Strijd om de laatste visgronden

Nederlandse vissers voelen zich gedupeerd door nieuwe regels voor de visserij onder de kust van Mauretanië. „Dit is een pijnlijke klap.”

De vriestrawler Afrika in de haven van Scheveningen. De vangst wordt onderweg verwerkt en ingevroren. Foto ANP

De zon schijnt er altijd, het water heeft een temperatuur van 28 graden en het zijn de rijkste visgronden van de wereld. Daarom wil de hele wereld vissen voor de kust van het Afrikaanse land Mauretanië. Enorme Nederlandse vriestrawlers halen er sardinella (een soort haring) uit het water die wordt afgezet op de Afrikaanse markt. Chinezen vangen er vis die wordt omgezet in visvoer voor de eigen kweekvis en ook de Russen vissen er voor industriële productie.

De Mauretaanse visgronden zijn het toneel van een keiharde wedloop tussen Europese, Aziatische en Afrikaanse belangen. En die van de vissen zelf, want door de intensieve vismethodes dreigen verschillende soorten uit te sterven. Milieuorganisatie Greenpeace noemt het ‘plunderen’.

De Europese Unie is de enige buitenlandse speler die een visserijverdrag heeft met Mauretanië. Vissers uit de Europese lidstaten moeten zich ook buiten Europa aan de Europese regels houden, is de redenering. Het verdrag regelt de vergoeding die de Mauretaanse overheid krijgt, de hoeveelheid vis die gevangen mag worden, duurzaamheidsmaatregelen en participatie van de Mauretaniërs zelf bij de visvangst.

Op dit moment vist er echter geen enkel Europees schip en het lijkt de vraag of ze ooit terug zullen komen. Eind juli moest het verdrag worden vernieuwd. De onderhandelingen van de Europese Commissie hebben volgens de Associatie van Pelagische Vissers (PFA) een nieuw verdrag opgeleverd waar niet mee te vissen valt. De term pelagisch wordt gebruikt voor vissen die in scholen zwemmen zoals haring, makreel, sardine en sardinella. De PFA vertegenwoordigt de belangen van de drie Nederlandse familiebedrijven Cornelis Vrolijk, Van der Zwan en Parlevliet & Van Der Plas die met elkaar 26 vriestrawlers hebben varen, enorme schepen die de vangst meteen verwerken en invriezen. Ze varen deels onder Nederlandse vlag en deels onder de vlag van andere Europese lidstaten waar ze dochterondernemingen hebben. In totaal halen de schepen jaarlijks tegen de half miljoen ton vis uit de zee. Twintig procent daarvan uit de Mauretaanse wateren.

De Europese Commissaris voor Visserijzaken, Maria Damanaki, twitterde eind juli opgetogen dat er een fantastisch nieuw verdrag was gesloten. Europa en Mauretanië waren er na buitengewoon moeilijk onderhandelingen eindelijk uit: de duurzaamheid was gegarandeerd, de Mauretaniërs zouden er beter van worden en de Europese vissers zouden gewoon kunnen verder vissen.

Maar Gerard van Balsfoort (voorzitter van de PFA) en Carolien Vrolijk, directeur van Cornelis Vrolijk, vielen bij het lezen van de details van de ene verbazing in de andere. „Dit is een heel slecht akkoord, er is gewoon heel slecht onderhandeld”, stelt Van Balsfoort.

Het bedrag dat Europa jaarlijks aan Mauretanië betaalt, blijft hetzelfde, namelijk 70 miljoen euro. Maar voor dat geld mag minder gevangen worden en moeten de schepen verder uit de kust blijven, 20 zeemijl in plaats van 13 zeemijl. „En dat is cruciaal”, vult Carolien Vrolijk aan, „want de vis waar wij op vissen zit juist dichter onder de kust”.

Bovendien moeten de Europese vissers per saldo meer gaan betalen voor hun licenties. Nu betaalt een gemiddeld schip 45.000 euro per maand om er te kunnen vissen, en dat wordt onder het nieuwe verdrag 307.000 euro per maand. „Geen value for money”, vindt Van Balsfoort.

En dan is er nog de eis dat de Europese vissersschepen voortaan 2 procent van hun vangst gratis aan Mauretanië geven ten behoeve van de bevolking. „Nou, daar krijgt de gewone Mauretaniër heus niks van te zien, die vis gaat meteen de handel in”, weet Van Balsfoort zeker.

De overeengekomen vangstmogelijkheden zullen niet kunnen worden benut, denkt hij. Een slecht akkoord dus, dat zo snel mogelijk van tafel moet, vindt ook Carolien Vrolijk. Over de financiële gevolgen voor het familiebedrijf, wil ze niet veel meer kwijt dan dat het „een pijnlijke klap zal zijn”. Maar „failliet zullen we er niet aan gaan”.

De PFA is een groot tegenoffensief begonnen. Het omstreden verdrag kan nog worden tegengehouden door de Europese Raad en het Europese Parlement. Bovendien is er ook nog een andere weg. Als de Europese vissers geen gebruik maken van de rechten, vervalt het verdrag. En dan kunnen de vissers private afspraken maken met Mauretanië.

Volgens Greenpeace is dat precies waar de PFA op uit is. Want dan kunnen de Nederlandse visserijbedrijven er gewoon blijven vissen zonder de bemoeizucht van de EU.

Het is een strijd om de laatste visgronden van de wereld, zegt Greenpeace-activiste Femke Nagel. „Er zijn te veel en te grote schepen die elkaar verdringen. Overal loopt het stuk. En ook Mauretanië probeert er het maximale uit te halen.”