Raad voor Cultuur beloont en kritiseert fusies

De raad is vol lof voor fusieplannen waartoe hij zelf heeft aangespoord. Maar hij is ook kritisch, vooral over rooskleurige scenario’s.

De Raad voor Cultuur wil dat verscheidene culturele instellingen fuseren, zo bleek uit de advisering aan het kabinet in het afgelopen voorjaar. Vandaag stuurt de raad een zogenoemd ‘vervolgadvies’. Daarin prijst de raad die organisaties die, al dat niet met enthousiasme, gehoor hebben gegeven aan dat advies. Zoals de Rijksakademie van beeldende kunsten en fusiepartner De Ateliers. En het Brabants Orkest en Het Limburgs Symfonie Orkest, die samen opgaan in één nieuw Orkest van Zuid-Nederland. Ook is er lof voor het NIADEC/AVE, een fusie van het Nederlands Architectuur Instituut, Premsela en Virtueel Platform. Die instelling kan rekenen op 7,8 miljoen euro – tenminste, als het aan de raad ligt.

De raad spreekt ook waardering uit voor een fusieplan dat al eerder is gestimuleerd door het ministerie van OCW. Het Rijksmuseum en het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) proberen samen tot het Karel van Mander Instituut te komen, een instelling voor kunsthistorisch onderzoek en wetenschappelijke steun aan musea.

Maar de raad is niet louter positief. Sommige van de fusies kwamen wel erg schoorvoetend tot stand. Zoals die tussen Museum Meermanno en het Letterkundig Museum. Het positieve subsidieadvies hebben zij alleen te danken, zo blijkt uit de beoordeling, aan hun „intentieverklaring” om tot één museum voor geschreven media te komen.

Ook de fuserende zuidelijke orkesten krijgen kritiek. Ze tonen zich irreëel, meent de raad, met hun verwachting dat het publiek met 6 procent per jaar zal groeien na de fusie. Bovendien vindt de raad een staf met 28 voltijdbanen te groot. Er moet „een grotere slag” gemaakt worden dan „de beoogde synergievoordelen in de aanvraag”.

Bij De Ateliers en de Rijksakademie mist de raad „een concrete uitwerking naar verwachte jaarlijkse inkomsten”. Geen overbodige luxe, omdat het Rijk na 2016 stopt met de financiering van postacademische instellingen. De 200.000 euro die De Ateliers in 2016 aan private middelen denkt te halen, toont bovendien een gebrek aan „realisme”, schrijft de raad nog in een venijnige terzijde.

En zo kan de raad hard oordelen over instellingen die wel een positief advies krijgen. Neem het Nederlands Persmuseum. Net als in mei velt de raad een tamelijk vernietigend oordeel over de instelling. Die is meer een documentatiecentrum dan een museum, meent de raad. Bovendien heeft het museum irreële verwachtingen van het aantal bezoekers en begroot het activiteiten die de instelling niet verricht, zoals wetenschappelijk onderzoek.

Maar voor het museum blijft de kritiek vooralsnog zonder al te grote consequenties. De raad adviseert het museum te steunen met 317.000 van de gevraagde 361.400 euro.