'Nederlanders zijn beter in sport dan Vlamingen omdat ze langer zijn'

De aanleiding

Met twintig medailles is Nederland op de Olympische Spelen geëindigd als dertiende in het klassement. Ergens onderaan, op plek zestig, bungelt België, dat éénmaal zilver en tweemaal brons behaalde. Paul Rowe, directeur van Bloso, het Vlaamse agentschap voor topsportbeleid, verklaart het verschil in prestaties door te wijzen op het lengteverschil. Rowe zei vorige week in dagblad De Morgen: „Gemiddeld zijn ze acht centimeter groter dan Vlamingen. Dat is een fenomenaal voordeel in de sport.”

Om de bewering van Rowe te beoordelen bekijkt next.checkt of Nederlanders inderdaad groter zijn dan Vlamingen – de Walen laten we buiten beschouwing. En geeft lengte inderdaad zo’n groot voordeel in de sport?

En, klopt het?

Eerst de lengte van de Vlaming. Statbel, het statistisch overheidsbureau in België, heeft geen recente cijfers. Officiële metingen waren er tot begin jaren 90 toen de dienstplicht werd afgeschaft. Daarna heeft alleen een projectgroep van de Vrije Universiteit Brussel tot 2004 de lengte van Vlamingen in de leeftijd tot twintig jaar systematisch bijgehouden. In 2004 had de Vlaamse man van twintig jaar oud een lengte van 180,4 cm, de Vlaamse vrouw van twintig was 166,6 cm lang.

De gemiddelde lengte van de Nederlander houdt het CBS bij. Cijfers komen uit de enquête Permanent Onderzoek Leefsituatie waaraan jaarlijks ruim zevenduizend respondenten van twintig jaar en ouder meedoen. Voor de best mogelijke vergelijking kijken we naar de gemiddelde lengte in 2004 van Nederlanders mannen en vrouwen tussen de 20 en 29 jaar (specifieker zijn de cijfers niet). Volgens de enquête was de Nederlandse man in 2004 circa 183 centimeter en de Nederlandse vrouw 170 cm.

De Nederlanders zijn dus inderdaad langer dan de Vlamingen, maar dit verschil is niet zo groot als Paul Rowe beweert. De Nederlandse man is 2,6 cm groter, de Nederlandse vrouw 3,4 cm. Er is geen reden aan te nemen dat de gemiddelden sindsdien verder uit elkaar zijn gaan lopen.

Dan de bewering dat lichaamslengte een „fenomenaal voordeel” geeft in de sport. Dinant Kistemaker, bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, doet onderzoek naar de aansturing van spieren door het brein en maakt daarvoor gebruik van wiskundige modellen. Natuurlijk, zegt hij, zijn lange mensen bij sommige sporten in het voordeel. Neem basketbal, waar lange mensen makkelijker tot de basket springen. Of zwemmen: „Lange zwemmers hebben een groter voortstuwingsoppervlak en een langere waterlijn, net als lange zeilschepen. Die gaan in de regel ook harder.” Andersom zal een lengte van twee meter bij het turnen niet handig zijn.

Andere lichaamseigenschappen zijn bij presteren net zo belangrijk, zegt Kistemaker. „De anatomie van het spierskelet bijvoorbeeld, en het type spiervezels. Lange mensen hebben weliswaar meer spiermassa, kortere mensen hebben een grotere kracht/gewicht verhouding. Denk aan kleine beestjes met hun korte pootjes. Die hebben relatief heel veel kracht en kunnen zich daarom snel voortbewegen.”

Zeker bij topsporters, zegt Kistemaker, zijn de onderlinge verschillen zo minimaal dat ze voor wetenschappers al lang niet meer te verklaren zijn, ook omdat topsporters qua lichaamsbouw vaak op elkaar lijken. Sporters, zeker topsporters, selecteren zichzelf uit. Daarnaast zeggen de gemiddelde lichaamseigenschappen van een land heel weinig, maar veel meer de absolute aantallen. „Kijk naar China. Zij wonnen, ondanks dat ze gemiddeld veel kleiner zijn dan onze zuiderburen, drie medailles in het (beach)volleybal tijdens de Olympische Spelen in Beijing.” Ook China telt genoeg lange mensen.

Veel belangrijker is volgens Kistemaker de grootte van de populatie sporters en het topsportklimaat. Landen als de Verenigde Staten, China en Rusland eindigen in het medailleklassement steevast bovenaan. Nederland doet het gezien het inwonertal relatief goed, vanwege het hoge percentage sporters. Vlaanderen, met driemaal zo weinig inwoners als Nederland, doet het gemiddeld.

Conclusie

Nederlanders zijn langer dan Vlamingen, maar niet zo veel langer als Paul Rowe zegt. Bovendien zegt de gemiddelde lichaamslengte van een land heel weinig over deelnemers aan de Spelen, want topsporters selecteren zichzelf uit. Next.checkt beoordeelt de bewering dat Nederlanders sportief beter presteren omdat ze groter zijn dan Vlamingen als onwaar.