Column

Lelijke nieuwe wereld

K leintje Pils werd diep gehaat. Het dweilorkest dat de eeuwigdurende soundtrack toetert bij schaatswedstrijden zat op de tribune bij de hockeyfinales in Londen. Een lompe driekwartsmaat bij een sport die wil swingen.

Nederland kon bogen op een prachtige medailleoogst, ons land bracht nieuwe sporticonen voort. Hoe kon zo’n winterorkest dan het zomerse, trotse gevoel wegblazen? De felle reacties op het orkest zeiden veel over deze Olympische Spelen. Sportfans wilden zich afficheren met stijl en schoonheid.

De Engelsen zetten vanaf de eerste dag de toon in de televisieregie. Subliem werk met extreem vertragende camera’s vergrootte de klasse van het toernooi uit. Hoogspringers zweefden seconden door de lucht, grimassen vervormden de gezichten, ballen tolden om hun eigen as als nieuwe hemellichamen.

Was er nog plaats voor lelijkheid eigenlijk? Zelfs de verwrongen koppen van judoka’s in een houdgreep werden tot kunst verheven. Dit waren de Spelen van de Schoonheid.

Tijdens de halve finale bij het vrouwenhockey liet ik via het net weten het Nederlands team zo ontstellend fit te vinden. Dat werd totaal niet serieus genomen door het mannelijke deel van de natie. Fit? Hoe kwam ik erbij? Bloedmooi, dat bedoelde ik zeker?

Show en sport gingen hand in hand in Londen.

Sprinters toonden de hoogte van hun testosteronspiegel middels toneelstukjes voor de camera. Bolt streek zijn gemillimeterde kroeshaar plat, Blake deed met zijn handen de klauwen na van, ja van wat eigenlijk? Macho-Amerikanen sloegen zich als Tarzan op de borst in hansopjes die op de Gay Pride niet hadden misstaan.

En dan was er nog Churandy Martina. Hij lachte op de atletiekbaan zijn grootste lach en toonde een wijsvinger, ten teken dat we moesten oppassen voor deze Lovegod of sprint. Hij was de softste van het hele stel, maar liep ondertussen wel drie olympische sprintfinales.

Naderhand was Churandy vooral blij. Blij om zijn tijden, blij om in Londen te zijn, blij met het weer, blij met zijn hippe sik, blij met Mart Smeets, blij voor Curaçao en Nederland, blij met alles eigenlijk.

Ach, natuurlijk werd er geklapt voor de hardloper zonder onderbenen en voor het judomeisje dat met een hoofddoek in de eerste ronde op de mat werd geworpen. Maar de helden van de Spelen waren van onbesproken gedrag. Netjes. Mooi. Aardig. Eerlijk.

Zoals de sporters de wereld buitensloten in hun dorp, zo beperkte het leven van een aficionado zich tot sport kijken, sport eten, sport denken, sport ademen.

Onbezorgd leven in een zeepbel.

Londen bleek het juiste oord. Nog maar een jaar geleden werd de metropool opgeschrikt door geweld en plunderingen. De afgelopen weken was Londen weer chic en victoriaans. Met de juiste pas om de hals kon je in een sponsordorp tijdens de high tea bijkletsen met Dickens, Churchill en Lady Di.

Nog één keer kijk ik over mijn schouder naar de gezichten achter de gouden voornamen. De klare lach van Ranomi, Epke als witte prins zwevend boven de rekstok, de nuchterheid van Dorian, de schreeuw van Maartje, de vuist van Marianne. De sport heeft haar best gedaan. De olympische droom heeft twee weken standgehouden.

Wakker worden. Het is ernst in de lelijke wereld. De wijze raad komt van Churandy: blijf blij.