Alweer een aparte beurs voor kleine bedrijven

Na meerdere, mislukte initiatieven overweegt NYSE Euronext wéér een laagdrempelige beurs voor het MKB. Dit keer is het plan door de markt zelf bedacht.

Ze gaan het weer proberen. Euronext, het Europese deel van de mondiale effectenbeurs NYSE Euronext, komt met een apart platform voor het MKB.

Begin vorige maand publiceerde het beursconcern een conceptonderzoek door een commissie van wijze mannen met aanbevelingen om te komen tot een Entrepreneurial Exchange, voor de Amsterdamse vestiging vertaald tot ‘Beurs voor de Onderneming’. Die zou de weg voor een beursnotering voor het midden- en kleinbedrijf in Europa moeten bereiden. Deze maand wordt het rapport waar nodig bijgeschaafd, om vervolgens nog dit najaar met de lancering te kunnen komen van het nieuwe initiatief.

Een laagdrempelige beurs voor kleine en/of jonge bedrijven, wanneer hebben we dat eerder gehoord?

Ooit bestond in Amsterdam de parallelmarkt, een hoekje van de beurs voor kleine fondsen, met een lage beurswaarde en een niet al te levendig handelsvolume. Eind jaren negentig, ten tijde van de internethausse, volgde de Nmax, gericht op jonge, liefst technologische bedrijven. Het werd een klein drama. Nog geen twintig bedrijven zochten hun heil op deze startersbeurs. Na tien jaar, zette beleggersvereniging VEB eens op een rij, hadden slechts vier hiervan enig rendement geboden. De rest was failliet gegaan of leidde een kwijnend bestaan.

Niettemin begon Euronext begin 2006 met Alternext, waarbij de toetredingseisen voor kleine bedrijvenaanzienlijk werden versoepeld: aan winstgevendheid of vermogen werden lagere eisen gesteld, een financieel trackrecord van twee jaar was voldoende en het minimale uit te geven aandelenkapitaal werd 2,5 miljoen euro.

Bij de lancering riep de beurs hoopvol dat er in Nederland wel honderd bedrijven in aanmerking zouden komen. Maar ja, toen kwam de crisis.

Waar de Franse variant van Alternext tientallen bedrijven mocht verwelkomen, viel het in Nederland zwaar tegen. Op dit moment staan er maar twee bedrijven op genoteerd: het al oudere Reesink en detacheringsbureau TMC.

En nu probeert Euronext met de Ondernemersbeurs dus opnieuw de aantrekkingskracht te vergroten op vooral het middelgrote en kleine bedrijfsleven.

Er is één groot verschil met de eerdere initiatieven, zegt Peter Nederlof van effectenbank Keijser Capital. „Dit plan is opgezet vanuit de markt, niet vanuit de beurs zelf.” Nederlof is een van de twaalf deskundigen in de externe commissie die in opdracht van – dat wel – NYSE Euronext de contouren voor een nieuw handelsplatform heeft geschetst. Daar zaten vertegenwoordigers van met name bankensector en het MKB zelf. De nieuwe beurs, vertelt Nederlof, is niet alleen bedoeld om de omzet van de beurs te vergroten, maar ook om de banken nieuwe transacties te bezorgen – dat de markt voor beursgangen droog ligt, raakt zakenbanken hard – en vooral om de financieringsmogelijkheden voor MKB uit te breiden. „Banken zijn in deze tijd van schuldencrisis noodgedwongen veel voorzichtiger om kredieten te verlenen.”

Voor de nieuwe beurs zullen waar nodig nog lagere toetredingseisen gelden voor kleine bedrijven. „We hebben ook een soort voorportaal voor de grote beurs bedacht, waar je als bedrijf al voor een emissie van twee ton terecht kan, een pre-ipo [initial public offering, bankjargon voor beursgang, red]. Na een periode van twee tot drie jaar zul je wel naar de echte beurs moeten, waar de drempel van 2,5 miljoen euro blijft gelden.”

Naast de ipo wil de commissie ook een ibo instellen, een initial bond offering. Daarbij geeft een bedrijf converteerbare obligaties uit, die later zijn om te zetten in aandelen. Zo kan de belegger langer nadenken of hij echt als aandeelhouder in een bedrijf wil stappen of alleen als obligatiehouder met een vast rendement.

Voor Nederlof, die eerder dit jaar op de Amsterdamse beurs een MKB-obligatie introduceerde, is de belangrijkste verandering voor kleine bedrijven dat de beursgang zelf goedkoper wordt. „Als je nu naar de beurs wil, is dat door alle adviseurs die je moet inhuren voor kleinere bedrijven onbetaalbaar. Als de beurs zelf, zoals wij voorstellen, standaardprospectussen gaat aanbieden, kunnen die kosten aanzienlijk omlaag. Ik denk dat een beursgang in de toekomst nog maar een enkele tienduizenden euro’s kost in plaats van een paar ton.”