Column

Wat is de mooiste spiegel?

De Olympische Spelen zijn een voedingsbodem voor nationalisme – meestal de milde variant. Dat wordt weerspiegeld in het medailleklassement. Die ranglijst wordt overal afgedrukt en gespannen bekeken. Succes of falen van een land als sportnatie wordt afgeleid uit de positie op de medaillespiegel.

En dan te bedenken dat deze spiegel eigenlijk niet bestaat. Althans niet wordt erkend door het het IOC. Dit geeft zichzelf in het Olympisch Handvest zelfs de opdracht om geen ranglijst per land op te maken. Het IOC ziet niets in de spiegel, om het spookachtig uit te drukken.

Daar is wel iets voor te zeggen; prestaties worden geleverd door individuele sporters of teams. Niet door een land. Wat de fans en de vele gelegenheidssupporters daar ook van denken.

Al was de medaillespiegel jarenlang wel een politiek wapen. De Sovjet-Unie en de DDR maakten goede sier met het eremetaal dat hun al dan niet gedrogeerde staatsamateurs veroverden. De Verenigde Staten stelden er studenten tegenover die ijverig colleges atletiek en zwemmen volgden en niet bang hoefden te zijn voor voor een langstudeerboete.

Tegenwoordig is er doorlopend de discussie welke medaillespiegel de mooiste voor het land is. Moet het aantal gouden medailles primair bepalend zijn? Of het totale aantal plakken? De organisatie in Londen geeft beide ranglijsten. Scheelt gezeur.

Het belet hobbyisten niet andere spiegels op te hangen. Het aantal medailles omgerekend per inwoner van een land. De score gerelateerd aan het bnp of de oppervlakte. Nederland doet het vast heel goed als je de som van de medailles vermenigvuldigt met het aantal inwoners dat gemiddeld per vierkante kilometer onder de zeespiegel woont.

Nog een spiegel? Waarom niet de waarde van een medaille in punten uitgedrukt. Zes voor een gouden, drie voor een zilveren, één voor een bronzen. Doet ook recht aan de stelling dat het verschil tussen goud en zilver groter is dan tussen zilver en brons.

En reken het nu zelf maar uit.