Voor Gouden Kalf zoekt Film Festival nog sponsor

Bij het Nederlands Film Festival wil het personeel nog niet te veel nadenken over de bezuinigingen. De voorbereidingen voor september gaan nu voor.

Gezocht: een hoofdsponsor voor het Nederlands Film Festival (NFF) in Utrecht. Meebrengen: minstens 150.000 euro. Maar dan mag je ook de naam van je bedrijf verbinden aan de Gouden Kalf publieksprijs.

Die publieksprijs, vertelt festivaldirecteur Willemien van Aalst, krijgt een nieuwe opzet op het komende festival, dat 26 september begint. Voorheen stemde het festivalpubliek voor wat ze gezien hadden. Vanaf nu mag iedereen stemmen voor een van Nederlandse films die in de bioscoop sinds het vorige festival meer dan 100.000 bezoekers hebben getrokken, en daarom het predicaat ‘Gouden film’ hebben. De lijst Gouden Films is inmiddels vijftien films lang, en nog twee zullen vermoedelijk in de komende weken de magische grens overschrijden.

Op het kantoor van het NFF, een oud gebouw in het centrum van Utrecht waar de bureaus dicht op elkaar staan, wordt het dagelijks drukker. De eindredacteur van de catalogus kan uitstekend volgen hoe haar buurman het filmtransport zit te regelen en die moet op zijn beurt zijn oren sluiten voor de laatste stand van de vrijwilligerswerving: 287. Er zijn er straks 400 nodig. Het festival moet, vermoedelijk als gevolg van de crisis, een wachtlijst instellen. De vaste staf groeit in de aanloop naar het festival van 15 naar ongeveer 40 à 50.

De organisatie lijkt op het oog voor 90 procent uit vrouwen te bestaan. Er wordt veel gelachen op de wekelijkse stafvergadering, waar iedereen vertelt waar hij mee bezig is. Het project ‘Pak de regie!’ waarbij het publiek via Twitter in real time regieaanwijzingen kon geven aan de acteurs bij de opname van een thriller, was een groot succes: de hashtag #nff2012 was zelfs even wereldwijd trendy. De pr-afdeling poogt door dosering van het nieuws elke dag de media te halen: nieuwe Jos Stelling in première!; Jeroen Willems gast van het jaar!; nieuwe George Sluizer in première!; Isabella Rossellini bij openingsavond!

Ondanks eerste bezuinigingen, verschilt NFF 2012 niet wezenlijk van de voorgaande edities. Pas volgend jaar krijgen de grote kunstbezuinigingen hun beslag. „Ik laat het onderwerp voorlopig rusten”, zegt directeur Van Aalst, die in haar speech vorig jaar de bezuinigingen als „verwoestende tornado” had beschreven. „Ik zal er bij de opening iets over zeggen, maar iedereen weet het nu wel. We weten ook nog niet hoe het uitpakt: de Miljoenennota en de begrotingen van de gemeente Utrecht en de provincie moeten nog verschijnen.”

Miga Bär, hoofd productie en techniek, vertelt dat dit jaar al dingen tegen het licht zijn gehouden. „We zetten tijdens het festival tijdelijke paviljoens op de Neude voor kaartverkoop, evenementen en horeca. Is het niet goedkoper bestaande gebouwen te gebruiken?” Het bleek geen significante besparing. „Maar eigenlijk is het helemaal niet slecht dat we gedwongen zijn ons rekenschap te geven van wat we doen.”

Wanneer het heel slecht uitpakt met de rijks-, gemeente- en provinciale subsidies volgend jaar, heeft het NFF opeens tot 500.000 euro minder te besteden. Dat is fors, afgezet tegen een begroting in 2012 van 3,5 miljoen – gedekt door subsidies, sponsoring, kaartverkoop, private fondsen en andere eigen inkomsten. Aangenomen dat het festival niet opeens veel minder films kan gaan vertonen, kan het haast niet anders dan dat er gevolgen zijn voor het personeel. Maar dat is allemaal voor ná 5 oktober, als het NFF met de door Nederland 1 live uitgezonden uitreiking van de Gouden Kalveren feestelijk is afgesloten.

Programmeur Herman de Wit heeft net als ieder jaar weer de nodige verontwaardiging te verwerken gekregen van filmmakers die niet tot het programma of de competitie zijn toegelaten. „Ik ben het gewend”, zegt hij. „We laten in totaal zo’n 350 films zien, maar er wordt in Nederland veel meer gemaakt. Dat is erg veranderd sinds het eerste festival in 1981: op de Nederlandse filmdagen, zoals het festival toen heette, kon je bijna alles laten zien.”

De Wit is al sinds de jaren 80 bij het festival – aanvankelijk als vrijwillig afficheplakker. Sinds 1992 is hij programmeur. Hij is 64, bijna tijd voor pensioen. De Wit heeft iedereen categorisch verboden tijdens het festival aandacht te besteden aan zijn vertrek. „Ik ga pas begin volgend jaar officieel weg”, zegt hij een beetje afgemeten.

Zijn opvolger Claire van Daal (49) vraagt zich af hoe het filmlandschap er over drie jaar uit zal zien, als de bezuinigingen – bijvoorbeeld bij publieke omroep en talentontwikkeling – volop hun beslag hebben gekregen. „Zijn er straks dan opeens veel minder films, of wordt iedereen dan opeens inventiever en blijft het aantal gelijk? Best mogelijk.”

Maar eerst gaan de zorgen over de toekomst opzij voor een NFF dat directeur Van Aalst het liefst karakteriseert met een uitspraak van wijlen Jan Blokker: „een feest tussen kunst en kermis”.

Nederlands Film Festival, van 26/9 t/m 5/10. Inl: www.filmfestival.nl