Tragische schoonheid

Onder de fraaie kostuums in Chéri gaat veel hypocrisie schuil.

Op het tijdstip waarop de KRO zaterdagavond Chéri uitzendt, had sociologe Jolande Withuis haar Zomergasten-uitzending kunnen vervolgen. De KRO bood collega-omroep VPRO dit tijdslot aan, maar omdat Withuis bang was voor weer een migraineaanval besloot de VPRO niet op dit aanbod in te gaan.

Het wordt dus toch Chéri, de kostuumfilm van Stephen Frears. Chéri speelt zich af tijdens het Belle Epoque, de relatief zorgeloze jaren tussen 1890 en 1914 – het begin van de Eerste Wereldoorlog. Het toeval wil dat Withuis in haar boek De vrouw als mens (2007) een mooi essay wijdde aan dit tijdperk. Zij betoogt dat onder de lieflijke naam Belle Epoque een hypocriete samenleving schuilging, waarin de enorme ongelijkheid tussen de seksen ingebakken was in de maatschappij. Vrouwen waren tweederangsburgers, zonder rechten. Ze werden als zwak gezien. Withuis: „Het Franse politieke en culturele klimaat was sedert het eind van de negentiende eeuw doortrokken van angst voor de veranderingen in de sekseverhoudingen zoals die zich in het fin de siècle overal in Europa voordeden (…). De Franse Revolutie had de gelijkheid van mensen louter opgevat als de gelijkheid van mannen.” Chéri laat deze hypocrisie ook zien, in scherp contrast met zijn fraaie decors en kostuums.

Michelle Pfeiffer speelt een wat oudere courtisane die juist niet passief is, en dat komt haar duur te staan. Haar liefde voor de 19-jarige, verwende Chéri (Rupert Friend), de zoon van een vriendin, is niet zo duurzaam als zij hoopt. De wat voortkabbelende film ontroert vooral door Pfeiffer, als tragische vrouw wier schoonheid over haar hoogtepunt heen is, dus wat is zij nog waard?