Scampi

Ronald Hoeben zingt de lof van de waddengarnaal.

Met kreeft uit de Oosterschelde, garnalen uit de Waddenzee, noordzeekrab en constante aanvoer van verse langoustines in Den Oever zitten we ’s zomers goed in de lekkere schaaldieren. Ook al ligt de afsluiting van het oosterscheldekreeftseizoen alweer een week of drie achter ons, er is voldoende kreeft ‘aangeland’ om ons nog vele maanden van verse oosterscheldekreeft te voorzien. De grote afnemers werken met afgezonken caissons waarin de gevangen kreeften in winterslaap gaan, ze worden op bestelling gewekt.

Met een vereniging en een pr-apparaat heeft de oosterscheldekreeft ruime bekendheid gekregen. Dat kun je niet zeggen van de noordzeekrab, die relatief weinig gegeten wordt en ook niet van de waddengarnaal, die met een bijzondere handicap kampt. Vrijwel alle Hollandse garnalen of petit gris krijgen een retourtje Marokko om daar met de hand gepeld te worden. De zoektocht naar een betaalbare en werkende garnalenpelmachine is al vele jaren gaande en heeft nog geen definitief alternatief voor de Marokko- constructie opgeleverd, al zou het mij niet verbazen als er een lucratieve subsidie of maas in de wet is die dit malle circus draaiend houdt. De waddengarnaal wordt niet in Marokko gepeld en dus ook niet bestrooid met het conserveermiddel dat de Hollandse garnaal tijdens het Marokkaanse uitstapje tegen bederf moet beschermen. Dat conserveermiddel heeft smaak en die verslijt de consument na al die jaren voor de ‘originele garnalensmaak’. De onbehandelde waddengarnaal verkoopt dus lastig omdat hij anders smaakt dan de ‘gewone’: hij is niet alleen groter maar ook zoeter.

De in Den Oever aangevoerde langoustines (ook wel Noorse garnaal, scampi of lobsterette) kennen die moeilijkheden niet, maar worden weer zelden rechtstreeks aan consumenten geleverd. Die weten namelijk over het algemeen niet wat ze ermee aan moeten vangen.

Op nrc.nl/koken laat Richard Meijer van restaurant Mevrouw Meijer in Rotterdam een even simpel als geniaal langoustinerecept zien.