Brief over de Vélib

Parijse stadsfiets Vélib is heus geen stadsplaag

Nee, meneer Weyel, de officiële stadsfiets in Parijs, de Vélib, is niet alleen bedacht voor toeristen (NRC Handelsblad, 4 augustus). Gaandeweg zie je steeds meer Parijzenaars de Vélib pakken om, al dan niet netjes in pak, sneller en efficiënter naar het werk te fietsen dan met de auto. Maar ook de vele import-Parijzenaars – buitenlanders die tijdelijk in Parijs werken, jonge mensen die hun stageperiode in Parijs doen, studenten, of de al iets oudere (Nederlandse) Parijsgek die een appartementje koopt en zo vaak mogelijk in de stad vertoeft – fietsen.

De stad speelt er goed op in en legt steeds meer fietspaden aan. En ja, je moet je aan de regels houden. Helaas, in elke verkeerssituatie zijn botte deelnemers, doch over het algemeen glijden fietsers en auto’s harmonieuzer langs elkaar dan in Amsterdam. Daar vind ik het doodeng om te fietsen.

Het voordeel van de Vélib is dat je van A naar B gaat zonder moe te worden en niet op je fiets hoeft te letten. Je zet hem weg en het is jouw zorg niet meer. Als het een beetje tegenzit, tref je, inderdaad, een overvolle standplaats aan. Kwestie van op je plattegrondje kijken en in een achterafstraatje zoeken. Maar nog handiger: een jaarkaart nemen. Als je hem dan niet binnen de tijd terugzet, kun je bellen en dan blokkeren ze de tijd totdat je iets gevonden hebt. Zonde van uw vijftig euro, meneer Weyel!

Dat de Parijzenaars de fiets veel makkelijker vinden, blijkt ook uit het feit dat steeds meer mensen zelf een fiets aanschaffen, het liefst een kale racefiets, maar je ziet ook onze ‘Batavuus’ en de Gazelle. Ook mij kun je aantreffen op mijn Batavuus, met van die lekkere Hollandse fietstassen.

Liesbeth Rischen-Sindram

Parijs