Beursrentree 'Manu' valt tegen

Afgelopen vrijdag ging Manchester United voor de tweede maal naar beurs, dit keer in New York. De beursgang verliep stroef. De supporters moeten de grootaandeelhouder niet.

Het seizoen voor Manchester United is mager begonnen – niet op het veld, maar op de vloer.

De beursgang van de Britse voetbalclub op de New York Stock Exchange bracht afgelopen vrijdag minder op dan eigenaar Malcolm Glazer had gehoopt. De introductiekoers lag met 14 dollar, onder het prijspeil van 16 tot 20 dollar per aandeel dat Glazer bij de aankondiging een maand geleden in het vooruitzicht had gesteld.

Op de eerste handelsdag stond de koers van het aandeel maar eventjes, en licht, boven het introductieniveau. Het zou volgens de Financial Times slechts dankzij steunaankopen van een van de begeleidende banken zijn geweest, effectenhuis Jefferies, dat het aandeel niet ónder dat niveau belandde en aan het einde van de handelsdag precies op 14 euro sloot.

Hoewel de opbrengst met ruim 233 miljoen dollar (190 miljoen euro) 100 miljoen dollar lager lag dan in het meest optimistische scenario begroot, is de rentree van Manchester op de aandelenbeurs toch de grootste sportbeursgang ooit, zo berekende persbureau Reuters. De totale beurswaarde bedraagt 2,3 miljard dollar. Eigenaar Glazer, die er zelf weliswaar 110 miljoen dollar mee verdiende, had het zich vast anders voorgesteld. De bemoeien van de Glazer met de Britse voetbalclub is al zo omstreden.

De Amerikaanse miljardair en sportliefhebber – Glazer is ook eigenaar van American Footballclub Tampa Bay Buccaneers – haalde ‘Manu’ nog maar zeven jaar geleden van de beurs (van Londen) in de hoop mee te profiteren van de wereldwijde successen en groeiende populariteit van de club. Manchester wist sindsdien de prijzenkast te verrijken met vier nationale bekers en één Champions Leaguetitel, maar de gunst van de supporters heeft hij de Amerikaan nooit weten te winnen. De supporters hebben, financieel gezien, alle reden om kritisch te zijn over het Amerikaanse regime.

Onder Glazer, en zijn twee zoons die de club feitelijk leiden, heeft de schuldenlast zich opgestapeld. De beursexit in 2005 kostte de familie bijna 1,5 miljard dollar, waarvan het grootste deel door de Glazers voor rekening van de club werd geleend – een gebruikelijke Angelsaksische financieringsmethode. Begin dit jaar bedroeg de schuld van Manu bijna 670 miljoen dollar. Door de teleurstellende opbrengst van de beursgang kan daar nu maar iets meer dan 100 miljoen van worden afgelost.

Kort voor de beursgang presenteerde Manchester een lucratief nieuw sponsorcontract: in ruil voor een half miljard dolllar zal het Amerikaanse automerk Chevrolet vanaf 2014 zeven seizoenen op het rode Manu-shirt prijken. Maar voorlopig kijken beleggers tegen verliezen aan. Over het nog niet volledig opgemaakte boekjaar 2011-2012 verwacht de club verlies – net als twee jaar geleden – en minder omzet.

Los van deze magere financiële resultaten, zal het matte onthaal op Wall Street afgelopen vrijdag mede zijn ingegeven door het negatieve sentiment onder de supporters. De fanclub van Manu had consumenten opgeroepen om de bestaande clubsponsors te boycotten en daarmee de beursgang te frustreren. In de ogen van de Manchester United Supporters Trust zou de beursgang namelijk geen ander doel dienen dan het verrijken van de familie Glazer, die ook na de publieke beursnotering de feitelijke macht in Manchester in handen blijven houden