Hart kan zichzelf herstellen na infarct

Na een hartinfarct sterft vrijwel altijd een deel van de hartspier af, door zuurstofgebrek. Daarbij gaan hartspiercellen verloren, er ontstaat littekenweefsel en het pompend vermogen van het hart neemt af. Dit kan uiteindelijk leiden tot hartfalen en hartritmestoornissen.

De enige manier om de afbraak te stuiten is een snel herstel van de bloedvoorziening en het stimuleren van de vorming van nieuwe hartspiercellen. Wereldwijd zijn veel onderzoeksgroepen op zoek naar de beste methode hiervoor. Twee daarvan publiceerden deze week over twee verschillende methoden.

Taiwanese onderzoekers zetten de eigen reparatiemechanismen van het lichaam aan het werk (Science Translational Medicine, 8 augustus). Eerder onderzoek had uitgewezen dat zogeheten ‘zelf-assemblerende peptide-nanovezels’ kunnen dienen als een soort matrix voor weefselherstel. Deze nanovezels worden als gel via een katheter in het getroffen gebied van het hart geïnjecteerd . Door ook een groeifactor voor bloedvaten (VEGF) toe te voegen, werd het herstel verder versneld.

De onderzoekers stelden vast dat dit komt doordat de combinatie de aanleg van nieuwe bloedvaten in de spier stimuleert en cellen mobiliseert die een rol spelen bij weefselherstel. Sterk punt van deze studie is dat zij deze effecten niet alleen vonden bij kleine proefdieren als ratten en muizen, maar ook al bij varkens, waarvan de harten qua grootte en mechanische eigenschappen sterk op die van mensen lijken.

Onderzoekers uit Seattle melden dat hartspiercellen uit embryonale stamcellen de pompfunctie van caviaharten na een infarct weer herstellen (Nature Medicine, 5 augustus). De effecten van de experimenten met stamcellen daarentegen vielen echter op langere termijn soms tegen, onder meer doordat de ingebrachte cellen niet goed gedijden in de relatief zuurstofarme omgeving van het getroffen gebied.