Na 36 jaar goud voor Trinidad en Tobago

Trinidad en Tobago is het land van de hardlopers. De laatste sporter uit de eilandengroep voor de kust van Venezuela die een gouden olympische medaille won, was sprinter Hasely Crawford bij de Spelen in 1976 in Montréal – op de 100 meter.

Daarom was de verbazing zo groot, toen speerwerper Keshorn Walcott afgelopen zaterdag goud veroverde op de Spelen in Londen. De pas negentienjarige atleet pakte tot ieders verbazing de olympische titel bij het speerwerpen. Met een persoonlijk record van 84,58 meter was hij de sterkste. De Oekraïner Oleksandr Pyantnytsya behaalde de zilveren medaille, de bronzen plak was voor de Finse speerwerper Antti Ruuskanen.

„Alleen mijn moeder dacht dat ik een medaille zou winnen”, zei Walcott vandaag in de Volkskrant. Tegen het Amerikaanse persbureau AP zei hij: „Het is nog niet tot me doorgedrongen. Ik kan niet geloven wat ik heb gedaan.”

Het bereiken van de halve finales was voor hem al „geweldig”, zei hij zaterdagnacht na de wedstrijd. „Toen ik tegen het einde van de wedstrijd nog aan kop stond realiseerde ik me dat ik kon winnen.”

Walcotts worp van 84,58 meter betekende een nationaal record voor Trinidad en Tobago. Het is voor het eerst in zestig jaar dat geen Europeaan de titel won bij het speerwerpen.

De laatste niet-Europeaan die een olympische titel behaalde was de Amerikaan Cyrus Young: op de Olympische Spelen in 1952 in het Finse Helsinki. Het speerwerpen wordt al decennialang gedomineerd door Oost-Europeanen en Scandinaviërs.

Walcott begon pas op zijn zestiende met speerwerpen. Hij ontwikkelde zijn techniek bij het cricket – de volkssport in Trinidad en Tobago die hij beoefende toen hij nog een kind was. Bij zijn eerste actie als speerwerper gooide hij meteen 55 meter ver. Onlangs werd Walcott nog wereldkampioen bij de junioren. Hij wierp toen een afstand van 78,64 meter.