Magie, fantasy en stilistisch vuurwerk

Voor de koffer van de kinderen maakt Thomas de Veen een keuze uit het aanbod van zomerjeugdboeken. Van Suzanne Collins Hongerspelen tot De grote Robin van Sjoerd Kuyper.

Langs één Frans campingzwembad werden drie exemplaren gelezen, in drie talen: de zomerhit op leesgebied is gesignaleerd en het is De Hongerspelen (vert. Maria Postema, Van Goor, 3 delen, € 10 per deel, 13+) van Suzanne Collins. Met de film naar het boek, dit voorjaar in de bioscopen, is die populariteit niet zo gek – al blijft het wonderlijk dat miljoenen pubers zoveel plezier beleven aan deze weerzinwekkende dystopie over een tv-spektakel waarin jongeren elkaar uitmoorden. De kandidaten worden gedropt in de wildernis waaruit alleen de winnaar c.q. overlever terugkeert. De morele vragen die Collins oproept over dit onvrijwillige neodarwinisme lijken geen lekkere ingrediënten voor vakantielectuur, ware het niet dat ze verpakt zijn in pageturners van jewelste.

En misschien nog wel een belangrijker argument om ze in de koffer te stoppen: het Hongerspelen-verhaal duurt drie boeken. Series zijn de ideale zomerjeugdboeken: als er zeeën van tijd zijn, zonder huiswerk of computer, kun je de leeshonger blijven voeden want na de ruim 200 pagina’s van deel één liggen er nog eens 400 pagina’s van deel twee klaar.

Het met een Zilveren Griffel bekroonde Ik en de rovers (vert. Annemarie Raas, Gottmer, 2 delen, vanaf € 14,95, 9+) van de Finse Siri Kolu begint meteen aanstekelijk vrolijk: op de snelweg wordt de auto van de tienjarige Roos klemgereden door rovers, waarbij behalve anti-oogrimpelcrème, een natuurgids en een fleecetrui ook de hoofdpersoon zelf buitgemaakt wordt. Als vriendinnetje voor de roverskinderen. Dat blijkt uiteindelijk geen probleem: de rovers zijn van een Biegeliaans rover-Hoepsika-achtige gekte, en met hen beleeft Roos een zomer lang avonturen op en langs de snelweg.

Nog een tikkeltje absurder – laten we zeggen: Roald Dahl meets Pudding Tarzan – zijn de boeken van Andy Stanton over meneer Gum, voor iets jongere kinderen. Meneer Gum is een boosaardige, smerige kinderhater die in Stantons verhalen voortdurend gromt, snauwt, vloekt en chagrijnt. Je treft zinnen aan als: ‘De mist slingerslangerde door de middernachtelijke straten van Braaxsel-Binnen, dik en koud en zo stil als een moordenaar.’ Om zo te vervolgen: ‘De mist kroop naar de Opscheppersheuvel en stortte zich erop als een dolgedraaide tandarts.’ Dat soort stilistisch vuurwerk is grotendeels te danken aan Ulysses-vertaler Robbert-Jan Henkes – de meligheid van de verhalen mag dan ongeëvenaard zijn, zulke knetterende taal is best welkom in een kinderboek. Het nieuwste Meneer Gum-deel – leesvolgorde maakt niet uit – heet Meneer Gum en de Superkrachtkristallen (vert. Robbert-Jan Henkes, Hoogland & Van Klaveren, 4 delen, € 13,75 per deel, 8+).

Een heel ander soort schrijver, maar onmiskenbaar een groot stilist, is Sjoerd Kuyper, die vlak na de zomer voor zijn kinderboekenoeuvre de Theo Thijssenprijs zal ontvangen. Voor die gelegenheid zijn de drie met een Griffel bekroonde boeken over de kleuter Robin gebundeld in De grote Robin (Lemniscaat, 3 delen in één band van 192 blz., € 19,95, 5+), met nieuwe illustraties van Marije Tolman. Robin leeft in een soort zomervakantiewereld: grotemensenzorgen bestaan er niet. Het is een wereld waar hij met zijn oudoom in de vroege ochtend melk rondbrengt met een ouderwetse bakfiets. En op het strand zwaait er een meisje naar hem: ‘Ze zwaait heel klein. Niet als een zeeman die op reis gaat, maar als een meisje dat een hond aait.’ Kuypers verhalen over Robin horen tot het mooiste wat voor jonge kinderen geschreven is.

Ten slotte nog een Geheimtip voor degenen die Harry Potter al drie keer uit hebben, niet door The Lord of the Rings heenkomen en meer humor zoeken dan De Hongerspelen te bieden heeft: de nauwelijks opgemerkte, maar opmerkelijk goede Edelsteentrilogie van de Duitse Kerstin Gier. Net als haar onmiskenbare voorbeeld J.K. Rowling construeerde Gier een parallelle magische wereld naast de gewone (puber)wereld van jongenssores en mobieltjes. Puber Gwendolyn komt erachter dat zij de bezitter is van een tijdreis-gen. Het verzamelde bloed van alle tijdreizigers zal een groot geheim onthullen en Gwen wordt daar plotseling deel van. Na het eerste deel Robijnrood (vert. Merel Leene, Blossom Books, 3 delen, vanaf € 14,95, 12+) zijn de vragen talrijker dan de antwoorden – de cyclus telt dan ook 1.200 pagina’s. In tegenstelling tot veel nodeloze Potter-adepten schrijft Gier met zoveel schwung en op de juiste momenten laconiek dat één deel inderdaad naar meer smaakt.

Thomas de Veen