Stel nou eens grenzen aan dat extra beetje gezondheid

Het regent nieuwe, dure medicijnen. Fabrikanten pushen ze en proberen goedkope behandelingen tegen te houden. Dit moet stoppen, vindt Willem van den Bosch.

Wij Nederlanders weten prima wat we over hebben voor een flatscreen of een smartphone, maar bij de vraag wat een beetje extra gezondheid mag kosten, weten we dat ineens niet meer.

De laatste jaren zijn er niet alleen voor de behandeling van de zeldzame ziekte van Pompe, maar voor een breed scala veel vaker voorkomende ziekten nieuwe medicijnen ontwikkeld. Soms zijn ze zeer effectief, maar soms leveren ze weinig gezondheidswinst op. Wel hebben ze één overeenkomst: ze zijn allemaal duur. Zo kost een behandeling met een recent beschikbaar gekomen medicijn tegen uitgezaaid prostaatcarcinoom 70.000 euro, met een gemiddelde overlevingswinst van vier maanden. De kosten per gewonnen levensjaar zijn omgerekend dus 210.000 euro.

In mijn eigen vak, de oogheelkunde, kunnen sinds een paar jaar bepaalde vormen van leeftijdsgerelateerde verslechtering van het netvlies worden behandeld met injecties in het oog. Door deze behandeling verbetert het zicht gedurende maanden tot jaren, maar uiteindelijk zet de ziekte door. De kosten bedragen elfhonderd euro per injectie. Per jaar zijn er minstens zes van nodig. Niemand heeft tot nu toe de gezondheidswinst berekend.

Inmiddels wordt een niet voor deze indicatie geregistreerd middel van dezelfde fabrikant gebruikt. Dit is even effectief en kost slechts vijftig euro per injectie in plaats van elfhonderd. De fabrikant heeft dit met man en macht proberen tegen te houden. Dit zegt iets over de financiële belangen van de geneesmiddelenindustrie en over wijze waarop de prijs van een geneesmiddel tot stand komt.

Intussen proberen de verzekeraars achter de schermen nu al om de kosten van dure medicijnen te beheersen. Bij een bepaalde oogontsteking kan blindheid worden voorkomen met een dure zogenoemde biological. De verzekeraars vergoeden dit middel evenwel pas nadat andere – goedkopere – ontstekingsremmers zijn geprobeerd. Dit beleid levert alleen vertraging op, want die andere middelen helpen niet. De hematologen, die veel dure medicijnen voorschrijven, moeten hiervan een landelijk register bijhouden om de kosten vergoed te krijgen. Berekeningen van gezondheidswinst door behandeling met deze medicijnen zijn er vaak niet, hoewel ze een betere leidraad voor vergoeding zouden vormen.

Kortom, er komen – vooral de laatste paar jaar – veel dure nieuwe geneesmiddelen op de markt. Ze leveren een gezondheidswinst op die soms groot, soms klein, maar vaak onbekend is. Er zijn nog veel nieuwe geneesmiddelen in de maak. Willen we voor elkaar krijgen dat de kosten niet de pan uit rijzen, dan moeten we bespreken wat een gewonnen levensjaar, gecorrigeerd voor kwaliteit – de zogeheten QALY – mag kosten.

In Engeland hanteert het National Institute of Clinical Excellence dit systeem al. Een medicijn wordt als ineffectief beschouwd als de kosten per QALY per jaar groter zijn dan twintig- tot dertigduizend pond. In Nederland heeft de Gezondheidsraad jaren geleden al gesteld dat een gewonnen levensjaar tachtigduizend euro mag kosten, maar in de praktijk is er nooit wat mee gedaan.

Alles vergoeden wordt uiteindelijk onbetaalbaar. Afspraken over een maximale prijs per QALY zijn onontkoombaar. Lukt ons dit in Europa, dan zou het me niet verbazen als de prijs van veel dure geneesmiddelen daalt tot precies dat niveau.

Willem van den Bosch is als oogarts verbonden aan Het Oogziekenhuis Rotterdam.