De anti-cyclische economie van Nederland

Morgen moet blijken of de Nederlandse economie alsnog gekrompen is, nadat het CBS in juni nog groei meldde over het eerste kwartaal van 2012.

Krimpt de Nederlandse economie in het tweede kwartaal van 2012 alsnog, of houden de exportcijfers het bruto binnenlands product (BBP) nog enigszins in balans? Morgen publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat BBP-cijfer over het tweede kwartaal. Beursanalisten gaan ervan uit dat een groei van de economie nagenoeg uitgesloten is.

Eind vorig jaar belandde de Nederlandse economie in een recessie. Die neerwaarste lijn leek in het eerste kwartaal van dit jaar gekeerd met de mededeling van het CBS dat de economie in die periode met 0,3 procent was gestegen, onder meer als gevolg van een lagere krimp van de overheidsuitgaven.

Gerekend was op een daling van de overheidsuitgaven van 3 procent, maar die bleef steken op 0,5 procent. Nederland leek even uit de recessie. Hoewel de werkgelegenheid in dat eerste kwartaal daalde met 0,3 procent (31.000 banen minder dan in dezelfde periode vorig jaar).

Beleggers kijken deze week niet alleen uit naar de stand van de Nederlandse economie. Ook landen als Duitsland en Frankrijk presenteren hun schattingen van de economische groei of krimp in het tweede kwartaal. Voor de Nederlandse economie is het van groot belang hoe het met de buurlanden gesteld is. Want nu de consument en de overheid het laten afweten, moet de Nederlandse economie het vooral hebben van de exportcijfers en dan vooral van de export binnen de Eurozone.

Vorig jaar bedroeg de waarde van door Nederland geëxporteerde goederen naar de overige Eurolanden 294 miljard euro, tegenover een import van 147 miljard euro. Het Nederlandse handelsoverschot binnen de Eurozone bedroeg daarmee 147 miljard euro, bijna een kwart van het BBP.

Dat Nederlandse handelsoverschot is bijzonder binnen Europa. Slechts vijf Eurolanden hebben een hogere export dan import. Maar Nederland is daarbij dus wel afhankelijk van de stand van de economie in die andere Eurolanden. Als de economie elders krimpt, neem daar ook de importbehoefte vanuit Nederland af. Terwijl de economie voorlopig niet hoeft te rekenen op impulsen van overheidsinvesteringen of de consument die het BBP een duwtje geeft. Het consumentenvertrouwen is onverminderd laag en als er al met geld geschoven wordt, is dat naar spaarrekeningen.

Vorig jaar hebben Nederlandse huishouden bijna 11 miljard euro ingelegd op spaarproducten, bijna 5 miljard meer dan in 2010 en vijf keer zoveel als in 2009. De overheid stimuleert dat sparen sinds 2008. Dit was daarvoor fiscaal alleen aantrekkelijk voor de opbouw en uitkering van pensioenen en de aflossing van hypotheken. Sinds 2010 is het ook mogelijk om te sparen voor uitvaart en ontslagvergoedingen. In totaal hadden Nederlandse huishouden eind vorig jaar 306 miljard euro op spaarrekeningen staan, ruim 15 miljard euro meer dan een jaar eerder.

Het is de vraag hoe de Europese beurzen deze week gaan reageren op de economische prognoses van een aantal Eurolanden. Eerder deze maand sloot de AEX in Amsterdam nog op het hoogste niveau sinds maart (330,34 punten). Maar beleggers weten inmiddels ook dat economische prognoses geen betrouwbare graadmeter meer zijn. Vorig jaar gingen economen ervan uit dat de economie in Europa dit jaar zou groeien. Herstel zou zich eerst aftekenen in de industriesector, waarna de dienstensector zou volgen. Zo ging dat in de VS en Europa zou volgen. Maar die cyclus bleef hier uit. Als gevolg van die ‘rare eurocrisis’, aldus topman Ben Noteboom van Randstad afgelopen weekeinde in deze krant.

Herstel lijkt nog lang niet in zicht. Zo ging de afgelopen drie maanden een recordaantal bedrijven failliet. Gemiddeld 667 per maand, bleek vanochtend uit cijfers van het CBS. Een driemaands gemiddelde dat in decennia niet zo hoog is geweest.

Verminderd consumentenvertrouwen vertaalde zich deze zomer ook in dalende omzetcijfers van doe-het-zelf-winkels en textielketens. De omzet van supermarkten en speciaalzaken nam weliswaar toe, maar dat lag vooral aan hogere prijzen. Die waren in juni 1,9 procent hoger dan vorig jaar zomer.

Morgen blijkt uit de CBS-cijfers hoe de Nederlandse economie er daadwerkelijk voorstaat.