De vader van E.T.

King Kong was griezelig, maar zijn hand was teder en het monster E.T. roerde het publiek tot tranen. Filmrobotontwerper Carlo Rambaldi wist dat een monster gedijt bij menselijke trekjes.

Rambaldi’s Kong koestert Jessica Lange. Foto ANP

‘Carlo Rambaldi was E.T.’s Geppetto”, verklaarde filmmaker Steven Spielberg dit weekend, nadat hij had gehoord dat deze Italiaanse meester van speciale effecten op 86-jarige leeftijd was overleden. Geppetto was de fictieve speelgoedmaker die het houten jongetje Pinokkio tot leven wekte: een mooie vergelijking voor deze meester van de zogeheten animatronics.

Rambaldi werd bekend om zijn hydraulisch bediende poppen van staal, rubber, latexschuim en polyurethaan – een ambacht dat na zijn pensionering in de jaren tachtig terrein verloor. Zijn favoriete creatie was King Kong uit de gelijknamige spektakelfilm van 1976: een reuzenaap met een grote variëteit aan gelaatsuitdrukkingen en een enorme, tedere hand waarin blondine Jessica Lange zich veilig voelde. Maar het bekendst werd hij als de vader van E.T., het buitenaardse wezen met zijn wijze ogen en zijn aardappelhuid uit de film van Spielberg.

Voor Steven Spielberg had Rambaldi in Close Encounters of the Third Kind (1977) al een groepje kinderlijke aliens gemaakt. Ze waren maar heel even te zien, als silhouetten in tegenlicht. Spielberg had reden om huiverig te zijn over animatronics: de mechanische haai Bruce in zijn megahit Jaws (1975) – eigenlijk drie doormidden gezaagde grote witte haaien – was duur en lastig geweest. Bruce zonk, maakte kortsluiting, roestte of zwol op. Uiteindelijk bleef hij vooral buiten beeld, wat de spanning overigens ten goede kwam.

Maar E.T. kon geen verstoppertje spelen. Hij was de ster van de film en veteraan Rambaldi mocht hem maken. E.T. bestond uit drie robots (samen goed voor 150 gelaatsuitdrukkingen), twee kostuums voor de loopscènes en één handschoen: de beroemde vinger („Phone home!”). Rambaldi beweerde dat ook hij moest huilen bij het het resultaat.

E.T. bezorgde Rambaldi zijn tweede (gedeelde) Oscar voor speciale effecten. Hij kreeg er ook een voor een creatie die hem minder dierbaar was: het kwijlende, fallische ruimtemonster uit de film Alien (1979). Rambaldi vertaalde het ontwerp van de Zwitser H.R. Giger, in een druipende kop met klappende kaken die zo realistisch oogde dat regisseur Ridley Scott , die van plan was hem naar voorbeeld van Jaws zo veel mogelijk buiten beeld te houden, hem geschikt achtte voor een close-up. Maar mensen bang maken met latexmonsters, dat vond Rambaldi geen kunst. „De grootste indruk op het publiek maakt een schepsel dat menselijk wordt’, zei hij in 1986.

Carlo Rambaldi, geboren in 1925 in het Italiaanse Vigarano Mainarda bij Ferrara, wist alles van monsters: hij vestigde zijn naam in de Italiaanse horror. Afgestudeerd aan de kunstacademie van Bologna in 1950, wilde Rambaldi kunstenaar worden. Totdat een vriend hem in 1956 benaderde om een vuurspuwende draak te ontwerpen voor de film Sigfrido. Het creatuur was het begin van zijn carrière.

In de jaren zestig deed Rambaldi ervaring op met de tweederangs spektakelfilms en sciencefiction waarmee de Italiaanse filmstad Cinécitta zijn geld verdiende. En vooral met horror in de Italiaanse variant ‘giallo’, een stijlvol genre met doorgaans instabiele vrouwen in de hoofdrol, die hij realistisch ogende steek- en hakwonden bezorgde. Echt naam maakte hij met Lucio Fulci’s hallucinogene Una Lucertola con la Pelle di Donna (Lizard in a Woman's Skin, 1971), met een droomscène van honden in een vivisectielab. Tegen de regisseur werd twee jaar celstraf geëist wegens dierenmishandeling. Rambaldi moest met zijn hondenpoppen naar de rechtbank om hem vrij te pleiten.

Hij belandde halverwege de jaren zeventig in Hollywood via superproducent Dino De Laurentiis, die Rambaldi gebruikte in Andy Warhols Flesh for Frankenstein en Blood for Dracula. Maar eerst zette De Laurentiis hem in voor zijn fel bekritiseerde, maar succesvolle remake van King Kong, waarvoor hij in 1977 bij de uitreiking van de Oscars werd beloond met een ‘special achievement award’. Een minstens zo markante creatie was de weerzinwekkende buitenaardse minnaar van Isabelle Adjani in de hysterische film Possession (1981) en de zandwormen en ruimtepiloten in David Lynch’ ruimte-epos Dune (1984).

Eind jaren tachtig werd Rambaldi’s specialiteit verdrongen door de digitale effecten. Rambaldi vond digitale effecten levenloos en plat, „alsof een goochelaar al zijn trucs laat zien”. En trouwens acht keer zo duur als zijn robots. In 1986 zocht hij met zijn zonen vergeefs de publiciteit voor een anderhalf miljard dollar kostend plan: de bouw van een pretpark even buiten Rome met de hele geschiedenis van de mens verbeeld door zijn poppen.

Spijt dat hij geen kunstenaar werd, had hij naar eigen zeggen niet. In 1986 noemde hij zichzelf in een interview nog altijd een beeldhouwer. Met dit verschil, meende hij, dat zijn beelden bewogen in een medium dat naar zijn idee „dieper raakt dan schilderijen of beeldhouwwerken”.