Vaag, vol lichtvlekken en korrels

Wat zijn de kleine verhalen waar de moderne mens in gelooft? Wekelijks vertelt Arjen van Veelen zo’n moderne mythe. Vandaag: vintage-apps.

Wat als het NOS Journaal voortaan opeens in sepia of zwart-wit zou zijn? Wat als je op kantoor vanaf morgen zou moeten gaan werken met vergeelde, getypte documenten, vol koffievlekken?

Wat als je buurman zijn auto met een schaaf ging bewerken, tot de lak afbladderde?

Dat zouden we curieus vinden. Maar tegelijk bezoedelen wij en masse onze eigen fotostromen met vintage-apps, die de nieuwste technieken gebruiken om foto’s vergeeld en bekrast te doen lijken: vaag, vol lichtvlekken, korrels, krasjes.

Het is een van de grootste mysteries van de moderne tijd: waarom maken wij onze foto’s moedwillig oud?

Waarom kocht Facebook dit voorjaar voor een miljard dollar de dienst Instagram, een app waarmee je expres-verouderde foto’s kunt delen? Waarom kun je op Marktplaats weer originele Polaroidfilms kopen, waarbij vaak geldt dat hoe ouder en hoe langer over datum de filmpjes zijn – hoe slechter dus – hoe duurder ze worden?

Je ziet het ook terug in de literatuur. In de roman Austerlitz, van W.G. Sebald, bijvoorbeeld, met zwart-wit foto’s die de auteur zelf maakte. Het schijnt dat hij die foto’s net zo lang kopieerde op met een kopieermachine tot ze het gewenste groezelige, korrelige effect kregen.

Vroeger kon je als kind een antieke schatkaart maken door een wit vel papier te verfrommelen en in te smeren met koffiedik – maar dat was spel. Nu doen we het voortdurend met foto’s. Zijn we bang voor de ongefilterde waarheid?

Maar eerst iets over oude en nieuwe dingen.

Dingen die in bloei staan, zoals bloemen, vinden we doorgaans mooi. Bloei is optimistisch. Bloei is zomer. Bloei is blij. Tegelijk houden we ook van neergang en van dingen die voorbij gingen. Kapotte dingen. Ruïnes, of de voorbije glans van een badplaats als Oostende. Vemolmde bomen. Oldtimers.

Zo heb je mensen die naar Detroit afreizen, de Amerikaanse spookstad. Ze struinen daar door bleke wijken, laten in verrotte huizen pissebedden schrikken, zien toe hoe hier het onkruid in de winning mood is.

Menselijke misère: mooi.

Of je hebt mensen die in de periferie van Berlijn speuren naar stilgevallen fabrieken, verlaten stasigebouwen, spookziekenhuizen. Om daar foto’s te maken van spinrag en tot poeder vergane douchegordijnen.

Sublieme verloedering: fraai.

Vanwaar die fascinatie voor vroeger, voor het irreparabele, voor het allerergste wat een mens of een ding kan overkomen: rimpels, krassen, gillende aftakeling?

Misschien omdat het prettig is te zien dat alles om ons heen aftakelt: we zijn niet de enigen.

Die voorliefde voor vroeger had je vroeger ook al. Denk aan de nieuwe rijken die in de negentiende eeuw gloednieuwe ruïnes lieten bouwen. Maar thans is die vintage-rage veel breder. Het hele hipstervolk wil oude sportschoenen, oude racefietsen, oude Volkswagen-busjes.

De foto’s bij dit artikel zijn gemaakt met ShakeIt, een van de vele namaak Polaroid-apps. Een zeer onhandige app: als je op de sluiterknop drukt, moet je eerst wachten tot de foto zich langzaam zogenaamd ‘ontwikkelt’. Door te schudden versnel je dat proces, zogenaamd.

Wat ooit het voordeel was van de Polaroid – de snelheid – is nu een nadeel: de app werkt als vertragingsmechanisme.

Een vertraging die mij er niet van weerhield om er in acht maanden tijd zo’n 2.000 foto’s mee te maken. Want het aantrekkelijke is dat al die foto’s – ook die van een pak hagelslag – direct een aura krijgen, charisma. En als de foto klaar is, is die meteen omlijst met zo’n antiek, vierkant Polaroid-kader. Je kunt ze automatisch online posten. Dat verlost je meteen van het gedoe om ze in te lijsten, op te hangen of in te plakken. Posten is het nieuwe inplakken.

Instragram kreeg een enorme boost toen nota bene Justin Bieber een jaar geleden op Twitter een saaie foto postte van vaststaand verkeer in LA. Dankzij het filter oogde die foto diepzinnig, warm, vredig, artistiek, betekenisvol – bij voorbaat historisch. Iedereen kan schilderen (er is ook een app die van je foto’s aquarellen maakt: Popsicolor). Maar het is meer.

Alles wordt gloedvol. Dat effect is zo sterk, dat je op den duur de ongefilterde werkelijkheid ervaart als flets, nieuw, ongebruikt, nog in de doos, niet historisch.

En vooral: de digitale foto’s krijgen iets fysieks. Bij een van mijn apps, InstaCam, staat er zelfs de tekst: ‘shake or blow on picture to develop it’ (en ik, naïeveling, heb echt staan schudden en staan blazen tegen mijn telefoon).

In een schrander essay beschrijft promovendus Nathan Jurgenson dit verlangen naar het fysieke als een reactie op een wereld die steeds meer digitaal werd, en zogenaamd minder ‘echt’ (‘The Faux-Vintage Photo’, op thesocietypages.org). Zoals de mp3 zorgde voor weemoed en vinyl, aldus Jurgenson, zo zorgt de digitale camera voor een herwaardering van oude fototechnieken. Jurgenson noemt dit verlangen afkeurend: een fetisj met de offline wereld (zie ‘The IRL Fetish’, in The New Inquiry).

Afkeurend, want hij vindt dat we ten onrechte uitgaan van een tweedeling tussen online en offline, tussen onecht en echt. Dat verschil is er helemaal niet, stelt hij. Ons verlangen naar het oude noemt hij decay porn.

Aftakelingsporno: kicken op wat kapot is, geilen op vergane glorie. Lust voor het doodse. Een mooie, harde term. Maar het verklaart ons verlangen naar het oude niet volledig.

Een vriend wees me op het feit dat digitale foto’s niet verouderen. Over tien, vijftig jaar ziet een digitale foto er nog precies zo uit als nu.

Misschien zit daar de clou. Het digitale lijkt te ontsnappen aan het universele lot van de aftakeling. Dat klinkt mooi, maar is dat niet. Stel je voor dat alles om je heen nieuw zou blijven, behalve jij? Je zou je ontheemd voelen.

Je zou vintage-apps kunnen zien als een halfhartig protest tegen een te snelle tijd. Maar ook, denk ik, als een gretige poging om foto’s in één klap datgene te geven wat ze nu ontberen: geschiedenis. Het is fair als alles aftakelt.

Maar de apps slaan door in ongeduld: al bij geboorte zijn ze verouderd, zodat je niet tien, twintig, dertig jaar hoeft te wachten tot ze geel en dof worden, vol betekenisvolle ezelsoortjes.

Er zou dus een speciale app moeten komen die foto’s niet in één klap, maar juist langzaamaan laat verouderen. Met een gepersonifieerd algoritme dat af en toe een koffievlek aanbrengt, een scheurtje, een kras, en dat af en toe, lukraak, foto’s kwijtmaakt. Zoals in het echt.