DNA-variatie bemoeilijkt uitroeien malariaparasiet

De malariaparasiet is genetisch gezien zo divers dat het moeilijk zal worden hem ooit helemaal uit te roeien. Dat vinden Amerikaanse onderzoekers die de DNA-volgorde van zes malariaparasieten van de soort Plasmodium vivax hebben vergeleken (Nature genetics, 5 augustus).

P. vivax is het vergeten broertje van malariaparasiet Plasmodium falciparum. Daar zijn al honderden DNA-volgordes van bekend. P. falciparum veroorzaakt de meeste malaria in de tropen en heeft de meeste malariadoden op zijn geweten.

Maar vlak P. vivax niet uit, waarschuwen de vivax-onderzoekers. Vivax brengt de ziekte ook in koelere gebieden. Tot 1961 was vivax in Nederland de veroorzaker van een niet-dodelijke malaria, met hoge koorts, koude rillingen, miltvergroting en bloedarmoede. De laatste ziektehaarden waren in Noord-Holland. Door DDT-bespuiting, door waterverontreiniging met fosfaten en afname van brakwatergebieden verdween de parasietdragende mug.

P. vivax is weinig bestudeerd omdat hij – in tegenstelling tot P. falciparum – niet in het laboratorium in kweek gehouden kan worden, schrijven de vivax-DNA-onderzoekers. Ze waarschuwen dat sommige vivaxsoorten de laatste tijd weer ernstige ziekte veroorzaken.

Zijn genetische diversiteit is veel groter dan die van P. falciparum. Dat verkleint de kans dat nieuwe geneesmiddelen tegen alle vivax-soorten werken. En het verkleint de kans dat de voorgenomen uitroeiing lukt.

De diversiteit is groot doordat P. vivax veel tijd heeft gehad om wereldwijd te evolueren. Afkomstig uit de ‘oude wereld’ moet de oversteek naar de Amerika’s al zijn gemaakt voordat de Europeanen daar kwamen. P. falciparum heeft waarschijnlijk een tijd lang een beperkt verspreidingsgebied gehad en is pas later, waarschijnlijk 500 jaar geleden in slavenschepen, in de Amerika’s aangekomen.