Beving Iran legt gebreken regering bloot

Een man vindt een baby tussen de brokstukken in Sourmah, een dorpje bij de stad Varzaqan in het noordwesten van Iran. Ruim honderd dorpen zijn gisteren door aardbevingen verwoest. Foto AFP

Bij twee aardbevingen zaterdag in het noorden van Iran zijn honderden Iraniërs, voornamelijk plattelandsfamilies, gedood. Iraanse reddingswerkers zeggen dat ze zo’n 200 mensen levend vanonder het puin vandaan hebben gehaald.

Twee bevingen van 6,4 op de schaal van Richter, elf minuten na elkaar, maakten eerst scheuren in de muren van de slecht gebouwde stenen huisjes om ze vervolgens met de grond gelijk te maken.

Volgens officiële cijfers zijn er meer dan 300 doden en 2.000 gewonden. De Iraanse staatstelevisie, die eerst terughoudend was met het slechte nieuws, liet een dag na de aardbevingen beelden zien van huilende moeders naast kinderen in ziekenhuisbedden. „Er heerst hier totale paniek”, zei een man, Jafar, in de stad Ahar vlak na de beving.

In een gebied van tientallen vierkante kilometers zijn meer dan honderd dorpjes verwoest, of liggen huizen in puin. Op een foto van het semi-officiële persbureau Mehr is te zien hoe een minaret van een moskee bovenop een woonkamer is gevallen.

Volgens Iraanse regeringsvertegenwoordigers is het ergste nu voorbij. „Iedereen die vast zat onder het puin is nu gered”, verklaarde Hassan Ghadami, een onderminister van Binnenlandse Zaken. Maar in het stadje Ahar waren reddingswerkers zondag nog steeds op zoek naar mogelijke overlevenden.

De reddingsoperatie kwam zaterdagavond laat op gang omdat helikopters niet konden vliegen vanwege een gebrek aan nachtkijkers. Iran mag in verband met een reeks internationale sancties vanwege zijn nucleaire programma geen nachtkijkers kopen omdat die ook voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt.

„Hierdoor konden we ’s nachts niet vliegen”, zei Gholam-Reza Masoumi, het hoofd van Irans Nationale Rampenorganisatie volgens het persbureau IRNA.

In Tabriz, een stad van 1,5 miljoen mensen en het centrum van Irans Turks sprekende minderheid, sliepen de mensen in de nacht van zaterdag op zondag op straat. Terwijl haar bankje in het park schudde van de naschokken, was Vahideh Porebadi, een huisvrouw van 40, tevreden dat ze buiten sliep. „Dat is toch veiliger.”

Doordat Tabriz en omgeving het centrum van de Turks sprekende minderheid vormen, krijgen natuurrampen hier vaak een politiek tintje. Vorig jaar waren er protesten over het opdrogen van een groot zoutmeer, volgens de demonstranten de schuld van de centrale regering.

De Iraanse minister van Binnenlandse Zaken, Mostafa Najjar, bezocht zondag dan ook direct het getroffen gebied. Andere regeringsvertegenwoordigers dreunden op de staatstelevisie lijsten op van de hulpgoederen die van overheidswege zijn uitgedeeld, waaronder 5.324 petjes.

Desondanks werd het nieuws van de bevingen maar mondjesmaat gebracht in de staatsmedia. Irans grootste krant, Kayhan, meldde het zelfs niet op de voorpagina.

Een Iraanse seismoloog bekritiseerde de regering en vroeg zich af hoe het kan dat er honderden doden vallen bij een beving met een kracht die in andere landen wellicht tot 10 gewonden zou hebben geleid. „Er wordt slecht gebouwd en niemand houdt de bouwers in de gaten, daarom hebben we zoveel doden,” zegt hij. Zijn grote angst is een aardbeving in Teheran, zei hij onlangs interview. „Bij een beving van 7 op de schaal van Richter of meer, kunnen er miljoenen doden vallen.”