Zus: ‘Apetrots dat wij dit doen’

In 1937 vond Anton Eilers een legertent op het strand. Hij besloot die te gaan verhuren en noemde zijn bedrijf Neptunus. Nu zitten zijn drie kleinkinderen in de directie en levert het bedrijf ‘tenten’ voor de Olympische Spelen.

Dorrie Eilers (42), getrouwd. Heeft twee zoons. Nam in 2000 samen met haar jongere zus Betty (40) en broer Antoine (37) Neptunus, een tentenverhuurbedrijf, over van hun vader. Zij treedt op als commercieel directeur.

„Beslissingen nemen we meestal bij pap en mam aan de keukentafel. We zijn een heel hechte familie, dus we eten regelmatig tussen de middag bij onze ouders, of ’s avonds, of in de weekenden.

„Mijn vader heeft het bedrijf in 1970 overgenomen van zijn vader. Toen wij twaalf jaar geleden met z’n drieën het bedrijf overnamen, hebben we de naam veranderd. Heel bewust hebben we de toevoeging ‘tentenverhuur’ laten vallen, aangezien we ons steeds meer gingen richten op demontabele gebouwen en die kun je écht geen tenten meer noemen. We leveren bijvoorbeeld sporthallen, showrooms voor autodealers als BMW en Audi, tijdelijke winkelruimtes – tijdens een verbouwing of na een brand – en accommodaties voor evenementen, zoals tennistoernooien en North Sea Jazz.

„Voor de Olympische Spelen in Londen hebben we onder andere bij het Holland Heineken House de studio’s voor NOS en Radio 538 gebouwd, het foodcourt en het High Performance Centre van NOC*NSF, waar de sporters zich voorbereiden. Na de Spelen wordt alles weer afgebroken en hergebruikt. Ik loop apetrots rond in Londen. Deze week heb ik Antoine nog gebeld vanaf het Olympisch Park. Dat wij dat daar allemaal mogen en kunnen neerzetten... Dat is fantastisch. Daar mogen we heel trots op zijn.

„Met z’n drieën hebben wij acht kinderen, zeven jongens en één meisje. De oudste is dertien, dus ze zijn nog veel te jong om te kunnen zeggen of ze het bedrijf overnemen. We betrekken ze er wel bij. Met acht kleinkinderen is er altijd wel één die het bedrijf overneemt, toch? Als ze geen van allen willen, zou ik dat vreselijk jammer vinden. Maar dat gaat niet gebeuren. Dat weet ik héél zeker.”