Column

Dictators

Heel vroeger, tot ergens in het laatste decennium van de vorige eeuw had je in Manhattan, aan de Zevende Avenue vlak bij de Twaalfde Straat een winkeltje dat gespecialiseerd was in spullen uit de Sovjet-Unie. Het werd gedreven door een dikke, goedgehumeurde Rus. Ik ging af en toe bij hem op bezoek, niet om iets te kopen maar louter om het aanbod te bewonderen.

Op een keer zag ik in de etalage twee geschilderde portretten, van Stalin en Trotski. Naar binnen. De Rus zag mijn hebzucht. U mag ze alle twee hebben voor vierhonderd dollar. Stalin kopen, het portret van een massamoordenaar aan de muur? Dat ging me te ver. Maar Trotski wilde ik wel. Goed, zei hij, alleen Lev Bronstein. Dat is dan driehonderd dollar. De koop werd gesloten.

Zo ging ik op den duur met dit schilderij van ongeveer één vierkante meter, verpakt in oude kranten, op weg naar Amsterdam. Aan de ingang van het vliegtuig stond de hoofdstewardess. Wat is dat? zei ze, op mijn bagage wijzend. Ik vertelde het haar en vroeg of ze het zorgvuldig wilde opbergen. Dat beloofde ze en ik ging naar mijn bescheiden plaats in de economy class. Het vliegtuig steeg op, en daar kwam de stewardess. Op gedempte toon zei ze: ‘De heer Trotski zit in de eerste klas, en hij zou het op hoge prijs stellen als u zich bij hem voegde.’ Zo heb ik dankzij de samenwerking tussen deze grote revolutionair en de stewardess een vorstelijke reis gehad.

Ik heb dit verhaal al eens verteld. Excuus. Nu doet het weer terzake. Af en toe loop ik in Amsterdam voor mijn plezier langs het Singel, kijk naar het beeld van Multatuli op de Torensluis, zie nog veel meer dingen die me een stil plezier doen, en dan, op de hoek van de Lijnbaanssteeg kom ik aan een merkwaardige winkel. Toen ik een paar jaar geleden de etalage voor het eerst zag, kon ik mijn ogen niet geloven. Daar stonden borstbeeldjes van Stalin, Mao Zedong, een volledig beeldje, een centimeter of dertig, van Lenin, krijgshaftig marcherend met zijn proletarische pet op, revolutionaire banieren, de hele etalage volgepropt met artikelen die sinds 1989 (de Val van de Berlijnse Muur) reddeloos verjaard zijn, of definitief tot geschiedenis geworden.

De aanblik van deze uitstalling deed me toen een eigenaardig plezier en dat is zo gebleven. Geloof me, ik heb geen enkele hang naar welke dictatuur dan ook. Ik ben een anarcho-liberaal die zich bij geen enkele politieke partij thuis voelt. Maar in de Koude Oorlog ben ik voor de krant veel in het Oostblok op reis geweest, meestal met de trein. Naar Warschau, Riga, Moskou, Odessa en zelfs naar Jalta toen het veertig jaar geleden was dat de Grote Drie, Churchill, Roosevelt en Stalin daar Europa in tweeën deelden. Dat gebeurde in het Livadjapaleis. Daar heb ik nog even in de stoel van Stalin gezeten.

In het Oostblok was de sfeer van de oorlog enigszins blijven hangen. Het rook er anders, naar verbrande bruinkool, gekookte knolrapen, uitlaatgassen die we in het Westen niet hadden. Daar hing het aroma van de schaarste, de algemene armoede. Mijn neus liet me weten dat ik terug was in Rotterdam, in de zomer van 1944. En dat werd bevestigd door wat ik zag. Zwaargewapende politie op straat, af en toe een tank, zwarthandelaren die je dollars voor fortuinen aan roebels, zloty’s, lei, kronen wilden wisselen. En in de hotels onveranderlijk dames en heren die spontaan kennis met je wilden maken en van wie je zeker wist dat ze spionnen waren. Oorlog. Bij vlagen was ik even terug in mijn puberteit. Het Oostblok, it made me feel so young. Af en toe.

Op mijn bureau staat één beeldje van een autoritair mens, Napoleon in porselein. En verderop nog twee kostbaarheden, jaren geleden gekregen van een goede vriend. Kleine koppen van Lenin en Stalin, gemaakt van kaarsvet, met een lontje uit hun kruin. Wie heeft het verzonnen. Met Kerstmis aansteken en bij de kerstboom langzaam laten opbranden, dat zou pas een antirevolutionaire daad zijn! Ze horen tot het beste uit mijn erfenis. En dan heb ik nog een loden beeldje van José Marti (1853-1895), grondlegger van de Cubaanse onafhankelijkheid. Ik zou ook wel een winkeltje kunnen beginnen.

Nu stond ik weer voor deze etalage op de hoek van de Lijnbaanssteeg. De ramen zijn tegenwoordig voorzien van traliewerk; de uitstalling is nog even boeiend. Nu was er ook een papiertje met een opruiende tekst op het raam geplakt. De strekking is dat de volken van Europa steeds minder vertrouwen krijgen in de heersende politieke structuur en dat de tijd voor een verlichte dictatuur nadert. Er is ook een digitaal adres: www.laateendictatorhetmaaroplossen.nl. Ik heb geprobeerd het te openen. Vergeefs. Volgens een mededeling op het raam is er ook een totalitair genootschap gevestigd. Binnenkort loop ik weer eens langs de Lijnbaanssteeg; hoop dat de winkel dan open is. Ik zal u op de hoogte houden.