De bankiers moeten terug in het gareel

De banken zijn ontspoord. Te veel slechte leningen, te hoge bonussen, te complexe producten, steeds maar weer schandalen. Intussen lukt het maar niet banken weer gezond te maken. Drie stappen in de juiste richting.

Alleen een getraind oog ziet de ravage op de Zuidas.Alles oogt pico bello als je een uur langs de kantoorkolossen slentert. Lunchen met sushi. Dikke SUV’s die zich in parkeergarages wurmen. Dure pakken. Hoge hakken.

Maar graaf iets dieper en de ellende komt boven. De Zuidas van 2012 is niet meer de Zuidas van 2007. Dat groepje mannen voor ABN Amro staat niet te roken voor de grootste Nederlandse bank met een imposant internationaal netwerk, maar voor een uitgeklede instelling die in handen is van de staat. En het gebouw waar de koerier een envelop aflevert, is niet langer de trotse Royal Bank of Scotland uit 1727, maar een verlieslatend bedrijf dat de zakenbank noodgedwongen opdoekt, met als gevolg 3,500 banen die verloren gaan.

Deze week gaat de crisis haar vijfde jaar in, en het bankwezen blijft de achilleshiel van de economie. Banken hebben zich vertild aan risicovolle producten (zoals Amerikaanse hypotheken) en dubieuze leningen (zoals Spaans vastgoed). De economische crisis zal pas luwen als de banken op orde zijn. Maar de grote vraag blijft: wat moet er gebeuren om dat te bereiken?

Plan 1

Plan 1 Doe het veilig

In de jaren na de dotcomcrisis van 2001 veranderden banken van financiële instellingen in Rupsjes Nooitgenoeg. De Spaanse vastgoedhausse? Die financieren wij. IJslandse ondernemers die de wereld willen veroveren? Kom maar hier. De almaar oplopende prijzen op de Nederlandse huizenmarkt? Bij ons kunt u altijd terecht voor een hogere hypotheek.

Neem ING, de grootste beursgenoteerde financiële instelling van Nederland. In 2004 had de bank-verzekeraar een balanstotaal van ruim 870 miljard euro. In 2007 was dat gegroeid tot 1.300 miljard euro. Tegelijkertijd verslechterde de verhouding tussen schuld en eigen vermogen van 14 tot 9,5 procent. Met andere woorden: ING groeide, maar werd ook kwetsbaarder voor tegenslagen. Uit statistieken die de Europese Centrale Bank bijhoudt, blijkt dat Ierse, Spaanse en Britse banken hetzelfde deden, maar dan in de overtreffende trap.

Het gevolg? Toen zakenbank Lehman Brothers in september 2008 failliet ging, moesten overheden enorme bedragen uitgeven om hun banken via garanties en kapitaalinjecties overeind te houden. Twee jaar na het begin van de crisis, zo berekende het Centre for European Policy Studies, hadden Europese banken in totaal 1.500 miljard euro aan steun ontvangen – meer dan twee keer het Nederlandse bbp.

Om te voorkomen dat banken overheden met nog hogere schulden opzadelen, moeten banken meer vet op de botten hebben, is een veel gehoord betoog. Hoogleraar bankwezen Harald Benink is voorstander van hogere buffers. „Lehman heeft de wereld wakker geschud. In 2008 waren juist regels van kracht geworden die lágere kapitaalseisen aan banken stelden”, zegt Benink. Zwitserland kan als voorbeeld dienen. Het Alpenland heeft een financiële sector die enorm is, vergeleken met de omvang van de economie. Maar Zwitserland verplicht banken ook om buffers aan te houden die ongeveer twee keer zo hoog zijn als in de rest van Europa.

Volgens Benink is het verhogen van buffers cruciaal omdat het de overheid (en dus de belastingbetaler) is die mag opdraaien voor de kosten voor het redden van een bank. Banken zouden in staat moeten zijn om zelf het grootste deel van hun verliezen te nemen. Volgens Benink zijn strengere regels op dat gebied essentieel.

Maar in de aanloop van de crisis gebeurde het omgekeerde. Financiële producten en de manier waarop banken leningen verstrekten werden geliberaliseerd. De rol van de overheid nam af. Tegelijkertijd bleek de overheid onvoorwaardelijk banken te steunen, want ze waren too big to fail geworden. Benink: „De bankencrisis is veroorzaakt door de slechtst mogelijke mix van deregulering en overheidsgaranties.”

Vijf jaar later is de economie nog niet bekomen van de klap. Om de banken te kunnen redden moesten overheden torenhoge schulden op zich nemen – met een door etterende eurocrisis tot gevolg.

Maar het failliet laten gaan van banken is geen oplossing, zegt financieel expert Jac Kragt, in het verleden werkzaam bij Rabobank, ABN Amro en pensioenreus PGGM. Dat veroorzaakt te grote schokken. „Je moet dus zorgen dat een bank overleeft zonder dat de belastingbetaler moet bijspringen”, zegt Kragt.

De beste manier om dat te bereiken is via obligatiehouders. Zij geven de bank geld voor een bepaalde periode en krijgen een periodieke rentevergoeding. Aan het einde van de looptijd krijgen ze hun inleg terug. Banken als Rabobank experimenteren met obligaties die automatisch omgezet worden in eigen vermogen als de bank in problemen komt. Kragt: „Zo beperk je het systeemrisico van banken, maar in plaats van de belastingbetalers nemen obligatiehouders de pijn.”

Er zit kleeft echter een risico aan het verhogen van buffers van banken. Om de buffers te verhogen kunnen ze winst inhouden (nadelig voor aandeelhouders), nieuw kapitaal ophalen door obligaties of aandelen uit te geven (duur) of leningen afbouwen. Dat zijn vaak leningen aan startende ondernemers, jongeren die een huis willen kopen en al die anderen die de economie juist moeten laten groeien. Dat is de paradox: gammele banken hebben ons in crisis gestort, maar het sterker maken van die banken zal de economie alleen maar meer pijn doen.

Plan 2

Doe het eenvoudiger

Vijf achtereenvolgende jaren van crisis hebben de reputatie van bankiers weinig goeds gedaan. Ooit stond Goldman Sachs bekend als de bank voor de slimste bankiers. Afkomst was niet belangrijk, goede hersens en keihard werken wel. Zo klom Lloyd Blankfein uit de lagere middenklasse op tot topman. Ook JP Morgan had een reputatie hoog te houden. Naamgever John Pierpont Morgan bestreed in 1907 eigenhandig een financiële crisis door Wall Street te redden met zijn persoonlijke vermogen. Nu is Goldman Sachs de bank waar klanten uitgescholden worden en is JP Morgan de bank die miljarden verlies leed door de ‘London Whale’, een doorgeslagen handelaar die ongestoord enorm riskant kon beleggen.

De banken kunnen het vertrouwen herwinnen door de producten die ze aanbieden simpeler te maken. Hugo van Wijk werkte jarenlang voor banken (NIBC, Citibank, ABN Amro). Nu is hij topman van Vallstein, een bureau dat bedrijven adviseert hoe met banken om te gaan. De schandalen van de afgelopen jaren werden veroorzaakt door te complexe producten waar slechts een handjevol bankiers en handelaren van wist hoe ze werkten. „Toezicht, zowel binnen de bank als van buiten, moest voortdurend een inhaalslag maken. Dat werkt niet. Als banken alleen producten aanbieden waarmee ze klanten direct dienen, wordt het een stuk eenvoudiger en overzichtelijker”, zegt Van Wijk.

Betalingsverkeer, bedrijfsfinanciering en het afdekken van financiële risico’s – meer verlangen klanten niet, zegt Van Wijk. Dit betekent dat een bank nog best eenvoudige derivaten mag aanbieden, want die beschermen bedrijven tegen renteschommelingen. Complexe derivaten die niet beschermend werken, maar uitsluitend voor hoge winsten moeten zorgen, zijn volgens Van Wijk uit den boze.

Het wordt banken vaak verweten dat hoge salarissen bijdragen aan risicovol gedrag en dus aan ongelukken. Banken zwaaien ter verdediging met rapporten dat bonussen „marktconform” zijn. Banken zouden veel moeten bieden om de slimste mensen te kunnen aantrekken. Hoogleraar Benink vindt die redenering mank gaan. „Hoge salarissen hebben niet geleid tot minder beoordelingsfouten.” Volgens hem moeten bankiers nooit vergeten dat ze eigenlijk voor een semipubliek bedrijf werken. „Uiteindelijk is het de staat die het voorbestaan van banken garandeert als ze in de problemen komen. Zelfs beursgenoteerde banken zijn dus een soort van semipubliek bedrijf. De beloningsstructuur zou dat moeten weerspiegelen.”

Plan 3

Doe het gescheiden

Een beetje bankier was de afgelopen jaren zakenbankier. Het was spannender, lucratiever en prestigieuzer om je bezig te houden met het bedenken van ingewikkelde effecten dan met het regelen van een bedrijfskrediet voor een middelgroot bouwbedrijf. Toen kwam de crisis en bleek dat juist bij de speculatieve handelsafdelingen van banken de klappen vielen. Toch moest daar belastinggeld naartoe. Dat is gek, vinden academici en politici. Waarom splitsen we banken niet?

Het idee is niet nieuw. Na de Grote Depressie van de jaren dertig werd in de VS via de Glass-Steagall Act precies die scheiding geregeld. De Amerikaanse president Clinton schafte de wet in 1999 af. De crisiswetgeving was volgens de Democraat „niet meer relevant”.

Het doel van het splitsen van banken is niet zozeer een scheiding aanbrengen tussen een veilig en een risicovol deel, maar tussen een deel met maatschappelijke waarde en een deel dat vooral gericht is op geld verdienen voor de banken zelf.

Het verstrekken van hypotheken en leningen aan beginnende bedrijfjes kan voor een bank extreem risicovol zijn. De Spaanse en Ierse crises werden veroorzaakt door leningen aan particulieren. Maar dit soort leningen houdt de economie draaiende. Daarom zou een hypotheekbank in problemen steun van de staat kunnen genieten. De andere helft van de bank, die bijvoorbeeld vooral handelt in buitenlandse valuta, moet net als een hedgefonds op de fles kunnen gaan.

Niet iedereen is voorstander van splitsen. „Als een grote zakenbank failliet gaat, vindt dat zijn weg naar de reële economie”, zegt adviseur Hugo van Wijk. De geldschieters van zakenbanken kunnen bijvoorbeeld pensioenfondsen zijn. Als die hun investering zien verdampen, raakt dat de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Het splitsen van banken werkt niet, zegt Van Wijk. „Het is alsof de helft van het dorp niet mag drinken en de andere wél. Aan het einde van de avond ontstaat toch gewoon een vechtpartij op het dorpsplein.”