pigmentcellen normaal produceren (deze pigmentcellen missen of werken niet goed bij veel blinden). De lichtpulsen prikkelen zenuwcellen in het netvlies in precies de juiste codering, waardoor de beeldinformatie scherper in de hersenen aankomt.

De onderzoekers gebruikten voor hun experiment een muizenstam die door een genetisch defect de pigmentcellen in het netvlies verliezen, hetgeen dieren acht weken na hun geboorte geheel blind maakt. Door middel van genetische manipulatie brachten de onderzoekers bij deze muizen een lichtgevoelig eiwit aan in de ganglioncellen, waardoor deze gevoelig werden voor de blauwe lichtpulsen uit de transcoder.

Om zoiets ook bij mensen voor elkaar te krijgen, zou eerst een gentherapie nodig zijn om het lichtgevoelige eiwit in de ganglioncellen aan te brengen.