Muffins en roze nagellak

Breaking news: Edith Bosch heeft haar nagels gelakt. Het is voor het eerst in twintig jaar dat er een kleurtje op haar nagels zit. Het hoort niet bij judoka’s volgens Edith – maar ze heeft het toch gedaan. „Ik dacht: ik doe eens gek.”

Ze legt haar handen op tafel. Het is een grappig gezicht. Haar Hello Kitty-roze nagels contrasteren met de rest van haar handen. Die zien eruit als die van een bouwvakker: ze zijn schots en scheef en zitten onder de littekens – de getuigen van een leven lang sjorren aan een judopak. Haar spierballen vertellen hetzelfde verhaal. Ze schaamt zich er soms zelfs een beetje voor. „Als ik uitga, bedek ik mijn armen meestal. Mannen zijn er vaak toch een beetje door geïntimideerd. Weet je, op de mat ben ik een soort dier: dan doe ik alles om te overleven. Maar daarnaast ben ik gewoon een vrouw. Ik ben shopgek, ik hou van make-up. Als ik niet judo, zie ik er heel anders uit.”

We eten muffins. Dat is voor Bosch bijna nog bijzonderder dan roze nagellak. Normaal leeft ze de hele dag op magere kwark, eieren en salades – anders komt ze boven het toegestane gewicht voor haar klasse uit. „Ik leef met de weegschaal. Ik ga ermee naar bed, ik sta ermee op. Af en toe word ik er helemaal gestoord van. Die eieren en magere kwark komen me mijn neus uit. Ik wil ook wel eens een kaasplankje en een glaasje port.”

Haar sportcarrière zit er bijna op. Bosch is 32. Ze zit, zoals ze het zelf zegt, „niet in de herfst, maar in de winter van haar carrière”. Een jaartje wil ze nog judoën, zegt ze. „Ik wil niet meteen stoppen na de Spelen, ik doe het liever geleidelijk. Ik krijg aanbiedingen van alle kanten, maar ik laat het de komende tijd een beetje op me afkomen.”

Wat ze precies gaat doen áls ze stopt met judoën, weet ze nog niet. Maar één ding staat vast: ze zal zichzelf erop storten. Want Bosch kan alleen maar vol gas vooruit. Of ze nu praat, judoot of als fan op de tribune zit bij een andere sport: alles gaat met honderd kilometer per uur. Toneelspel is er niet bij. Edith is Edith. What you see is what you get.

Vorige week zat ze bij de honderdmeterfinale, vlak achter Usain Bolt, toen een straalbezopen kerel een bierflesje op de baan gooide. „Ik geloofde mijn ogen niet. Dat doe je toch niet? Ik riep: ‘Gast! Doe even normaal!’ Daarna gaf ik hem een duw. Nogal hard ja.” Na haar ippon werd de man afgevoerd – Bosch werd wereldnieuws. „Iedereen wilde wat van me: ik werd benaderd door tv-zenders van over de hele wereld. Mijn telefoon stond niet meer stil. Sjeeesus man, het was echt níét normaal. Om er vanaf te zijn, heb ik het maar een keer verteld voor alle media tegelijk. Konden we tenminste weer terug naar waar het om gaat: de sport zelf.”

Bosch heeft in haar sport alles gewonnen wat er te winnen is – behalve olympisch goud. Hier in Londen werd ze derde. Ze heeft er vrede mee. „Ik heb er alles aan gedaan. Fysiek en mentaal was ik top, mijn voorbereiding was top; ik kan mezelf niets verwijten.”

Dat was vroeger wel anders. Toen wilde ze alleen maar winnen; alleen het maximale was genoeg. „Ik legde de lat altijd te hoog. Het was nooit genoeg. Twee jaar geleden besefte ik dat het zo niet langer ging. Ik was ongelukkig. Ik vroeg me af wat ik deed, wie ik was, wat ik nu eigenlijk wilde. Daarna heb ik heel hard gewerkt om eruit te komen. Ik heb mezelf leren kennen, ik heb me gerealiseerd dat ik helemaal niet zo leuk was als ik zelf dacht. Ik praatte alleen maar over mezelf, het was altijd ik-ik-ik-ik. Dat is nu een stuk minder. Ik ben rustiger geworden; ik heb gezien dat er meer is dan Edith. Voor de Spelen zei mijn zus tegen me: ‘Het maakt mij niet uit of je wel of geen medaille pakt – ik ben nu al trots op je. Je bent een leuke vrouw geworden.’ Ik heb gehuild als een baby toen ze dat zei.”

Heel even is ze stil. Ze staart naar haar handen en ze ziet zichzelf er in terug: stoer en vrouwelijk tegelijk. Edith Bosch, dat is bouwvakkershanden met Hello Kitty-nagels.