Wie luiers wil moet op gesprek

Fabrikant Tena blijkt niet de enige die namens apothekers praat met gebruikers van incontinentiemateriaal.

Demissionair minister van Volksgezondheid Edith Schippers vindt dat het niet kan: bedrijven die de beschikking krijgen over patiëntgegevens. „Apothekers hebben zich te houden aan de wet als het gaat om privacybescherming”, zei zij gisteren in reactie op het nieuws dat luierfabrikant Tena in samenspraak met apothekers incontinente klanten van zorgverzekeraar Achmea belt om te praten over hun urineverlies. Tena heeft inmiddels laten weten dat het voorlopig stopt met bellen.

Apothekersvereniging KNMP nam het op voor de eigen leden: Achmea stelt wel érg hoge eisen aan apothekers. Zo heeft de zorgverzekeraar bepaald dat apothekers sinds vorige maand alleen incontinentiemateriaal aan verzekerden mogen leveren, als zij deze patiënten – het zijn er zo’n 170.000 – hebben ingedeeld in patiëntenprofielen. Dat moet passendere en natuurlijk ook goedkopere zorg opleveren.

Het indelen gebeurt op basis van gesprekken met gediplomeerde verpleegkundigen. En ja, waar halen die druk bezette apothekers al deze verpleegkundigen vandaan?

Van Tena dus. Zo’n twintig verpleegkundigen van de luierfabrikant kregen toegang tot het digitale zorgprotocol – een applicatie van apotheken met patiëntengegevens. Zij hebben, zo onderstreept Tena, geheimhoudingsplicht. Als de gesprekken met verzekerden zijn afgerond, wordt de applicatie gesloten. „Maar als blijkt dat verzekerden op de hoogte willen blijven van onze nieuwe producten, dan wordt dat aangegeven in het systeem”, liet een woordvoerster gisteren weten.

Uit een rondgang langs andere fabrikanten en leveranciers van incontinentiemateriaal blijkt dat niet alleen Tena met Achmea-klanten belt. Ook verpleegsters van Medeco, een tak van zorggigant Mediq, doen het, vertelt een woordvoerster. „Daarbij spreken wij ook met mensen met zwaardere vormen van incontinentie, zoals dementerenden.” Om gevoelige privacyvraagstukken uit de weg te gaan, vroeg Medeco apothekers om een ‘bewerkersovereenkomst’ te tekenen, waarin zij beloofden de Wet bescherming persoonsgegevens in acht te zullen nemen. 25 gingen akkoord.

„De industrie en de zorg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”, zegt Hidde van den Dop, commercieel directeur van Van Heek Medical, een van de grotere leveranciers van incontinentiemateriaal. „En ja, daar staat een zekere spanning op.” Zijn bedrijf wisselt geen patiëntengegevens uit met apotheken, maar werkt wel nauw met ze samen. Zo houden verpleegkundigen van Van Heek workshops en incontinentiespreekuren in apotheken. Ook in ziekenhuizen trekken zij gezamenlijk op, bijvoorbeeld bij de presentatie van een nieuw medisch product.

Apothekers moeten nieuwe wegen inslaan, willen zij het hoofd boven water houden; velen zitten in de rode cijfers. De malaise is het gevolg van het prijsbeleid van zorgverzekeraars, die van veel voorgeschreven geneesmiddelen alleen nog de goedkoopste variant vergoeden. „Omdat de bedrijfsresultaten achterblijven, neemt de werkdruk toe”, zegt Sander Benraad, die applicaties voor apothekers ontwikkelt om zorgcontracten uit te voeren. Deze producten stellen apothekers volgens hem in staat om onafhankelijk werkzaamheden te verrichten.

Volgens de meeste geïnterviewden zullen apothekers de komende jaren nóg creatiever moeten worden. „Beleidsveranderingen van zorgverzekeraars hebben grote gevolgen”, zegt de woordvoerster van Mediq. „En door de bezuinigingen zullen die alleen maar in aantal toenemen – het is een onvermijdelijke discussie.”