Mandarin

Ivo Weyel bekijkt een hotelkamer van 20.000 euro per nacht.

Mijn hotelkamer in het nieuwe Mandarin Oriental hotel in Parijs heeft een deur. Eén deur. Even verderop in de gang heeft The Suite Royale twee deuren. Enorme deuren, met bronzen deurklinken en heel veel houtbewerkingen, meer een poort eigenlijk. Waarom hebben dure kamers altijd twee deuren? Zijn rijke mensen groter? Hoe dan ook, ze gaan voor me open, die deuren, want ik mag een kijkje nemen, ’s morgens in alle vroegte, want hij is geboekt en de gasten arriveren later die ochtend. De suite is 350 vierkante meter groot, met terrassen rondom, een gym, spa, een butlers pantry en room for a pony, zou Hyancinth Bucket („It’s Bouquet”) uit de serie Schone Schijn zeggen. Alle meubels zijn speciaal voor deze suite gemaakt. De inrichting is een mix van Chinees, Arabisch en Russisch, de drie doelgroepen voor suites op dit niveau. De bar is van albast. Het bed van zijde van Lesage, het atelier dat ook de haute-couturejurken van Chanel van borduursels voorziet. De suite kost 20.000 euro per nacht en een rijke Chinees boekte hem voor twee weken. Dat is 14×20.000 = 280.000 euro.

Monsieur Guillaume Chapalain van het hotel leidt me rond en vertelt dat er in Parijs een nijpend tekort is aan dit soort suites. In alle grote wereldsteden eigenlijk. Ze gaan als warme broodjes. Vandaar dat het Four Seasons hotel George V, ook in Parijs, ondanks een recente verbouwing van honderd miljoen, vorige week de grootste suite weer helemaal heeft vernieuwd. Die kost 19.500 euro per nacht. De meneer die me daar rondleidt, vertelt dat interieurarchitect Pierre-Yves Rochon er juist niet iets overdadigs luxueus van heeft gemaakt, maar meer een thuisgevoel heeft gecreëerd. Ik tel de kamers, badkamers en terrassen, voel aan het suède behang, bekijk mezelf in de Lalique spiegels van de marmeren badkamer en loop de butlers pantry in.

Inderdaad.

Net als thuis.