Het komt aan op één magisch moment

In 1941 schreef sportjournalist Joris van den Bergh al een boek over mysterieuze krachten in de sport. De oude Grieken hadden het over Kairos: het beslissende moment om iets met succes voor elkaar te krijgen. Omdat Kairos niet is af te dwingen, dichtten de oude Grieken het een goddelijke status toe. In de Griekse mythologie is Kairos de jongste zoon van van oppergod Zeus. Hij wordt afgebeeld als een jonge god zonder kleren, kaal op een haarlok na die over zijn voorhoofd valt, aan zijn voeten vleugels. Je kunt hem makkelijk aan zijn haarlok pakken als hij voor je staat, maar is ie voorbij dan grijp je er altijd naast. Kortom, bij getreuzel en gebrek aan zelfvertrouwen verlies je.

Iedere topsporter moet weten dat het uiteindelijk aankomt op dat ene moment, de enige kans om droom in daad om te zetten. Grote sportprestaties worden altijd geleverd op een nu-of-nooit-moment. Epke Zonderland zal zeker weten wat de oude Grieken met Kairos bedoelden. Bronzen Edith Bosch verspeelde haar kans op goud toen ze in een split second een punt tegen kreeg tegen de Duitse Thiele. Een paar dagen later had ze wel de tegenwoordigheid van geest toen ze een flessengooier in het publiek een lesje leerde. Maar ja, geen jury die haar daarvoor alsnog een olympische medaille toekende.

Ook bij schermer Bas Verwijlen was het een moment van onoplettendheid – te veel hart, te weinig hoofd – waardoor hij zijn wedstrijd verloor en zijn medaille kon vergeten.

Epke Zonderland, Marianne Vos en Ranomi Kromowidjojo pakten Kairos gedecideerd bij de haarlok.

„Goud is goud”, zei Kromo, maar het ene goud is toch het andere niet.

In welke individuele sport weegt een gouden plak het zwaarst, vroeg ik mij de afgelopen weken af. In welke sport is het voor Nederlanders nu het moeilijkst Kairos te grazen te nemen?

Het blijft appels met peren vergelijken, in geen enkele tak van sport krijg je een olympische medaille cadeau. De Spelen van Londen hebben bewezen dat alle olympische sporten in 2012 op een bijzonder hoog niveau worden beoefend. Succes is moeilijker in een sport die in veel landen op hoog niveau wordt beoefend, maar in eigen land weinig wordt ondersteund. De machtsverhoudingen zijn vaak cultureel bepaald. In het tafeltennis door de Chinezen, in de sprint door Amerikanen en Jamaicanen. Specifieke genetische aanleg is voorwaarde voor succes.

En dan zijn er de individuele sporten met een heel andere moeilijkheidsgraad. Ik doel op de duelsporten – badminton, tafeltennis, tennis, schermen. Daar heb je niet alleen te maken met je eigen nervositeit, maar ook met een tegenstander die in iedere ronde weer je olympische ambities kan dwarsbomen. In mijn zoektocht naar de moeilijkst te winnen gouden medaille word ik ernstig gehinderd door mijn eigen verleden als topsporter in het tafeltennis: de meest complexe maar zeker ook de snelste duelsport. De haarlok van Kairos is alleen te pakken als je alle benodigde talenten hebt: mentale weerbaarheid, fijne motoriek, strategisch inzicht, techniek, snelheid en creativiteit.

Om in de duelsporten de wereldtop te bereiken, moet je jong beginnen. Fijne motoriek kun je alleen op jonge leeftijd ontwikkelen. En je moet je kunnen meten met tegenstanders op niveau. Als deze niet in Nederland beschikbaar zijn, moet je de wereld intrekken. In mijn geval leidde dat tot vele sportavonturen in China.

In bijna alle duelsporten staat Nederland nog ver af van Kairos, het kortstondige en eenmalige goddelijke olympische moment dat de individuele sporter Epke Zonderland wél had. Bij zijn gouden moment riep commentator Hans van Zetten euforisch uit: „Hij is één, hij is één.” Onvergetelijke sporthistorie.