Zondag in het park

Het Golden Gate Park in San Francisco is niet zo beroemd als het Central Park in New York. Maar minstens zo leuk, zegt .

In de ochtend is het Golden Gate Park het domein van fietsers en joggers. Ramin Rahimian / The New York Times / HH

De gevangenis van Alcatraz, de Golden Gate Bridge en een ritje met de rammelende kabeltram. Dat zijn de gedoodverfde toeristische trekpleisters voor een eerste bezoek aan San Francisco. Wie de stad beter wil leren kennen moet op zondagmiddag gaan wandelen in het Golden Gate Park, een van de grootste stadsparken in de Verenigde Staten, en een park met een Nederlands tintje.

Vanuit de lucht lijkt het wel of de stadsarchitect een stukje stad is vergeten. Een lange groenstrook prikt van het strand van de Grote Oceaan tot bijna in het hart van het centrum van San Francisco. Dit is het Golden Gate Park, vijf kilometer lang en bijna een kilometer breed: breed genoeg om een volwaardige vierbaanssnelweg in aan te leggen en toch een oase van rust te blijven. Veel groter dan Central Park in New York, maar lang niet zo beroemd. Ten onrechte. Want hier, op deze strook, tref je de inwoners van het drukke San Francisco op hun meest relaxed.

Zeker op zondag, als het autoverkeer op de John F. Kennedy Drive wordt stilgelegd. Dan nemen wandelaars en fietsers bezit van de openbare weg en geeft bijvoorbeeld de dansgroep Lindy in the park (lindyinthepark.com) een openbare swingles. Het brede trottoir van de Kennedy Drive staat vanaf 12 uur vol met cursisten; de jazzmuziek knalt uit de speakers. Elke zondag weer, sinds 1996. Tenzij het te nat is voor outdoor swingen.

Het Golden Gate Park is de plek waar de inwoners van San Francisco hun hobby’s in het openbaar beoefenen. Omdat ze er de ruimte hebben en omdat ze van publiek houden. Bijvoorbeeld de dertig rollerskaters die elke zondag een show weggeven op het skateterrein ter hoogte van 6th Avenue. Ze doen zombies na op de muziek van Michael Jacksons klassieker Thriller. De bonte stoet beenwarmers, zonnebrillen en cowboyhoeden bewijst het: de rollerdisco mag dan al dertig jaar uit de mode zijn, hier in het Golden Gate Park is de groove nog altijd springlevend.

Kickball

Dit park is er voor alle rangen, standen en leeftijden. Een eindje verderop spelen studenten kickball, een kruising tussen voetbal en honkbal, en gooien de senioren van de San Francisco Lawn Bowling Club zwijgend een balletje voor hun historische clubhuis. Het is een eeuwenoude Britse sport maar wel een zeldzaamheid in de Verenigde Staten, zegt clublid Janet Mednick: „In Australië doen vier miljoen mensen aan lawn bowling, hier in Amerika maar 5.000.” Op deze plek wordt al sinds 1901 gebowld en de SFLBC is de oudste club in de VS. Een van de grondleggers van het Golden Gate Park was het eerste lid, vertelt Mednick trots. Ze verwijst naar John McLaren, de ‘meester-tuinier’ die verantwoordelijk was voor de aanleg van het park, samen met ontwerper William Hammond Hall.

Hall en McLaren legden het park eind negentiende eeuw aan, om tegenwicht te bieden aan de hectiek van de stad. Ook honderd jaar later is de frisse boslucht van het Golden Gate Park nog steeds een verademing. Want nu Silicon Valley, het industriegebied onder San Francisco, opnieuw een techboom beleeft, blijft het Golden Gate Park een oase van rust, die dertien miljoen bezoekers per jaar moeiteloos absorbeert.

Door de week is het stiller dan op zondag. Alleen tussen zes en zeven uur ’s ochtends is het even spitsuur. Massaal joggen de jonge San Franciscans voordat ze naar het werk gaan.

’s Ochtends, vanaf een uur of acht, verzamelen kleine groepjes zich er voor een tai-chiles in de openlucht. Als jogger houd je vanzelf even in, uit respect voor de trage, geconcentreerde bewegingen van deze oosterse bewegingskunst. Het past bij het oosterse karakter van San Francisco: 21 procent van de bevolking is Chinees, veel meer dan in andere Amerikaanse steden.

’s Middags viert een internetbedrijf een personeelsfeestje op een grote weide, de Speedway Meadow, en voetballen damesteams in het grote stadion, dat je gewoon binnen kunt wandelen. De rest van de dag is het park toevluchtsoord voor fietsers, buurtbewoners uit de wijk Richmond (veel gezinnen) en The Haight – de hippiewijk die nu populair is onder werkende jongeren. Het Golden Gate Park is een wijkplaats voor krap behuisde stadsbewoners. De huizen in San Francisco zijn immers peperduur – reken op 3.000 tot 4.000 dollar huur voor een eengezinswoning.

’s Avonds zou er overlast zijn van de zwervers die in het park overnachten – San Francisco heeft ook het grootste percentage daklozen van Amerika. Maar het daklozenprobleem in het Golden Gate Park lijkt kleiner dan in het stadscentrum, waar de zwervers al vanaf de ochtendspits als zombies tussen de forenzen en de toeristenmassa heen en weer schuifelen.

Molens

Naar het westen, richting het strand, wordt het park bosachtiger en rustiger. Het lijkt wel alsof de bomen, meren, glooiende velden en rotspartijen er altijd zo gelegen hebben, maar het hele park is kunstmatig aangelegd op zandduinen.

Het geheim achter het oase gevoel is te vinden aan de westzijde van het park, waar de bomenrand bijna de Grote Oceaan raakt. Alleen de Great Highway en het strand scheiden het park nog van de branding. Aan deze kant staan twee molens die in het begin van de twintigste eeuw zoet water omhoog pompten naar de kop van het park. Verder zorgde de zwaartekracht ervoor dat de meren in het park volstroomden en de bomen voldoende water kregen.

Deze molens waren al jaren buiten werking: de pompen werden in de Tweede Wereldoorlog verkocht om wapens van te maken. Maar afgelopen oktober werd weer een deel van de oude glorie hersteld. Molenmaker Lucas Verbij, uit het Zuid-Hollandse Hoogmade, restaureerde de Murphy Windmill. Dat is de enorme molen op de zuidwesthoek van het Golden Gate Park.

De molen in de noordwesthoek heet de Dutch Windmill. Maar er is niets Dutch aan, vertelt Verbij. „Er is daar een tuintje waarvoor koningin Wihelmina ooit wat tulpenbollen heeft geschonken, vandaar de naam. Ook de Murphy Windmill is echt een volledig Amerikaanse molen. Hij draait met de klok mee, terwijl de molens in Nederland tegen de klok in draaien.”

De Murphy Windmill is de allergrootste molen ter wereld, zegt Verbij trots. „Je vindt nergens ter wereld een molen met wieken van 35 meter. Die wegen drie keer zoveel als Nederlandse wieken. Dit is echt een knap staaltje Amerikaanse bouwkunst van het begin van de twintigste eeuw.”

De restauratie was een „bizar project”, vertelt Verbij, omdat het vele jaren duurde en de aannemer failliet ging. „Ik heb lang op mijn geld moeten wachten, maar dit was zo’n bijzonder project… Neem alleen de bovenas, die weegt 14 ton – terwijl de zwaarste in Nederland hooguit 5 ton weegt.” De onderdelen werden in Nederland gefabriceerd en in San Francisco gemonteerd. „Mensen waren ontroerd omdat ze voor het eerst in decennia de molen weer zagen draaien, op de plek waar ze ooit hun eerst kus kregen. We hebben een gedeelte van de oude skyline van San Francisco in ere hersteld.”

En hoe ziet de wereld eruit, vanaf die oude skyline? Verbij gaat de vijf trappen op, naar de donkere molenkap waar het ruikt naar vers hout en olie. De loodzware bovenas draait als een zonnetje in de Californische zeewind. Nog een paar stappen in de buitenlucht en dan sta je op het propellerdek, de fantail die ervoor zorgt dat de molen meedraait met de wind en zo dus altijd op volledig vermogen kan draaien. Op het dek, in de zilte bries, is het uitzicht adembenemend. Surfers in de oceaan. Blije mensen in het park. En San Francisco aan je voeten.