Een tuin is werk: schoffelen, grasmaaien, snoeien

Een tuin bij je huis, dat betekent veel onderhoud. Maar als je dat goed doet, dan heb je iets waar je van kan genieten. Een „paradijsje” is het dan. En als je een mooie, ruime tuin hebt, dan is het niet zo heel erg dat het huis zelf wat aan de kleine kant is.

Door Sheila Kamerman en Dick Wittenberg

Een paradijsje, noemt Frans Klerkx (57) zijn tuin in de Eindhovense Gaspeldoornbuurt.

‘Kijk, zo’n plukje gras tussen de stoeptegels, dat vind ik niet netjes. Ik spuit er wat spul op. Geen gif, biologisch afbreekbaar. Dan is het zo weg.”

De voortuin van Frans Klerkx (57) is elk voorjaar weer een verrassing voor voorbijgangers. Met de vorst nog aan de grond staat het er vol krokussen. „Dan zie ik ze stilstaan en kijken.”

De achtertuin is een paradijsje. Frans Klerkx zegt het eerlijk. Hij kreeg hulp bij het ontwerp. Van een kennis die er verstand van heeft. Het terras is een cirkel van kleine steentjes. De stenen cirkel komt terug in het midden van de tuin. En achterin weer. Het grasveld is ook een cirkel.

Het denneboompje dat de vorige bewoners plantten, heeft Frans Klerkx kort geleden weggehaald. Zonde, maar het werd te groot. Hij zocht met zijn vrouw Ans in tuincentra naar eenzelfde boompje, maar dan klein. Ze vonden het niet. Nu staat er een Japans denneboompje.

Frans Klerkx werkt graag in de tuin. Vooral ’s avonds, na het werk. Bijhouden is belangrijk. Schoffelen, grasmaaien. En snoeien. Stevig snoeien. Die Japanse kers bij de heg bijvoorbeeld, die had allemaal zijwaartse uitschieters. „Die moet je afknippen. Het hoort een lange dunne boom te zijn.”

De hortensia bloeit nu schitterend roze en wit. Straks snoeit Frans Klerkx die helemaal terug. Volgend jaar draagt de plant dan minder bloemen. Doet hij het niet, dan is straks de hele tuin hortensia.

Er bloeit altijd iets. Om dat voor elkaar te krijgen, moet je verstand van planten hebben. Alleen gele bloemen staan niet in de tuin. Daar houdt Ans niet van. Maar de gele krokussen, die mogen wel.