Nog grotere uitdaging voor Londen: succes vasthouden

Het Verenigd Koninkrijk is trots. De Olympische Spelen in Londen liepen gesmeerd en de Britten wonnen veel medailles. Maar verval van olympische complexen ligt op de loer. En gaat de bevolking echt meer sporten?

„Er zijn maar twee woorden nodig om deze Olympische Spelen te beschrijven: Britain delivered.”

Een trotse premier David Cameron stond gisteren in de zonnige tuin van zijn ambtswoning naast een zo mogelijk nog trotsere Sebastian Coe, de voorzitter van het Londense organiserende comité. Er waren nog een paar uur te gaan voordat de Zomerspelen officieel zouden eindigen. Maar dat kon weinig veranderen aan het triomfantelijke gevoel van de premier: „We hebben de wereld laten zien wat we waard zijn. En onszelf wat we kunnen bereiken als we ons ergens toe zetten.”

Vergeten waren de logistieke problemen waarmee de Britten in de weken voorafgaand aan de Spelen kampten. Doordat forensen afweken van hun gebruikelijke routes en de normaal frequente seinstoringen uitbleven, bleef de voorspelde drukte uit en ondervond het openbaar vervoer geen noemenswaardige vertragingen. De vrolijke militairen bij de veiligheidscontroles en patrouillerende plattelandsbobby’s verdrongen de herinnering aan het particuliere beveiligingsbedrijf G4S, dat niet op tijd de beloofde bewakers kon leveren. Die herinnering is slechts voor even verdrongen; de Britse overheid is een grote opdrachtgever voor G4S en zal zich bij volgende klussen het olympische debacle herinneren.

De Britse medailleoogst draagt zeker bij aan het succesgevoel. Sinds 1908 wonnen de Britten niet zoveel medailles als bij deze Olympische Spelen, en ze wonnen bij onverwachte sporten. Voor het eerst sinds 1912 was er bijvoorbeeld brons voor het mannenturnteam en goud voor het dressuurteam, sporten waar de Britten normaal hun schouders over ophalen. Het waren „gouden weken waarin we iedere paar uur iets konden vieren”, omschreef Cameron de gemoedstoestand van zijn land.

Maar nu komt de grootste uitdaging: weet Londen dit succes vast te houden?

De afgelopen dagen vielen regelmatig de woorden ‘legacy’ (nalatenschap) en ‘Sydney’. De Australische stad, in 2000 gastland, was het voorbeeld voor Londen bij het organiseren van de Spelen. De Britten wilden de Australische sfeer nastreven en evenaren. Dat is gelukt.

Sydney is ook een spookbeeld. Daar zakte het aantal toeristen in, tijdens de Spelen al en ook nog lange tijd erna. In Londen nam het toerisme deze weken al af met 40 procent. In The Sydney Morning Herald werd de omgeving van het olympisch stadion, Homebush Bay, vorige week nog „een spookstad” genoemd en dus een verspilling. En dat gebeurde niet alleen voor Sydney. Athene en Peking hebben met vergelijkbare olympische nasleep te kampen.

In Londen zijn de gevaren zichtbaar. Het olympisch dorp, waar de sporters sliepen, moet grondig worden verbouwd tot gewone woningen die kunnen worden verkocht of verhuurd. Pas in de loop van 2013 is het zover en gaat ook een deel van het park weer open voor bezoekers. Sommige stadions, waaronder dat van beachvolleybal en basketbal, waren tijdelijke voorzieningen. Andere hebben een nieuwe bestemming of eigenaar. Maar het grote olympische stadion niet. Cameron wilde daar gisteren geen uitspraken over doen.

Het debat over verkwisting – de Olympische Spelen kostten 9,3 miljard pond (11,53 miljard euro) – verstomde de afgelopen dagen in het Verenigd Koninkrijk, ook omdat Cameron beloofde dat ze de komende vier jaar 13 miljard pond aan investeringen zullen opleveren. Hij zegt dat er in de marge van de Spelen „nieuwe handelsakkoorden” zijn gesloten. Maar onder meer kredietbeoordelaar Moody’s waarschuwde voor te veel optimisme. Het is „onwaarschijnlijk dat ze een macro-economische boost aan het Verenigd Koninkrijk zullen geven”.

En dan de sportieve nalatenschap. Ook in dat opzicht is Sydney een schrikbeeld. Geen enkel olympisch gastland wist na de Spelen meer mensen tot sporten te bewegen – en dat was wel een van de beloftes van Londen. Maar Australië kon ook op topsportgebied het niveau van Sydney niet vasthouden. Toen stond het land op de vierde plaats in de medailleranglijst. Nu is het tiende.

Onder druk van de Britse publieke opinie kondigde Cameron gisteren aan dat, in tegenstelling tot eerdere plannen, op subsidies voor topsport niet zal worden bezuinigd. Tot ‘Rio’ krijgen de sporters 125 miljoen pond extra per jaar, bovenop het geld dat via de loterij naar sport gaat. En in het nationale curriculum zal worden vastgelegd dat schoolkinderen verplicht zijn mee te doen aan sportwedstrijden.

Seb Coe krijgt een nieuwe rol: hij moet erop toezien of Cameron zich ook aan die beloften houdt.