De roep om interventie in Syrië

Naarmate de oorlog in Syrië bloediger wordt en de kans groeit dat het conflict heel lang gaat duren, wordt de roep luider om militaire interventie aan de kant van de rebellen. Met name van de zijde van westerse oppositiepolitici en columnisten; je kan toch niet zo maar blijven toekijken terwijl iedereen elkaar afslacht?

Allereerst: het is dus helemaal niet zo dat de buitenwereld werkeloos zit toe te kijken. Integendeel. Rusland, China en Iran doen op diplomatiek en militair terrein hun uiterste best het regime van president Bashar al-Assad op de been te houden.

Maar onze kant, zogezegd, laat zich ook niet onbetuigd. De rebellen maken de meeste van hun wapens buit uit de regeringsarsenalen, maar er worden wel degelijk wapens naar hen toe gesmokkeld. Die worden met name betaald door Saoedi-Arabië en Qatar, die daarvoor honderden miljoen dollars doneerden.

De Verenigde Staten en Europese landen hebben voor miljoenen dollars ‘niet-dodelijk’ materieel aan de rebellen gestuurd: communicatie-apparatuur, kogelvrije vesten, nachtkijkers. De Britse regering zegde net weer voor 5 miljoen pond (6,3 miljoen euro) dergelijk materieel toe. De rebellen hebben liever van de schouder af te schieten luchtdoelraketten, maar het is ook niet niks.

Afgezien daarvan wemelt het in het Turkse grensgebied met Syrië van leden van speciale eenheden die militair advies geven. Het is niet toevallig dat de rebellen de afgelopen weken opeens met gecoördineerde offensieven in Damascus en Aleppo kwamen.

En wat moet je verder doen? De Syrische tanks staan in de steden, dus luchtacties zoals in Libië zijn moeilijk uitvoerbaar. En zelfs opposities en ingezondenstukkenschrijvers aarzelen om op een regelrechte invasie aan te dringen. Hoeveel manschappen heb je daar wel niet voor nodig en hoeveel gaan er niet sneuvelen? Daar zijn de westerse publieke opinies niet op berekend.

Luchtdoelraketten voor de rebellen, roepen de interventionisten. Maar wie geef je die dan? De opstand radicaliseert en geen regering heeft er veel zin in om jihadisten te bewapenen. Een Amerikaanse oud-adviseur van minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton, Anne-Marie Slaughter, had wel een oplossing: je laat rebellencommandanten schriftelijk beloven de wapens na gebruik terug te geven. Kom nou Slaughter, in welke wereld leef jij?

Toch zullen die luchtdoelraketten er uiteindelijk wel komen. Veel van de pleitbezorgers van wapenhulp voeren één doorslaggevend argument aan: dat het Westen anders geen invloed zal krijgen op een post-Assad-bewind. Want dáár moeten ze in Washington, Parijs en Londen niet aan denken.

Carolien Roelants