Thrillers moeten leuk blijven

Simone van der Vlugt schreef aanvankelijk historische jeugdromans. Maar vorig jaar behoorden drie van haar inmiddels zeven thrillers tot de honderd best verkochte boeken. ‘Een thriller is veilig griezelen’, vindt ze.

oem haar thrillers geen ‘hapklare brokjes’. De boeken van Simone van der Vlugt mogen dan in de schappen van Albert Heijn liggen – een plek die voorbehouden is aan die boeken die gegarandeerd zullen verkopen – maar het ‘incident’ waarbij een krant haar van ‘huis-tuin-en-keuken-thrillers’ betichtte vond ze ‘lullig’. Literaire thrillers dan? „Ja, dat staat op de omslag van mijn boeken. Je moet dat literair zien als bijvoeglijk naamwoord bij thriller. Zo’n boek heeft kenmerken van literatuur, bijvoorbeeld goed uitgewerkte personages, maar het blijft binnen het thrillergenre. Het moet spannend zijn.’’

Simone van der Vlugt is een van Nederlands best verkopende schrijfsters: drie van haar zeven thrillers hoorden vorig jaar tot de honderd best verkochte boeken. Tien jaar geleden stond ze nog bekend als schrijfster van historische jeugdboeken, maar sinds haar succesvolle thrillerdebuut De reünie (2004) schrijft ze voor volwassenen.

„De overstap was voor mij logisch. Historische jeugdromans schrijven ging lekker, mijn uitgever was blij en ik was populair. Maar mij gaf het steeds minder voldoening. Ik kreeg een beetje genoeg van schrijven over twaalfjarigen, die vaak nog in een gezinssituatie zitten en daarom niet zo zelfstandig kunnen handelen. Als ik wilde schrijven over iemand van twintig zette ik er een veertienjarige naast, zodat mijn jonge lezers zich konden aansluiten. Maar bij signeersessies stonden er kinderen van tien én volwassenen aan mijn tafel. Dan vroeg ik me af voor wie ik nou schreef eigenlijk. Tegenwoordig worden mijn historische jeugdromans Schijndood en De bastaard van Brussel uitgegeven als young adult-romans, maar destijds lazen mijn lezers van tien al boeken over de pest en melaatsheid en zelfmoord. Dat was wel een beetje heftig.’’

Voelde u zich beperkt door de regels die er voor jeugdboeken gelden?

„Ja, dat had ik al vanaf mijn allereerste boek. Het boek waarmee ik bij uitgeverij Lemniscaat terecht kwam, vonden zij een volwassenenboek. De eerste drie hoofdstukken hoorden thuis in een jeugdroman, over een vijftienjarige. Ze vroegen me daarmee verder te gaan, maar dan wel de hoofdpersoon een jaar of twaalf oud te maken. Nou ja, je hebt een uitgever gevonden, je wilt debuteren, en dan doe je dat maar. Ik vond het ook geen probleem, ik heb de lerarenopleiding gedaan, dus ik dacht wel dat ik in de hoek van de jeugdboeken paste. Het grappige is dat het deel dat niet in De amulet terechtkwam negentien jaar later alsnog verschenen is in de vorm van Rode sneeuw in december.”

Is dat verhaal ook op de plank blijven liggen omdat de beschreven gebeurtenissen te heftig waren voor kinderen?

„Qua gebeurtenissen en heftigheid hield ik toen al niet veel rekening met de tere kinderziel. Bloedgeld gaat bijvoorbeeld over piraten die naar de hoeren gaan en druipers krijgen. In De slavenring verkrachten Romeinse soldaten een meisje – een Germaanse jongen ziet dat en schiet hen door de ogen en gaat dan ook nog even hun paarden verdrinken in het moeras, om hun sporen uit te wissen. Aula’s vol brugklassers krijg je er stil mee.

„Maar als je schrijft over trouwen en kinderen krijgen ga je wel over de hoofden van dertienjarigen heen. De voornaamste drijfveer was dat ik meer vanuit mezelf wilde gaan schrijven en niet steeds af wilde dalen naar de belevingswereld van kinderen.”

Hoe maakte u toen de stap naar thrillers?

„Historische romans voor volwassenen kreeg ik bij uitgevers niet voor elkaar. Het was een te kleine markt, vonden ze. Maar schrijven over onze tijd leek me ook wel eens leuk, dan hoefde ik eens een keer níet uit te vlooien of alles historisch in de haak was. Bovendien dacht ik bij veel thrillers die ik las: dat kan ik ook. Terwijl ik nog bezig was om mijn historische romans te slijten stuurde ik een opzetje voor een thriller mee. Dat vonden ze wél leuk.”

Had u in die tijd voorbeelden?

„Ik las vooral boeken waarvan ik dacht: zo moet het dus niet. Scènes waarin iemand opeens een geluid hoort, op onderzoek gaat en ontdekt dat het een kat was die van het dak sprong. Oh, dat vind ik zó flauw! Dan gebeurt er eindelijk wat, maar dan emmert het vervolgens weer voort totdat er weer iets gebeurt. Ik zat corrigerend te lezen.”

Is het niet juist knap als een schrijver met heel weinig actie spanning kan creëren?

„Maar dan moet je wel een beloning krijgen en geen nat washandje in je gezicht. Anders denk je de volgende keer: ja, ja, eerst maar eens zien of het echt spannend wordt. Ik kon ook vaak niet meeleven met de hoofdpersonen in thrillers: ze bleven letters op papier. Je leest wel wat ze doen, maar je hebt geen idee wat er in hun hoofd omgaat. Ik wil hun gedachten en redeneringen volgen.”

De hoofdpersonen van uw thrillers zijn gewone mensen met herkenbare levens – ze werken op een kantoor of gemeentehuis als administratief medewerker. Is dat ook om hun gedachten en redeneringen goed te kunnen volgen?

„Gewone mensen vind ik interessanter. De meeste moorden worden gepleegd in de huiselijke kring en onder vrienden. Daar liggen de drama’s: pijn, jaloezie, wraakgevoelens. Ik had ook kunnen schrijven over een doorgedraaide seriemoordenaar – maar de kans dat mijn dochter zo iemand tegenkomt wanneer ze alleen in het donker naar huis fietst is veel kleiner dan dat een vervelend vriendje haar lastigvalt.”

De misdadiger is in uw thrillers inderdaad vaak iemand uit de directe omgeving van het slachtoffer. Zou daar een deel van de populariteit van uw boeken in schuilen, in de herkenbaarheid?

„Dat zou best kunnen. Ik denk dat mensen het liefst lezen over relaties en hoe die tot misdaad kunnen leiden. Zelfs als ik over die seriemoordenaar zou schrijven, komt er toch een punt waarop je wilt weten wie die man is. Wat voor jeugd heeft hij gehad, hoe zijn z’n relaties met mensen? Bij zulke vragen kom je altijd terecht. Misschien kennen mijn lezers ook wel creeps in hun omgeving. Ik weet dat er mensen zijn die geen thrillers lezen omdat ze zich er zo onbehaaglijk door voelen. En daar kan ik me wel iets bij voorstellen.”

Moet een thriller behaaglijk zijn?

„Een thriller is veilig griezelen. Ook al zit je er helemaal in, je bent je er altijd van bewust dat je het boek kunt dichtslaan en dat het niet echt is. Ik heb nooit een thriller bedreigend of echt eng gevonden, hoogstens spannend, lekker spannend. Het moet wel leuk blijven, het is in de eerste plaats ontspanning.”

In de roman De man zonder ziekte van Arnon Grunberg wordt iemand van misdaden beschuldigd die hij niet heeft gepleegd en hij wordt helemaal klem gezet in zijn verweer. Uw thriller In mijn dromen gaat over een valse beschuldiging van terrorisme, maar bij u loopt het goed af. Is dat een genreverschil tussen thrillers en literatuur?

„Ik ken weinig thrillers waarin het niet goed afloopt. Als dat in literatuur gebeurt vind ik dat ook niet prettig. Of het beter of mooier is weet ik niet, het stemt misschien tot nadenken…

„Ik moet denken aan De weg naar Callisto van Torsten Krol, een roman, geen thriller. Het boek gaat over een Forrest Gump-achtige man, die niet goed snapt wat er om hem heen gebeurt. Hij komt in aanraking met iemand die vanwege terroristische activiteiten gezocht wordt, maar dat weet hij dus niet. Als hij die man heeft neergeschoten, neemt hij zijn plaats in, gaat in zijn huis wonen, met als gevolg dat de FBI hem aanziet voor de terrorist en hem in Guantánamo Bay opsluit. Dat hij in dat vreselijke oord terechtkomt is een klap in je gezicht, maar uiteindelijk loopt het goed af. Had hij bloedend moeten eindigen in een martelkamer? Was het dan een beter boek geweest? Voor mij niet per se.”

Had het niet meer indruk gemaakt?

„Het had me verdriet gedaan, want ik was echt gesteld geraakt op die hoofdpersoon. Maar ik zou woest geweest zijn op de schrijver. Waarom moest dat nou? Ja, omdat het gebeurt – dat is een goede rechtvaardiging. Maar je leest een boek toch ook voor je genoegen. Zo word je met een rotgevoel naar bed gestuurd.”

Maakt u die overwegingen ook als u schrijft?

„Terwijl ik In mijn dromen schreef heb ik veel gedacht aan mijn lezers. Waarschijnlijk verwachtten ze dat de ontploffing in de Amsterdamse metro die mijn hoofdpersoon in haar voorspellende droom zag, ook echt zou gebeuren. Ik was ertoe geneigd om over die droom en ontploffing te schrijven, maar wilde eigenlijk een heel ander punt maken met dat boek. Ik wilde juist laten zien hoe iemand die hier in Nederland opgroeit ideeën kan krijgen die leiden tot moslimterrorisme, ik wilde begrip kweken en partijen bij elkaar brengen. Ik vind dat In mijn dromen meer diepte heeft, op maatschappelijk gebied, omdat ik niet voor het effect ben gegaan. Een boek als Op klaarlichte dag moet het juist wél hebben van de verrassingen.”

Denken aan lezers – is dat iets wat u heeft geleerd bij het schrijven van kinderboeken?

„Eigenlijk houd ik niet zo heel veel rekening met mijn lezers. In een historisch jeugdboek heb ik soms een kind laten doodgaan, in mijn historische roman voor volwassenen slachten de Spaanse troepen de bevolking van Naarden af vanwege hun protestantse sympathieën. Misschien vinden mijn lezers dat te bloederig, maar het zijn keuzes die gerechtvaardigd zijn omdat het historisch zo gebeurd is, of omdat het beter is voor het verhaal.”

De hoofdpersonen in uw boeken zijn vaak vrouwen. Ook omdat het beter is voor het verhaal?

„Ja. Vrouwen zijn kwetsbaarder. Een vrouw voelt zich eerder ongemakkelijk als ze ’s nachts alleen door een verlaten parkeergarage loopt, een man vertrouwt wel op z’n stevige vuisten.”

Is dat niet seksistisch?

„Het heeft iets generaliserends, maar als ik het zou omdraaien en een mannelijke hoofdpersoon nam die zich geïntimideerd voelt door een vrouwelijke stalker, krijgt hij misschien wel iets zieligs, iets lachwekkends zelfs.”

De vrouwen in uw historische romans zijn opmerkelijk ondernemende types.

„Ik denk dat niet alle middeleeuwse vrouwen dociele schaapjes waren. We zijn gewend aan verhalen over vrouwen die gevangen zitten in kasteeltorens en uitgehuwelijkt worden, en dat gebeurt ook met Jacoba in mijn roman Jacoba, Dochter van Holland, maar daar legt ze zich niet bij neer. Zij heeft echt bestaan, daar kun je niet omheen. Zulke dwarse vrouwen bestonden net zo goed.”

Rode sneeuw in december gaat over fictieve personages én Willem van Oranje, die daarmee ook een romanpersonage wordt. U zet hem neer als familieman.

„Het is natuurlijk een interpretatie, maar als hij brieven schrijft aan zijn broers en zussen, steeds naar zijn kinderen informeert en hen naar Delft laat overkomen, komt daaruit wel een bepaald beeld van hem naar voren. Er zijn veel brieven van hem bewaard gebleven, maar ik denk dat de meeste mensen weinig van hem weten. Überhaupt weten mensen weinig over geschiedenis. Dat was een reden om hem in mijn boek op te voeren: om weer een mens te maken van de naam uit de geschiedenisboekjes. Hij is er toch de oorsprong van dat wij in het oranje gekleed voetbal kijken.”

Uw schrijfstijl is in uw historische romans even vlot als in uw thrillers – om een groot publiek aan te spreken?

„Ik pak het op dezelfde manier aan als bij mijn jeugdboeken: ik ga ervan uit dat mijn lezer niets weet en dat ik het moet vertellen. Niet te nadrukkelijk, want ik moet niet als verteller in het verhaal stappen. Hier en daar ontkom je niet aan beschrijvingen. Dat kan iets ouderwets hebben, maar het werkt wel. Uitleg geven, clichés, dat mag allemaal niet in boekenland. Je zult me misschien op een cliché betrappen, maar dan is het wel een heel móói cliché.”

Dat uw uitgever zich toch aan historische romans voor volwassenen wilde wagen kwam vast niet omdat de markt daarvoor veel groter is geworden?

,,Nee. Toen ik met m’n thrillers begon dacht ik: als die eenmaal goed lopen, kan ik mijn uitgever wel een keer laten zien wat ik nog meer heb liggen. En zo is het inderdaad gegaan.

„Ik schrijf mijn historische romans vanuit een bepaalde noodzaak die me extra gedreven maakt. De wereld heeft er heel anders uitgezien, maar door een roman kun je het verleden toch leren kennen als iets vertrouwds.”