Gouden sporttips voor managers

Wat kunnen we leren van Epke? Van Dorian, Marianne en Ranomi?Het EK, de Tour, de Spelen. De bijzondere sportzomer is alweer bijna achter de rug. En als wij straks ook weer allemaal terug zijn op de zaak, begint de volgende ronde. Het trekken van management- en andere bedrijfsmatige lessen uit de wondere wereld van de sport.

Managers zijn gek op sportmetaforen. Trainers en consultants ook. Niet zo raar, want sport is een plezierig vereenvoudigde versie van de werkelijkheid. Een helder doel, begrijpelijke regels, een overzichtelijk aantal deelnemers, teams die – dat is makkelijk – herkenbaar zijn aan een eigen kleur, winnaars en verliezers.

In het echte leven, ook het echte bedrijfsleven, is het doel vaak onduidelijk, veranderen de regels voortdurend, weet je niet wie er echt meedoen, lopen teamleden tijdens de wedstrijd over naar een andere club en is winnen een bijzonder relatief begrip.

De vraag is dan ook. Heb je er iets aan? Kan een kantoorpik zoals ik iets leren van het succes van ‘flying dutchman’ Epke?

De verleiding is groot om bij het trekken van bedrijfslessen uit sport vooral te focussen op de overwinning. Het wachten is dan op de eerste consultant die met Cruyffiaanse aforismen op de proppen komt, als: „Kijk naar Epke. Je kunt alleen een hoogvlieger worden als je durft los te laten.”

De laatste drie woorden voorzien van een veelbetekenende blik. Maar de turnoefening die Zonderland zijn gouden plak bezorgde, duurde slechts iets meer dan veertig seconden. Of je dat nu deelt door zijn sportcarrière van ruim tweeëntwintig jaar of door vier jaar voorbereiding op deze Spelen, het blijft minder dan 0,0001 procent.

Je kunt ook kijken naar de hele wordingsgeschiedenis van een sporter. Uit Zonderlands biografie leer je dan dat het loont als je op je vierde begint (weinig praktische toepasbaarheid voor de gemiddelde medewerker). Dat het handig is als je twee broers en een zus hebt die ongeveer net zo fanatiek zijn als jij (meer interne competitie toestaan binnen teams of juist meer samenwerking stimuleren?). En dat teleurstellende ervaringen – WK-finale Japan 2011– je sterker maken (ja, duh, zeggen mijn kinderen als ik met zo’n wijze les aankom).

Ik vrees dat de meest toepasbare lessen voor grijze kantoorklerken kunnen worden getrokken uit de meest kleurloze dagen uit Zonderlands leven. Uit de manier waarop hij dagelijks een studie geneeskunde combineert met een topsportcarrière (jezelf alle korte termijn verleidingen ontzeggen). Hoe hij dag-in-dag-uit doelgericht traint (de 10.000 uur-regel geldt vermoedelijk ook voor Friezen). En hoe hij voortdurend metingen, video en andere vormen van feedback gebruikt om nog beter te worden (vergeet intuïtie, weten draait toch gewoon om meten).

Ik moet denken aan een geintje dat onderzoeker Theresa Amabile van de Harvard Business School uithaalde. Voor publicatie van een groot onderzoek naar motivatie op het werk, vroeg ze enkele honderden managers wat hun verwachting van de uitkomst was. De managers waren ervan overtuigd dat ‘recognition’ en ‘incentives’ de belangrijkste bijdrage aan werkmotivatie leverden. In werkelijkheid ging het om iets alledaags als het boeken van progressie in je werk. Om ‘small wins’, zoals Amabile dat noemt. Elke dag een klein stapje vooruit.

De werkelijke basis voor gouden medailles, succes, motivatie en andere dingen die leven, sport en werk een beetje spannend maken, is vaak een stuk zoutelozer en banaler dan we zouden willen geloven. Kijk, en dat vind ik dan weer leuk.

Ben Tiggelaar

Marike Stellinga is op vakantie en wordt vervangen door gedragsonderzoeker, trainer en schrijver Ben Tiggelaar.