Geen sport, alleen pop op eindfeest Olympia

Waar was Hans van Zetten gebleven? Na een uurtje of twee in de sluitingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen, was de 64-jarige tv-commentator gisteravond stilletjes verdwenen. Veel later kwam hij terug, maar slechts om sporadisch en overbodig „indrukwekkend” te mompelen.

De sportcommentator, beroemd sinds zijn enthousiaste commentaar bij de gouden turnstunt van Epke Zonderland, werd waarschijnlijk steeds stiller omdat het bonte spektakel niets met sport te maken had. De vaste rituelen – vlaggen, volksliederen, huldiging – waren slechts storende onderbrekingen van een eindeloos popfestival. Alleen bij een acrobatieknummer leefde Van Zetten nog één keer op. Dat leek tenminste op turnen.

Sportliefhebber Van Zetten had het zwaar, maar voor de popliefhebber was het een gouden avond. Genoeg kanttekeningen te plaatsen bij de muziekkeuze – alleen Britten denken dat de Spice Girls, George Michael en de Pet Shop Boys belangrijke artiesten zijn – en veel lijn of dramatische opbouw was er niet; bijna ieder nummer was opgezet als de grote finale. Maar wat was het groots en meeslepend én geestig, strak geregisseerd én aangenaam losjes, met een goede mix van oud en nieuw.

Het decor was een grote Britse vlag, met de banen als snelwegen waarover trommelaars, dansers en auto’s sjeesden. Alles was uitgevoerd in krantenpapier; ondanks het afluisterschandaal zijn Britten blijkbaar trots op hun krantencultuur. Het massaspel bevatte lekker veel Beatles, oude helden als The Who, the Kinks (Waterloo Sunset) en Queen (wat er van over is), maar ook contemporaine artiesten als Ed Sheeran, Kaiser Chiefs, Muse en rapper Tinie Tempah. Liam Gallagher zong zijn Wonderwall met Beady Eye, Fat Boy Slim zat in een enorme octopus, en er waren mooie odes aan dode en bijna-dode helden (Lennon, Bowie). Eénentwintig jaar na zijn dood kreeg zanger Freddie Mercury vanaf een videoscherm wederom een heel stadion aan het meezingen.

Waar de openingsceremonie uitblonk in zelfrelativering en subtiliteit (en daardoor nogal wat voetnoten behoefde), was dit een vette show voor iedereen en een trots etaleren van de Britse popgeschiedenis. Wat de twee shows gemeen hebben, is dat ze alle voorgaande olympische ceremonies degraderen tot suffe Oostblokfolklore.

Weer veel vreugdetranen, zelfs bij deze sporthatende zomerzapper, toen komiek Eric Idle van Monty Python als mislukte menselijke kanonskogel uit een kanon viel en, verdwaald tussen schaatsende nonnen en Bollywooddansers, zijn ironische levensles zong: Always look on the bright side of life.

Wilfred Takken vervangt deze week Hans Beerekamp.