eten, slapen, naar buiten

Waar kun je lekker eten, slapen en buiten zijn? Deze week: kasteel Altembrouck.

De kasteelheer van kasteel Altembrouck noemt zich op zijn visitekaartje: boer. Want eigenlijk, zegt Wim Claessen, is dit geen kasteel, maar een landgoed. En wat is een landgoed anders dan een achttiende-eeuwse variant van een industrieterrein. „De essentie van een landgoed is dat een groep mensen er iets goeds produceert.”

Achttien jaar geleden, tijdens een fietstocht door de Belgische Voerstreek, zag hij het kasteel liggen. „Het lag stilletjes in schoonheid te sterven.” De adellijke familie De Behault bezat nog vier andere kastelen en keek er nauwelijks meer naar om. Wim Claessen, voorheen eigenaar van een beursgenoteerd bedrijf in medische apparatuur, kocht het kasteel en de 250 hectare bosrijke grond eromheen. En hij maakte er een lusthof van. Een landgoed dat volledig zelfvoorzienend is. Met energie van eigen resthout uit het bos, en vlees uit eigen stal.

Eerst kwamen de runderen. Geen gewone koeien, nee, Wagyu-runderen uit de weides van de Japanse keizer. Met klassieke muziek en een dagelijkse massage zou hun toch al hemelse vlees nog malser worden. Zo fijnbesnaard zien de jonge stieren in de wei van Altembrouck er niet uit. Dreigend staan ze ons bij het prikkeldraad te verwensen. We beloven ze dat ze vanavond nog op ons bord zullen liggen.

Daarna kwamen de wolwitte varkentjes uit Hongarije, de Mangalicavarkens die zich niks aantrekken van hun dure afkomst en gewoon met hun biggetjes ter grootte van een flinke cavia liggen te knorren in de modder. Wim Claessen: „We hadden de kaviaar onder de runderen, het neusje van de zalm onder de varkens, nu wilden we nog de champagne onder de schapen.” Dat zijn de Kurohitsu-lammeren die met hun zwarte kop en witte lijf elkaar wegduwen uit de schaduw onder de hooikar.

Er daarna kwamen de kippen en kuikentjes, die zich nestelen in de voerbakken van de varkens. De zwaluwen en kerkuilen. ’s Avonds, in de vroege schemering, laten enkele reetjes zich zien in de weilanden rondom. In de vijver zwemt één melancholieke zwarte zwaan.

Eten:

Simpel gezegd: bijna alles wat rondloopt op kasteel Altembrouck kun je eten. Restaurant Fogo zit in de voormalige koeienstal. De Russische chef-kok stelt dagelijks een viergangenmenu samen. De worst, reuzel en ham maakt hij zelf. Elke avond gaat op de court van het kasteel de barbecue aan. En daarop gaart de kok het lam, het varken en jawel, het rund gaat ook op de kolen.

De minderjarige vegetariër bij ons aan tafel, was ook dolgelukkig. Zij schreef met kriebelige hanenpootjes in het gastenboek dat elk bord ‘een feestje’ was.

Slapen:

Voor de Hongaarse varkentjes is er al naar gelang hun grootte een geschikte stal met vers stro en een fijne wasbak. De 27 kamers voor de mensen zitten in de aanpalende, voormalige stallen en variëren al naar gelang de gewenst luxe. Er zijn de luxe kamers, superiorkamers en suites met een ligbad. De kasteelheer richtte de ruime kamers smaakvol in met eikenhout, natuursteen, fijne bedden met wit linnen. Wakker word je hooguit van de stilte. Of van de haan die niet weet dat het zondag is.

Buiten zijn:

Het grootste deel van de hectares rond het landgoed verkocht de kasteelheer aan de Vlaamse en Nederlandse natuurbeheerders. Dus dat zit wel goed. Een rondje om het kasteel is in een uurtje gepiept, maar vijf uur wandelen zonder een auto tegen te komen, kan ook. Tip: vraag om een lunchpakket voor onderweg.

Kasteel Altembrouck, Altembrouck 4 in ’s Gravenvoeren (België)reserveren via + 32 42680336kamers vanaf 145 euro 4-gangenmenu 49,50 eurowww.altembrouck.net