Britse triomf

De Brit Anthony Joshua bezorgde het gastland op de slotdag van de Spelen het 29ste goud.

De bokser klopte in de finale van de superzwaargewichten de Italiaan Roberto Cammarelle maar net. Na drie rondes was de score 18-18, maar de jury kende de zege toe aan de 22-jarige Joshua.

Een ongekend succesvolle Spelen dus voor Groot-Brittannië?

Ja, want volgens de Britse premier David Cameron zijn er maar twee woorden nodig om deze Olympische Spelen te beschrijven: „Britain delivered.” Dat zei Cameron gisteren in de tuin van zijn ambtswoning, staande naast een zo mogelijk nog trotsere Seb Coe, de voorzitter van het Londense organiserende comité. Een paar uur voor de Spelen officieel zouden eindigen, verwoordde Cameron zijn triomfantelijke gevoel: „We hebben de wereld laten zien wat we waard zijn. En onszelf wat we kunnen bereiken als we ons ergens toe zetten.” De Britse medailleoogst – behalve 29 gouden ook 17 zilveren en 19 bronzen plakken – draagt zeker bij aan dat succes. Sinds 1908 wonnen de Britten niet zoveel medailles, en ook nog in onverwachte sporten. Voor het eerst sinds 1912 was er bijvoorbeeld brons voor de turners bij de landenwedstrijd en goud voor het dressuurteam. Sporten waar de Britten normaal gesproken hun schouders over ophalen. Volgens Cameron waren het „gouden weken waarin we iedere paar uur iets konden vieren”. De typering ‘United Blingdom’ in de Britse pers was dan ook een rake.