Ik rijd in een mislukte deal

Eventjes was de Nederlandse zakenman Victor Muller de held van Zweden. Dat was toen het nog leek dat hij Saab van de ondergang kon redden. Na het faillissement heeft hij zich teruggetrokken op Mallorca, waar hij geniet van de vogels. „Maar ik kan nog volop zakendoen.”

Met het blote oog is vlak boven de bergen van Tramuntana op Mallorca net een zwart stipje te zien. Victor Muller pakt zijn verrekijker. Ja, de monniksgier, zegt hij enthousiast. Eigenlijk wist hij het al toen hij het stipje zag. De grootste roofvogel van Europa zweeft langzaam rondjes, terwijl Muller steeds enthousiaster wordt. „Kijk die vingers aan de uiteinden van zijn vleugels. Schitterend.” De reusachtige vogel beweegt nauwelijks zijn vleugels. „Hij zweeft op de warme lucht. Het is net een vliegende tafel. Waanzinnig.” Dan zweeft de vogel rustig naar beneden en landt op een rotspunt. Hij geeft een privéshow, zegt Muller. „Geweldig, zo heb ik hem nog nooit gezien.”

Als hij zelf een vogel kon zijn? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. „Maak mij maar een Eleonora-valk. De grootste luchtacrobaat van allemaal. Geen natuurlijke vijanden. Een beetje op een klif zitten en dan komen er altijd genoeg jonge vogeltjes voorbij om op te eten.”

Muller hoopt dat de monniksgier de rots weer afzweeft zodat hij hem nog een keer vliegend kan bewonderen. Maar de roofvogel blijft rustig zitten. Hij kijkt wat om zich heen en pikt af en toe in zijn verenkleed. Na ruim een half uur geeft Muller het op. „Die vogel stijgt voorlopig niet meer op.” Hij loopt terug naar zijn auto en vertelt over de prachtige vogels die hij in zijn tuin in Port d’Andratx kan zien. De hop, nachtzwaluw, kerkuil, bijeneter, Eleonora-valk. „In mijn achtertuin, hè.”

Toen hij vier was, kreeg hij zijn eerste vogelgids. Een Petersons, hij heeft hem nog. Hij ging vaak met zijn vader op pad. Zo kreeg hij liefde voor vogels. Vogels kijken brengt hem terug naar de essentie, zegt hij. „Uiteindelijk zijn we buitengewoon onbeduidende passanten op de wereld.”

Victor Roberto Muller (Amsterdam, 1959) als passant. Dat klinkt wat gek. Hij is toch de handige zakenman. Die groot denkt. Vliegtuig in, vliegtuig uit. De hele wereld over om zaken te doen. Een charmeur die altijd weer investeerders weet te overtuigen om miljoenen in zijn plannen te steken. Soms een winnaar. Dan weer een verliezer. Maar onbeduidend?

De overname van het Zweedse automerk Saab, begin 2010. Dat was zo’n echte Muller-deal. Hij was bestuursvoorzitter en grootaandeelhouder van de piepkleine Nederlandse sportwagenfabrikant Spyker. Echt succes had hij niet met Spyker: „We hadden nog nooit winst gemaakt.” En toen zette de Amerikaanse eigenaar General Motors de beroemde Zweedse autofabrikant Saab te koop. Dat leek Muller wel wat. Dat Saab vele malen groter was? Maakte niets uit. Groot denken. Dat Spyker geen geld had voor de overname? Vond Muller ook geen probleem. Overal haalde hij geld vandaan om de overname te financieren: van de Russische zakenman Vladimir Antonov, van een Amerikaans investeringsfonds en van de Nederlandse zakenman Pieter Heerema. Met 60 miljoen euro kocht hij Saab. Daarna leende Saab nog eens 400 miljoen euro van de Europese Investeringsbank (EIB) om zuiniger en nieuwere modellen te ontwikkelen.

Zo werd hij een held in Zweden. Een kunststukje vonden ze het daar. In 2012 zou Saab zo’n 120.000 auto’s verkopen, waarmee de fabrikant winstgevend zou zijn. En dat was nog maar het begin van een glorieuze toekomst die rasoptimist Muller voorzag.

Dat is dus mislukt. Saab verkocht nauwelijks auto’s en had al snel geen geld meer om de werknemers en leveranciers te betalen. Maart vorig jaar kwam de fabriek in Trollhättan stil te liggen. Muller vloog opnieuw de wereld over op zoek naar geldschieters. Die vond hij in China. Maar geen enkele overeenkomst ging echt door. De laatste keer blokkeerde voormalig Saab-eigenaar General Motors een overeenkomst met de Chinese autofabrikant Youngman. De Amerikanen wilden niet dat hun technologie, waarvan Saab gebruikmaakte, bij een Chinese partij terecht zou komen. Op 19 december vorig jaar ging Saab failliet. Het sprookje van Victor Muller was voorbij.

Deze week sloeg Muller terug. Spyker heeft in Amerika een rechtszaak aangespannen tegen General Motors. Want de Amerikaanse autofabrikant heeft Saab volgens Muller doelbewust failliet laten gaan. De Amerikanen wilden volgens hem gewoon geen concurrentie van Saab op de Chinese automarkt. Dus moet GM betalen, vindt Muller. En hij denkt weer groot. Spyker eist 3 miljard dollar.

Saab cabriolet

Veel zin om over de overname en het faillissement van Saab te praten had Muller eigenlijk niet. Wat had hij eraan? Uitgebreid over een mislukking praten? Tientallen verzoeken kreeg hij uit Zweden. Hij wilde niet. Journalisten schrijven toch altijd over hem wat ze willen. Had hij in Nederland ook last van. Altijd dat betweterige vingertje opsteken. Altijd tegen anderen zeggen wat ze niet goed hebben gedaan. En hoe je iets had móéten doen. Daarom woont hij nu op Mallorca. Weg van het gezeur.

Maar goed, vogels kijken wilde hij wel. Dus maakte hij een uitzondering. Ondertussen zou hij dan wat terugblikken op Saab.

In de haven van Port d’Andratx komt Muller rond het middaguur aanrijden in zijn oranje Saab cabriolet. Hij rijdt de pier op. Aan de rechterkant mogen auto’s staan. Links niet. Aan het einde van de pier keert hij om. Vol. Dus parkeert hij aan de linkerkant, tien meter achter een verbodsbord. De lange Muller stapt uit. Pet op, zonnebril, een helblauwe polo en een korte broek.

Na het faillissement van Saab heeft hij zich nog afgevraagd of hij wel in die oranje auto moest blijven rijden. Mislukt, dacht hij elke keer als hij er in ging zitten. Hij lacht even. „Eigenlijk rijd ik rond in een mislukte deal.” Hij heeft de auto toch maar gehouden. Hij rijdt super en Muller noemt het „een soort therapie” om elke keer weer in te stappen.

Hij gaat in een schommelstoel aan het water zitten. Goeie plek toch, dit, zegt hij, waarna hij koffie bestelt. Hier zit hij vaak. Goede internetverbinding, zodat hij makkelijk kan werken. Om de zoveel minuten vraagt zijn iPhone of BlackBerry aandacht. Sorry, zegt hij dan en beantwoordt snel een mail, een sms’je of voert een kort gesprek.

„Hé, hoe is het? Wie?”

Muller noemt een Chinese naam.

„Ja, daag. Hebben ze geld?”

„Bel me als je meer info hebt.”

„Ik ben all yours morgen. Joe. Hoi.”

Mijn man in China, zegt hij. Heeft weer een aanbieding voor hem. Die neemt hij tegenwoordig met een korreltje zout. Sinds de overname van Saab is hij internationaal bekend en dan komen er ook allerlei gekken naar je toe, met fantastische verhalen en mogelijkheden.

Hoe werkt dat nou zo’n overname van Saab? Hoe kom je op het idee? En dan? Daarvoor moet Muller terug naar 2009. Hij is bestuursvoorzitter en grootaandeelhouder van de kleine sportwagenfabrikant Spyker. Spyker heeft voortdurend geldproblemen. Maar gelukkig is daar Vladimir Antonov, een jonge Russische zakenman, die onder meer een eigen bank heeft. Antonov is autoliefhebber, grootaandeelhouder van Spyker en nooit te beroerd om miljoenen over te maken als Spyker die weer eens nodig heeft.

Muller was bij Antonov in Londen toen ze in de Financial Times lazen dat potentiële kopers van Saab definitief waren afgehaakt. Dus vroeg Antonov hem of Saab niet iets voor hen was. Het leek Muller ook wel wat. En toen? Toen mailde hij directielid Bob Lutz van General Motors, die hij al kende. Wat je dan schrijft? Heel simpel. „Hi Bob, ik heb interesse in Saab. Wat moet ik doen om een deal te krijgen? Groet, Victor.” Hij moest contact opnemen met Deutsche Bank in New York, die de verkoop van Saab begeleidde. Dat deed hij. Zo simpel is het dus.

Muller staat plotseling op en kijkt naar zijn auto. „Shit, heb ik weer een bon? Ja, ik heb weer een bon.” Hij gaat zitten.

Waarom Saab? Hij vond het altijd al een mooi merk. Zijn vader had een accountantskantoor in Amsterdam-Zuid. In het blok van hun woonhuis was de Amsterdamse Rijtuig Maatschappij gevestigd. Die importeerde Saabs. Vanuit zijn slaapkamerraampje zag hij de nieuwe 93 en 96 glimmen in de garage.

Als jongetje kende hij alle merken uit zijn hoofd. Toen hij student was, begon hij met de handel in klassieke auto’s. Struinde met vrienden Italië af op zoek naar exemplaren in dorpjes en schuurtjes bij boeren. Die kochten ze voor een prikkie. „Dan plakten we er Nederlandse nummerplaten op en reden de grens over.” Hoefden ze geen invoerrechten te betalen, vandaar. Eén keer ging het bijna mis. Zag de douanier tussen Italië en Zwitserland dat de kleur van de auto niet overeenkwam met de kleur die op het kentekenbewijs stond. „Het was aan het einde van de dag. Hij mompelde wat en liet me doorrijden. Als hij het chassisnummer had gecontroleerd, had ik een groot probleem gehad. Maar hij had waarschijnlijk geen zin in papieren en rompslomp.”

Trouwe schare

Maar goed, dat is jeugdsentiment. Saab was gewoon een mooie deal. Sterker nog, het was een joke. En dan bedoelt Victor Muller de prijs. GM wilde 60 miljoen euro cash voor Saab. Een lachertje. Kreeg hij een bedrijf voor met 970 miljoen euro aan bezittingen en 162 miljoen euro contanten. „En geen schuld.” Dat zag er toch goed uit? De plannen van het management van Saab waren ook prima. Er waren nieuwe modellen klaar om te maken. Over de hele wereld was een trouwe schare kopers en liefhebbers. En er waren mooie plannen om in China de markt te veroveren. Kortom, op papier zag alles er perfect uit. Maar toen bleek eind 2010 dat Saab 20.000 auto’s minder had verkocht dan de verwachtte 45.000.

Klopte het businessplan van Saab niet?

„Nee, en ik weet nu ook wel waarom. General Motors was al bezig de Saab-fabriek te ontmantelen toen wij met Spyker Saab overnamen. Dat hebben wij en het management van Saab verkeerd ingeschat. De hele fabriek lag stil. Om alles dan weer op te starten kost zo ongelofelijk veel geld. Daar hebben we te weinig rekening mee gehouden. Klanten, toeleveranciers, financiers, die zijn dan allemaal wat schuw. Dus als de boel weer draait, moeten die eerst weer vertrouwen krijgen.”

Spyker had Saab niet moeten overnemen?

„Ik had één ding anders gedaan. Ik had tegen GM moeten zeggen: jullie hebben de fabriek stilgelegd en daardoor Saab zo beschadigd dat de deal op deze manier niet kan doorgaan. Toen de fabriek vorig voorjaar stil kwam te liggen, werd ik gek. Weet je wat dat kost, een autofabriek die een week stilligt? Zeker 5 miljoen euro. Je produceert niks, maar het kost wel geld. Man, elke dag heb je meer geld nodig. In april had ik nog 30 miljoen euro nodig om de boel weer op te starten, in december was dat al opgelopen tot 500 miljoen euro.”

Toen de fabriek stillag moest u weer op zoek naar geld. Dat is uiteindelijk niet gelukt.

„Dat is wel gelukt. Ik had Chinese investeerders, die hebben ook miljoenen overgemaakt, zodat we aan verplichtingen konden voldoen. Die 5 miljoen per week voor een fabriek die niets produceert, die heb ik gegenereerd. Maar een definitieve overeenkomst met deze Chinese investeerders heeft General Motors bewust afgewezen. En dan de Zweedse overheid. Die hebben Saab ook gewoon laten rotten.

„Ik had die Chinezen niet eens nodig gehad. Het geld was er al in het voorjaar van 2011. Vladimir Antonov, mijn Russische zakenvriend. Die wilde zo weer tientallen miljoenen in Saab steken. Mocht niet van de EIB en de Zweedse regering. Waarom niet? Ze moesten hem niet. Omdat er allemaal wilde verhalen over Antonov waren. Russische maffia, dat soort dingen. Maar ik heb nooit bewijs gezien. Bij Russen met geld denkt iedereen altijd aan boeven.”

Maar is het niet raar, zo’n jonge Rus, halverwege de dertig met een eigen bank en tientallen miljoenen?

„Nee.”

U vraagt zich dan niet af of dat wel goed zit?

„Nee. Waarom zou het niet goed zitten? Kom op zeg, in mijn wereld is dat normaal. Ik ontmoette hem in 2005 bij de 24 uur van Le Mans. Ik was daar met Spyker. Hij stond naast me met een Ferrari. Gewoon een leuke, jonge, enthousiaste Rus, die goed Engels sprak.

„Als ik al niet meer met jonge jongens kan praten die miljoenen hebben. Dit is gewoon de nieuwe realiteit. De gemiddelde leeftijd van kopers van een Spyker in het Midden-Oosten is 22. Een Chinees van 22 jaar met miljoenen – misschien heeft die wel een internetbedrijf. Of een klapper met onroerend goed gemaakt. Weet ik veel.”

Antonov liep op autobeurzen vaak rond met een handjevol brede mannen om zich heen.

„Onzin. Dat waren gewoon medewerkers van zijn bank. Die zíjn allemaal kort en gespierd. Zo zien ze er nou eenmaal uit.”

Zijn vader werd in 2009 op klaarlichte dag in Moskou neergeschoten.

„Klopt. Dat gebeurt helaas vaker in Rusland. Antonov en zijn vader hadden problemen met een andere bankier. Ze weigerden die man een bank te verkopen. Die heeft toen Tsjetsjeense huurmoordenaars ingezet.”

Was het dan niet verstandig, als je kijkt naar Antonovs imago, om geen zaken met hem te doen?

„Ik beoordeel iemand zelf. Vladimir Antonov is nooit veroordeeld.”

En nu? Kunt u nog zaken doen? Willen mensen nog, nu Saab mislukt is? In Zweden kreeg u ook veel kritiek.

„Ja, die kritiek ken ik wel. Dat ik er zelf helemaal geen pijn van heb gehad. Dat het toch allemaal geld van anderen was dat ik in Saab heb gestoken. Ik had er ook geld in zitten. Maar het klopt dat het vooral andermans geld was. Heel veel geld. En dan nog? Als de baas van General Motors verkeerde beslissingen neemt en dat kost geld, dan doet het ook vooral pijn bij anderen, hoor. Dat is zijn geld niet. Ik had er tenminste nog eigen geld in zitten. Zeker 13 miljoen euro heb ik verloren. Zoveel zijn mijn aandelen Spyker minder waard geworden door het avontuur met Saab. Pfft. Weg.”

Er waren ook vragen over uw managementvergoeding, van zo’n half miljoen euro.

„Wat denken ze dan? Dat ik gratis werk? De vergoeding was netjes met de raad van commissarissen afgestemd. En hij was nog bescheiden. Bij andere beursgenoteerde bedrijven krijgen topmannen veel meer.

„Met de Zweedse media heb ik het helemaal gehad. Ik werd als held binnengehaald, maar dat duurde maar even. Hoe ze daar in de media met Saab omgingen, dat had ik nog nooit meegemaakt. Altijd maar op zoek naar negatieve verhalen. Het bedrijf werd echt op een afgrijselijke manier afgeschilderd. Genadeloos. Waarom? Het klimaat, de volksaard, dat zal er wel mee te maken hebben.”

Hoe is uw imago bij investeerders?

„Prima. Die denken ook heel anders, hè. Er zijn eigenlijk ook geen investeerders geweest die tegen me zeggen dat ik het verkloot heb. Ze weten dat ik er echt alles aan heb gedaan. De krachten die Saab om zeep hebben geholpen waren groter. Dat zien investeerders ook.”

Pieter Heerema die u in 2010 ruim 18 miljoen euro leende voor de aankoop van Saab, was achteraf toch niet echt gelukkig. Hij was zelfs kort Spyker-commissaris, maar stapte in het voorjaar van 2011 op toen Saab in financiële problemen kwam.

„Ja, toen het een beetje ruig werd haakte Pieter af. Opmerkelijk, voor een zeiler. Maar verder kan ik nog volop zaken doen. Door Saab heb ik nu juist naam gemaakt als iemand die nooit opgeeft. Ik heb ook miljoenen van mezelf zien verdampen. Maar het belangrijkste is niet het geld dat je verliest, maar het geld je niet hebt kunnen verdienen. Met Saab had ik helemaal geen tijd om nog andere dingen te doen. Nu wel weer.”

Zoals?

„Sportwagenfabrikant Spyker draaien en mooie deals doen. Gewoon, zakendoen. Wat adviseren. Vastgoed. Leuke dingen. Daarom zit ik hier zo rustig.”