Column

Sissende vrouwen der hoogste standen

Soms gebruikt iemand zo’n slecht argument dat de autoriteiten weleens nader onderzoek mogen instellen. Waarschijnlijk is de discussie gekocht, zoals bokswedstrijden en voetbalwedstrijden worden gekocht. Komt een politicus met een opzienbarend slechte speech? Schrijft een auteur een idiote roman? Grote kans dat ze zijn benaderd en betaald door de tegenpartij.

In een merkwaardige verhalenbundel uit 1905, The Club of Queer Trades, voert G.K. Chesterton een Londense zakenman ten tonele die van het manipuleren van gesprekken een nieuwe bron van inkomsten heeft gemaakt. Hij doet zich voor als Sir Walter Cholmondeleigh, een rijke en nogal dommige oude baron, en laat zich in die rol pijnlijk aftroeven op feesten en partijen. Zijn klanten komen met de briljante oneliners die Sir Walter ze vooraf heeft ingefluisterd, hijzelf is volgens afspraak de risee van de avond.

Het is een grote onderneming, zegt Chesterton, dit nieuwe beroep van mensen die zich verhuren als minderwaardige gesprekspartner. „Weliswaar een beetje immoreel, dat moet ik bekennen, maar toch groot, gelijk zeeroverij.” Dat de onderneming sinds 1905 alleen nog maar groter is geworden, kunnen we vaststellen als we zien dat een programma als Zomergasten het beroep tot kunst heeft verheven. De gasten sprankelen. De kijkers worden gedreven door een sentiment dat Chesterton omschrijft als „de hevige dorst naar geestige gesprekken en snedige gezegden die men steeds bij de vrouwen der hoogste standen kan waarnemen”. De presentator verliest iedere wedstrijd en is de risee van het seizoen.

Interessant aan deze hele onderneming is de bloeddorst van de vrouwen der hoogste standen. Chesterton vond het in 1905 kennelijk al niet vreemd dat je in een literaire salon kunt triomferen door een oude baron te schofferen. Zoals anderen op straat gaan staan en ‘hoer’ sissen tegen voorbijgangers om indruk te maken op de omgeving, zo beledigt de verlichte geest een passerende oude man om indruk te maken op meisjes van nette komaf.

Het is deze beschaafde bloeddorst die de wereld rond doet draaien, die de carrières mogelijk maakt van zowel verliezers als winnaars in de discussies. De een verdient zijn geld door zich als een idioot voor te doen, de ander verwerft aanzien door daar de spot mee te drijven. De bloeddorst der hoogste standen is de drijvende kracht achter de wereldeconomie en de westerse beschaving. Als niemand zich belachelijk zou maken en niemand vervolgens zou toeslaan, zou er geen lol zijn aan het leven.

Van deze Olympische Spelen bleef me het moment bij waarop zwemster Femke Heemskerk uit het bad klauterde en zich minutenlang moest verontschuldigen tegenover de deftige NOS, omdat ze de finale niet had bereikt. Op de website vind je het fragment onder de titel ‘Gelaten Heemskerk berust zich’, maar voordat ze toekomt aan dat raadselachtige ‘zich berusten’ moet Heemskerk diep door het stof. Ze heeft gefaald, en de interviewer bereikt duidelijk het hoogtepunt van zijn leven nu hij de topsporter flink kan kleineren. „Het is wel de Olympische Spelen, Femke, hè!”

Aanvankelijk ergerde ik me nogal aan deze pedanterie, totdat de bloeddorst der hoogste standen me te binnen schoot. We moeten dankbaar zijn dat Heemskerk geen goud had, besefte ik, anders had de NOS zich niet kunnen triomferen. En de kijkers? Die zaten zich ongetwijfeld te genieten.

Zo zou de wereld vanzelf zijn blijven ronddraaien, als er geen crisis was gekomen. Ook in het zonderlinge beroep van de mensen die zich verhuren om zich te laten kleineren. Opeens blijkt dat die mensen niet langer de politiek in willen, ze willen niet meer in de openbaarheid, ze willen niet dat academisch opgeleide twitteraars ‘hoer’ tegen ze sissen op iedere straathoek, ze willen zich niet onderwerpen aan de bloeddorst van de nette televisiekijkers en de betere krantenlezers. Kennelijk betaalt het te weinig.

Lastiger en verrassender nog is dat de bloeddorst langzaamaan ook de tegenpartij afschrikt. Dat valt mij althans op bij dit seizoen van Zomergasten. Oké, de presentator is het mikpunt, zoals gewoonlijk; volgens de Vlamingen is deze hoffelijke aristocraat het slachtoffer van akelige Nederlandse aanvallen en volgens de Nederlanders is dat nu eenmaal de rol waarvoor hij is ingehuurd. Maar niemand hoorde ik nog zeggen dat de gasten helemaal niet toeslaan, integendeel, die zijn dit jaar opeens zelf ook bang voor de vrouwen der hoogste standen die ze juist geacht worden te imponeren.

De VPRO had in haar grote wijsheid besloten „het bulderend gelach vanuit de salon”, zoals het bij Chesterton heet, te versterken en via een tweede scherm over het dorpsplein te laten galmen. Uitgenodigd waren een zanger die al eens uit de openbaarheid was weggevlucht voor zijn publiek; van de weeromstuit wilde hij nu niets meer kwijt. Daarna een cabaretier die ooit ruzie had gehad met zijn publiek en nu met verve in de verdediging ging. De derde gast vertrok maar meteen helemaal. Alleen de vierde gast dacht nog een gooi te kunnen doen naar de gunst van de vrouwen der hoogste standen. De VPRO liet hun gesis door heel Nederland schallen.